Opinie

Dit onderwijsbeleid werkt examenfraude in de hand

De fraude bij ROC Zadkine is niet alleen de docent aan te rekenen, meent . Die bezweek slechts onder de druk cijfers op te poetsen.

Foto ANP / Robin van Lonkhuijsen

Een klein decennium geleden werd ik aangenomen op een hbo om de module Engels te vernieuwen. Deze taal zou een wezenlijk onderdeel worden van de opleiding. In de praktijk viel dat tegen. De module was uiteindelijk een ‘afvinkvakje’ op de studiepuntenlijst. Het was vooral niet de bedoeling dat studenten zouden zakken.

Ik moest hieraan terugdenken door de rel rondom het Rotterdamse ROC Zadkine, waar twee docenten en een teamleider vanwege tentamenfraude geschorst werden door de raad van bestuur. Ze zouden leerlingen hebben laten oefenen met opgaven en antwoorden die terugkwamen op tentamens. Opvallend is dat de verantwoordelijkheid voor dit gesjoemel geheel bij deze drie personeelsleden wordt gelegd. Het bestuur krijgt lof toegezwaaid van het ministerie. „Laat dit een waarschuwing zijn”, verkondigde Jet Bussemaker, blijkbaar in de veronderstelling dat er geen enkel verband bestaat tussen haar beleid en deze affaire.

Deze fraude is een exces, gelukkig maar. Toch wordt zo’n uitwas aangewakkerd door het verziekte onderwijssysteem, waarin alles draait om resultaatgerichtheid. Dit begrip is inmiddels zo ingeburgerd dat het bij personeelswerving vaak als kwaliteit wordt genoemd, dikwijls in combinatie met ‘studentvriendelijkheid’. Er is weinig fantasie voor nodig om te begrijpen waartoe dit leidt, namelijk tot het gangbare verschijnsel om zoveel mogelijk leerlingen zo snel mogelijk aan een diploma te helpen om de financiering rond te krijgen. Dit incident is echter wel onderdeel van iets groters. Het oppoetsen van resultaten komt vaker voor, al gebeurt dit doorgaans een stuk subtieler.

Experts window dressing

Jaren geleden werkte ik op een mbo. Eén van de eerste dingen die ik van mijn leidinggevende hoorde: „Het kan niet zo zijn dat een leerling zijn diploma misloopt door Engels.” Ik moest dus maar zorgen dat iedereen slaagde, ook leerlingen die geen inzet toonden. In de jaren daarna heb ik, ook bij andere onderwijstypes, gemerkt dat het doodnormaal wordt gevonden om docenten aan te spreken op lage cijfers, met het nadrukkelijke verzoek daar iets aan te doen.

De omstandigheden zijn daarbij irrelevant. Is er sprake van een zwakke klas? Of komen de leerlingen op vrijdagmiddag niet opdagen? Zulke dingen hoef je als school niet te verantwoorden. Details die zó ver afstaan van de belevingswereld van de bovenlaag dat het net is alsof je een andere taal spreekt. Het gaat uitsluitend om statistieken, het perfecte plaatje. Zulke wensen worden uitsluitend mondeling medegedeeld, nimmer schriftelijk. Docenten die zich weigeren te conformeren, of zo naïef zijn te denken dat ze de kwaliteit moeten verbeteren in plaats van de resultaten, worden beloond met een negatieve beoordeling. En zo wordt een angstcultuur geboren.

Bij Zadkine kon een jaar lang gefraudeerd worden voordat het bestuur er lucht van kreeg. Eerdere signalen gingen aan de bestuursleden voorbij. In de afstand tussen werkvloer en bovenlaag staat deze school niet alleen; het is eerder regel dan uitzondering, zoals ik merk aan de vaak verbijsterde lezersreacties op mijn roman over deze kloof. Het onderwijs wordt bevolkt door nogal wat managers die liever het schavot zouden bestijgen dan zelf voor de klas te staan. Toch bepalen zíj de koers. Het grootste onderwijsprobleem is dat het niet meer om het onderwijs gaat. Dat is bijzaak. Centraal staan rendement, enquêtes, prestigeprojecten, slagingspercentages… Experts op het gebied van window dressing.

Het zou mooi zijn als het onderwijs weer om onderwijs draaide, zodat leraren niet met allerlei kunst- en vliegwerk deelnemers richting hun diploma hoeven te loodsen. Van de zotte dat leraren zich überhaupt druk moeten maken over statistieken en financiering. Maar voordat hierin eindelijk verandering komt, zal het ministerie van Onderwijs toch echt eens moeten beseffen wat zijn taak is: het onderwijspeil op peil houden, niet de schone schijn op houden. Dan kunnen leraren zich voortaan eindelijk bezighouden met hun kerntaak: lesgeven.