Draghi kan doel zomaar missen

ECB-vergadering

De kans is groot dat de ECB haar inflatiedoel niet haalt onder president Draghi. De lage loongroei speelt de centrale bank parten.

Foto Ints Kalnins/Reuters

Mario Draghi zal het zelf nooit toegeven. Maar na de vergadering van de Europese Centrale Bank donderdag in de Estse hoofdstad Tallinn blijft het gevoel toch hangen dat hij de centrale doelstelling van de ECB, inflatie van vlak onder de twee procent, misschien niet zal halen voordat zijn termijn eind 2019 afloopt.

Draghi was openhartiger dan ooit over hoe moeilijk het is voor de ECB om de inflatie naar vlak onder de 2 procent te sturen – en daar ook een tijdje te houden, zoals het oogmerk is van de ECB.

Aanleiding daarvoor vormden uitlatingen van het Oostenrijkse ECB-bestuurslid Ewald Nowotny, die onder de centrale bankiers geldt als nogal een flapuit. Hij had in de aanloop naar de vergadering gezegd: vlak onder de 2 procent, dat „bereiken we niet”. Het is de vraag, zei hij vorige week ook tijdens een debat in Wenen, „of dat nog een erg realistisch doel is”.

Nowotny raakt een gevoelig punt. Donderdag stelde de ECB haar inflatieprognoses voor de eurozone naar beneden bij. Dit jaar verwacht de ECB 1,5 procent inflatie, volgend jaar 1,3 procent en in 2019 1,6 procent. In de prognoses van maart was dit nog respectievelijk 1,7, 1,6 en 1,7 procent. De opleving van de inflatie van begin dit jaar houdt niet aan. Dit terwijl de ECB honderden miljarden euro’s in de financiële markten pompt. En de economische groei in de eurozone steeds indrukwekkender is.

Draghi negeerde Nowotny’s uitlatingen en hield vast aan het inflatiedoel. Maar volgens de laatste ramingen van zijn eigen ECB-economen zal met zijn vertrek in november 2019 – zijn termijn is niet verlengbaar – dat nog niet zijn bereikt. Wat is er aan de hand?

De ‘onderliggende’ inflatie (kerninflatie), waarvan de wispelturige energie- en voedselprijzen zijn uitgezonderd, blijft „plat” en „laag”, zei Draghi. Al een tijd schommelt die onderliggende inflatie rond de een procent. Draghi’s belangrijkste verklaring: de lage groei van de lonen in de eurozone. Inflatie drijft sterk op loongroei. Als mensen meer verdienen, wordt arbeid duurder en productie daardoor ook. En als mensen meer te besteden hebben, consumeren ze meer en ook dat stuwt de prijzen op.

Arbeidsmarkt nieuwe stijl

Dat de lonen nu amper stijgen heeft te maken met „bepaalde structurele veranderingen” in de economie, zei Draghi. In de afgelopen drieënhalf jaar kwamen er weliswaar vijf miljoen banen bij in de eurozone, méér dan in de VS. Maar dat zijn in vele gevallen „banen van lage kwaliteit”, zei Draghi. Tijdelijke banen, deeltijdbanen. Banen die minder verdienen dus.

Lees ook het profiel van Draghi: de sluwe sfinx die de euro bijeen houdt

Die analyse kan niet verbazen. In Nederland draait de banenmachine ook op volle toeren, maar veel van het nieuwe werk is flexwerk dat minder betaalt dan een traditionele, vaste baan. Draghi’s woorden duiden erop dat de arbeidsmarkt nieuwe stijl ook voor centrale bankiers een probleem is: het inflatiedoel raakt verder uit zicht. Saillant detail was dat hoewel Draghi de lage loongroei deels toeschreef aan flexibilisering van de arbeidsmarkt, de ECB zelf doorgaans voorstander van dit soort hervormingen is.

Tegen de klippen op probeert de ECB, net als eerder de Amerikaanse Fed, de inflatie op te stuwen door honderden miljarden aan vooral staatsleningen op te kopen. Het geld dat de ECB hiervoor betaalt, moet via het financiële circuit in de economie terechtkomen. Maar mede doordat de lonen nauwelijks stijgen, is onduidelijk of dit paardenmiddel wel doorwerkt op de prijzen in de ‘echte’ economie. Het Centraal Planbureau stelde donderdag in een studie droogjes dat het ECB-beleid „niet tot een hogere inflatie heeft geleid”. De ECB zelf meent dat de inflatie zónder het beleid nog lager zou liggen.

Dissidenten

Intussen neemt de druk op Draghi toe om afscheid te nemen van het massale opkoopprogramma van staats- en bedrijfsschuld. Tot eind dit jaar koopt de ECB maandelijks 60 miljard euro aan leningen op. Voor het eerst gaf Draghi toe dat sommigen „normalisatie” van het monetaire beleid willen. Twee leden van het ECB-bestuur plaatsten vraagtekens bij het verband tussen het opkoopprogramma en de inflatie, zei hij. Wie dit waren is onbekend, maar de Nederlander Klaas Knot en de Duitser Jens Weidmann zijn al langer publiekelijk tegenstander van het programma.

Knot en andere ‘haviken’ in het bestuur behaalden donderdag een paar kleine overwinningen. Uit de inleidende verklaring van Draghi werden passages geschrapt die suggereerden dat de ECB nóg meer kan gaan doen om de inflatie aan te jagen. Er staat nu bijvoorbeeld niet meer in dat de ultralage rentes van de ECB (minus 0,4 procent voor banken die daar geld parkeren) nóg lager kunnen worden.