Recensie

Al Capone kocht politici om en pakte de pers in

Biografie

In haar boek over Al Capone scheidt Deirdre Bair voorbeeldig feit en mythe uit het leven van de gangster. Zachtmoedig en zwakzinnig kwam hij aan zijn eind.

Maffiabaas Al Capone bij aankomst in Alcatraz, het gevangeniseiland bij San Francisco, 22 augustus 1934. Donaldson Collection/Michael Ochs Archives/Getty Images

De gangster met het getekende babyface en de zwierige hoed, sigaar tussen de dikke lippen, die rondhangt in nachtclubs waar wilde vrouwen met een struisvogelveer op het hoofd de charleston dansen op hot jazz, terwijl hij zijn lijfwacht een opdracht influistert om wat tegenstanders te laten neermaaien met tommyguns.

De naam Al Capone roept kleurrijke beelden op. Maar het meest indringende beeld dat oprijst uit zijn nieuwe biografie is dat van de gevallen gangster die midden jaren dertig gevangen zit op Alcatraz, zachtmoedig en zwakzinnig geworden van de syfilis. Zijn macht en rijkdom zijn verdampt. Hij zwalkt door de gangen, wordt geslagen door andere gevangenen, en hij zit in een hoekje van zijn cel mandoline te spelen.

Al zo’n negentig jaar is Alphonse ‘Scarface’ Capone (1899-1947) de beroemdste gangster ter wereld. Vooral dankzij de vele gangsterfilms en series, van Scarface in de jaren dertig, tot The Untouchables in de jaren tachtig en Boardwalk Empire in deze eeuw. Capone is de archetypische Italiaans-Amerikaanse maffiabaas: een protserige geklede charmeur die elk moment kan ontploffen, levend in een onderwereld van genot en geweld.

Nadeel van Capone’s archetypische waarde is dat in zijn levensverhaal nogal wat mythologie is geslopen. In Al Capone: leven, legende en nalatenschap stelt biografe Deirdre Bair (1935) zich als taak om voor eens en voor altijd feit en fictie te scheiden. Bair is een gewaardeerde biograaf, die boeken schreef over Beckett, Anaïs Nin, De Beauvoir, Jung en Saul Steinberg. Voor deze biografie kreeg ze als eerste toegang tot het familiearchief van Capone, waardoor ze veel nieuws kan vertellen.

Geldloper van bordelen

Al Capone, zoon van Italiaanse migranten, groeit op in een arme wijk in Brooklyn. Vader was een hardwerkende kapper, moeder was een huisvrouw die weinig buiten kwam en nauwelijks Engels sprak. Bijna alle zonen gaan vroeg de criminaliteit in, ongeveer de enige mogelijkheid om te klimmen. Scholing krijgen ze nauwelijks, de migranten worden behandeld als een lager soort wezens.

Capone begint in Brooklyn als loopjongen voor gangsterbaas Frankie Yale, die weer werkt voor Johnny ‘The Fox’ Torrio. Capone is goed in geld ophalen bij bordelen, gokkantoren en cafés. Zijn wonderlijke mix van charme en extreme agressie, maar meer nog zijn boekhoudkundig inzicht en organisatievermogen, zorgen voor snelle promotie.

In 1919 moet Capone Brooklyn verlaten omdat hij een man uit een rivaliserende bende halfdood heeft geslagen. Torrio haalt hem naar Chicago, waar hij net op tijd aankomt om de gouden jaren van de Drooglegging mee te maken, en vorm te geven. Torrio is een maffiabaas nieuwe stijl, die staat voor de professionalisering van de Amerikaanse maffia in die jaren: hij stelt zich zoveel mogelijk op als een gewone, nette zakenman. Hij voert oorlog indien nodig, maar de nadruk ligt op in stilte zoveel mogelijk geld verdienen.

Moeder en zuster Capone maken zijn echtgenote het leven zuur, strijdend om de titel van padrona della casa

Capone is zo’n aantrekkelijk onderwerp omdat hij volmaakt samenvalt met zijn tijd en plaats – de Drooglegging van de jaren twintig in corrupt Chicago. Een totaal verbod op alcohol zorgde voor een hausse in de misdaad. Maffiabaas Johnny ‘The Fox’ Torrio en zijn rechterhand Capone verdienen miljoenen met illegale drankhandel. Daarvoor moeten ze wel de markt veroveren, door op grote schaal politici en politie om te kopen en concurrenten dood te schieten. Al snel wordt het moorden regelmatig als de golven van Lake Michigan. Wanneer Torrio in 1925 met vervroegd pensioen naar Italië uitwijkt, wordt Capone baas van de organisatie, The Outfit.

Liefhebbende familieman

Misschien wel het meest verwoestende effect van het alcoholverbod is dat het de grens tussen onder- en bovenwereld weghaalt, en zo de hele samenleving corrumpeert. Op een directe manier: vele rechters en politici in Chicago komen op de loonlijst bij Capone, waardoor onder het volk het vertrouwen in recht en politiek erodeert. En op een indirecte manier: omdat vele burgers geen kwaad zien in alcohol drinken, en dus met een gerust geweten de wet overtreden, vervalt het verband tussen wat verboden is, en wat moreel verwerpelijk.

Helaas besteedt Bair verrassend weinig aandacht aan Capone’s zaken. Zij gaat er vanuit dat je al een paar boeken over het onderwerp hebt gelezen. Bij herhaling raadt zij haar lezers aan om een ánder boek te lezen, Al Capone’s Beer Wars van John J. Binder, dat volgende week uitkomt.

In plaats van Capone te plaatsen in zijn tijd, gaat Bair uitgebreid in op zijn privéleven. Hij is een liefhebbende familieman, zijn familie aanbidt hem. Hij woont in een groot huis met zijn aanbeden zoontje Sonny, zijn Ierse vrouw, zijn zuster en moeder, en vaak ook nog wat broers. Moeder en zuster Capone maken zijn echtgenote het leven zuur, strijdend om de titel van padrona della casa. Mevrouw Capone hoort er toch nooit helemaal bij, omdat ze uit de Iers-Amerikaanse middenklasse komt. Capone laat het op zijn beloop.

Ook wel Interessant is om te lezen is hoe de heersende klasse zich graag laat vollopen op Capone’s somptueuze feesten, maar dat ze Capone en zijn vrouw nooit terug uitnodigden. Opgejaagd door rivalen en justitie moet hij zich sowieso vaak schuilhouden. Met al zijn rijkdom en faam leeft Capone in een isolement.

Al Capone op weg naar de gevangenis in Atlanta, mei 1932. De boeien waarmee hij vastzit aan een zenuwachtige autodief, houdt hij onder tafel. Foto uit besproken boek

Capone genoot van persaandacht

Bair besteedt ook veel aandacht aan Capone als publieke persona. Anders dan de meeste misdadigers zoekt Capone graag de aandacht van de pers. Hij is altijd goed gemutst, heeft altijd pakkende uitspraken klaar. Hij heeft ook journalisten op de loonlijst staan. Grif geeft hij toe dat hij in de illegale drankhandel zit. Maar wat is daar verkeerd aan? Hij zei: „Ik voorzie gewoon in een openbare behoefte. Iemand moet toch drank in die dorst gieten. Dus waarom zou ik dat niet zijn?” Capone als redder van feesten en partijen. Wat hem verder tot volksheld maakt is zijn gecultiveerde imago van de Robin Hood die veel goeds doet voor de armen. Capone pakt de pers in, die netjes optekent dat Capone de underdog is die ‘ze’ altijd moeten hebben, dat hij het geweld in Chicago ook verafschuwt, dat hij binnenkort toch stil gaat leven.

Maar hij heeft de pers lang niet altijd in de hand. Zijn officiële verhaal is domweg te saai. Tot zijn grote woede schrijft de pers ook over de moorden en zijn patserige levensstijl. Daarbij wordt de scheiding tussen opinie en verslaggeving, waarheid en roddel geenszins in acht genomen. Capone heeft geen greep op de opkomende massamedia, radio en film, en die zetten hem steevast neer als wreed monster. Omdat dat goed verkoopt.

Eind jaren twintig begint het president Hoover dwars te zitten dat Capone zo schaamteloos de baas is in Chicago. Maar er is geen bewijs tegen hem. De vasthoudende Frank Wilson van de fiscale inlichtingendienst gebruikt een verse belastingwet waardoor het mogelijk is om illegaal inkomen te belasten. Na een dubieus strafproces krijgt Capone elf jaar wegens belastingontduiking.

Dus zit Capone van 1931 tot 1939 in de gevangenis, waar hij ziek en dement wordt. De laatste acht jaren leeft hij teruggetrokken in zijn villa in Palm Island (Florida). Hij zit in zijn pyjama aan zijn zwembad en voert ingebeelde gesprekken met de mannen die hij jaren eerder heeft laten vermoorden.