Dit is wat u wilt weten over de kabinetsformatie

Vragen over de formatie NRC beantwoordt een selectie van vragen van lezers over de formatie. Blijf uw vragen vooral insturen.

D66-leider Alexander Pechtold na een gesprek met informateur Herman Tjeenk Willink. Foto ANP / Bart Maat

Informateur Herman Tjeenk Willink zoekt na het stuklopen van de gesprekken tussen VVD, CDA, D66 en GroenLinks naar nieuwe opties voor een meerderheidskabinet. De kabinetsformatie is inmiddels bijna 100 dagen onderweg.

Heeft u een vraag over de formatie?

Onze politieke redactie beantwoordde eerder zeven vragen over blokkades die partijen in deze formatie hebben opgeworpen. Maar wat wilt ú weten over de kabinetsformatie? Heeft u vragen die wij nog niet gesteld en beantwoord hebben? Stel dan uw vraag aan de politieke redactie van NRC. Wij zullen een selectie van de leukste en meest interessante vragen beantwoorden de komende weken.
Stel uw vraag!

  1. De samenleving stemde rechts, de politiek formeert links. Hoezo democratie?
    Vraag van: Willem.
    Beantwoord door: Titia Ketelaar.

    Dit antwoord begint met een wedervraag: wat is tegenwoordig rechts en wat is links? Oorspronkelijk was de links-rechts-tegenstelling een plaatsbepaling: politici die ten tijde van de Franse Revolutie het Ancien Régime steunden, zaten in de Franse Assemblée rechts van de voorzitter. Diegene die verandering wilden, zaten links van hem. Daar komt de huidige verdeling progressief = links en conservatief = rechts vandaan.

    Als je naar de stoelverdeling in de plenaire zaal van de Tweede Kamer kijkt, zou je die verdeling terug kunnen zien. De SP zit helemaal links van de voorzitter, de PVV helemaal rechts, en D66 zit in het midden.

    Maar klopt dat wel? Is de PVV wel zo rechts? NRC zocht dat eerder dit jaar uit:

    “Op belangrijke thema’s zoals immigratie, integratie (‘grenzen dicht’ en ‘de-islamiseren’) en veiligheid is de partij consequent rechts. (..) Als het over de zorg gaat, stemt de PVV bij moties vaak hetzelfde als de linkse partijen SP en de Partij voor de Dieren.”

    De SP en 50Plus komen bijvoorbeeld weer op voor behoud van de AOW: behoudend, dus je zou die partijen op dat terrein rechts kunnen noemen. D66 is cultureel links, maar als het bijvoorbeeld over inkomensverdeling gaat, is de partij lang niet zo links als de SP. Forum voor Democratie zit in de plenaire zaal achter de PVV, maar fractievoorzitter Thierry Baudet vond dat in eerste instantie een verkeerde plek. Hij zei: “Wij horen niet in die rechtervleugel van de Kamer, Forum is namelijk niet rechts.” En: “We zijn een vooruitstrevende middenpartij.”

    Alle voetnoten in acht nemend, kan je de verdeling zo maken: 50Plus, D66, Denk, GroenLinks, PvdA, Partij voor de Dieren en SP zijn links. Zij kregen 44,5 procent van de stemmen en hebben 68 zetels. CDA, ChristenUnie, Forum voor Democratie, PVV, SGP en VVD zijn rechts, kregen 54,1 procent van de stemmen en hebben 82 zetels. Een meerderheid van de kiezers stemde dus inderdaad rechts.

    Dan het tweede deel van Willems stelling: “De politiek formeert links”. Het ‘motorblok’ bestaat uit twee rechtse partijen (VVD en CDA) en één linkse (D66). Met GroenLinks zou het inderdaad linkser zijn worden, mocht de ChristenUnie meedoen, dan komt er een rechtse partij bij. Maar we weten nog niet wat voor regeerakkoord er uiteindelijk uitrolt: links, rechts, een compromis? Dat “de politiek links formeert” is dus (nog) niet te zeggen.

    En dan het derde deel: “Hoezo democratie?” In onze parlementaire democratie moet een regering het vertrouwen hebben van de meerderheid van de volksvertegenwoordigers. En die zijn in maart democratisch gekozen door het volk. Maar er is géén regel die zegt welke meerderheid een regering het vertrouwen moet geven, of dat links moet zijn, rechts of iets er tussen in. De vorige coalitie van VVD en PvdA had ook een meerderheid – al zullen diegenen die op beide partijen hadden gestemd de samenwerking niet hebben verwacht.

  2. Alexander Pechtold (D66) rekende af met Gert-Jan Segers (ChristenUnie) op het verschil in visie op een aantal ethische zaken. Gaat hij later in de formatie op deze punten onvermijdelijk ook niet met het CDA botsen?
    Vraag van: J. van Dijl.
    Beantwoord door: Enzo van Steenbergen.

    Een aantal weken geleden was er in de avond een verkennend gesprek tussen D66-leider Alexander Pechtold en ChristenUnie-fractievoorzitter Gert-Jan Segers. Ze probeerden te ontdekken of het zin had om te gaan onderhandelen over een meerderheidskabinet van VVD, CDA, D66 en de ChristenUnie. Na een gesprek van 3,5 uur was duidelijk dat dit niet zo was. Pechtold zou tijdens het gesprek verschillende eisen op tafel hebben gelegd, bijvoorbeeld over medisch-ethische zaken, waardoor meteen duidelijk was dat verder praten geen zin had.

    De optie met de ChristenUnie is nu toch weer actueel, na de mislukking van de ‘centrale drie’ partijen met GroenLinks. En inderdaad, het CDA zit op veel punten op één lijn met de ChristenUnie. D66 heeft een wetsvoorstel gemaakt over hulp aan mensen die niet ziek zijn, maar hun leven voltooid achten. Dat is iets waarmee zowel de ChristenUnie als het CDA niet akkoord kan gaan.

    Er zijn wel tussenvarianten mogelijk: zo kunnen de partijen besluiten dit onderwerp niet op te nemen in het regeerakkoord en de Tweede Kamer erover te laten stemmen. Het is niet duidelijk of het CDA daarmee in dit geval akkoord zou kunnen gaan. Duidelijk is wel dat dit ook tussen D66 en CDA een zeer moeilijk punt zal worden in toekomstige onderhandelingen.

    Het gesprek tussen Pechtold en Segers, dat drie weken geleden mis ging, heeft voor het CDA wel duidelijk gemaakt dat ze de hakken in het zand moeten zetten. Ook als informateur Herman Tjeenk Willink erin slaagt VVD, CDA, D66 en ChristenUnie aan tafel te krijgen, zullen de gesprekken heel moeizaam verlopen. Het CDA is van plan minder toe te geven op de onderwerpen op de zogenoemde ‘Segerslijst’. Belangrijkste, maar niet het enige, punt is het ‘voltooid leven’.

  3. De formatiepoging met GroenLinks is vastgelopen op deals met Noord-Afrikaanse landen, maar zijn dit soort deals niet al van kracht?
    Vraag van: Floris Schuiling.
    Beantwoord door: Mark Kranenburg.

    Binnen de Europese Unie wordt sinds 2016 volop gesproken over het uitbreiden van de zogeheten Turkije-deal met landen in (Noord)-Afrika. Het gaat dan om het principe dat vluchtelingen in Afrikaanse landen in ruil voor door de EU gefinancierde werkgelegenheids- en onderwijsprojecten worden opgevangen en niet langer doorreizen naar Europa.

    De Europese Commissie heeft hierover met Niger, Mali, Nigeria, Senegal en Ethiopië ‘partnerovereenkomsten’ gesloten die nog nader worden uitgewerkt en dus nog geen deals kunnen worden genoemd. De bedoeling is dat er nog meer landen bij komen. Geld kan worden gehaald uit een Europees noodfonds waarin 2,8 miljard euro zit. Volgens een overzicht van de Europese Commissie van afgelopen dinsdag is er “concrete vooruitgang” geboekt. Van bestaand beleid kan nog niet worden gesproken, maar er is inderdaad wel van alles in ontwikkeling.

  4. Waarom worden de jonge leden van de verschillende politieke partijen niet meer betrokken bij de formatie?
    Vraag van: Lietje Bittermann.
    Beantwoord door: Clara van de Wiel.

    Het klopt dat de gemiddelde leeftijd tijdens het formeren niet bijzonder laag ligt, met aan tafel de 51-jarigen Alexander Pechtold en Sybrand Buma en vijftiger Mark Rutte. Tel daarbij op de 75 jaar van informateur Herman Tjeenk-Willink: dan is de 31-jarige Jesse Klaver inderdaad wel een flinke uitschieter naar beneden.

    Tien politieke jongerenorganisaties, van de VVD tot GroenLinks, ondertekenden voorafgaand aan de verkiezingen onder leiding van D66-coryfee Jan Terlouw een zogeheten klimaatmanifest ondertekenden. Daarmee steunden ze gezamenlijk een pakket maatregelen voor het aanpakken van klimaatverandering. Een ongebruikelijk vertoon van eensgezindheid. Betekent dat dat de formatie een stuk soepeler zou verlopen als de jongeren het over zouden nemen? Dat is nog maar de vraag. Nog vóór de eerste formatiepoging van VVD, CDA, D66 en GroenLinks op 15 mei strandde, vlogen de politieke jongerenorganisaties van GroenLinks en het CDA elkaar al in de haren. DWARS (GroenLinks) verweet het CDA progressief klimaatbeleid te blokkeren, waarop het CDJA de groene jongeren beschuldigde van het saboteren van de samenwerking met de christendemocraten. Toeval of niet: een paar uur later klapte de formatie.

    Heeft de stem van jongeren echt ‘gewicht’? De invloed van partijleden, jong én oud, is tijdens het formatieproces sowieso zeer beperkt, zoals NRC-redacteuren eerder al optekenden. Het is vooral een kwestie van afwachten wat er uit de Stadhouderskamer naar buiten komt. GroenLinks stuurde af en toe een nieuwsbrief en organiseerde na de eerste mislukte formatiepoging een ‘meet-up’; de VVD hield een Facebook-livesessie. Maar over het algemeen staan de partijleden, tot ergernis van sommigen, tijdens het formatieproces buitenspel. Dat wil zeggen: tot het proces is afgerond, want bij verschillende partijen was het de afgelopen jaren gebruikelijk leden te laten stemmen over het uiteindelijke regeerakkoord.

  5. Migratie laat zich alleen op Europees niveau enigszins sturen. Waarom blijft de formatie in Nederland dan juist hangen op dit onderwerp?
    Vraag van: Joost Dirkzwager (geparafraseerd uit ingezonden brief).
    Beantwoord door: Christiaan Pelgrim.

    Het klopt dat Nederland de grote migratievraagstukken niet alleen kan oplossen. Het sluiten van nieuwe ‘Turkijedeals’ met Noord-Afrikaanse landen – waar de gesprekken met GroenLinks op stukliepen – is allang onderwerp van discussie in Brussel.

    Sinds deze deal met Turkije, in maart vorig jaar, komen er vanuit dat land nog maar weinig migranten naar de EU. Maar de Turkijedeal is ook controversieel: migranten zaten lange tijd onder erbarmelijke omstandigheden vast in Griekenland. En de drie miljoen Syrische vluchtelingen in Turkije hebben wel voedsel en een bed, maar weinig perspectief.

    Er liggen in Brussel nog geen concrete plannen voor ‘Turkijedeals’ met Afrikaanse landen. Ook is het nog maar de vraag of Afrikaanse landen zelf wel zo’n deal willen sluiten. Waarom zou een klein land als Tunesië een opvangkamp willen worden voor alle omringende Afrikaanse landen?

    Toch zal een Nederlands kabinet een standpunt willen hebben over dit Europese onderwerp. Pas als je een duidelijke mening hebt, kun je in Brussel goed je politieke invloed uitoefenen. Potentiële coalitiepartijen zullen dus hierover dus het liefst een concrete compromistekst in hun regeerakkoord willen zetten. Met een concreet standpunt voorkomen ze ook dat ze al direct vanaf hun aantreden door de oppositiepartijen uit elkaar gespeeld kunnen worden.

  6. Zijn nieuwe verkiezingen een serieuze optie als de kabinetsformatie helemaal vastloopt?
    Vraag van: Tristan de Jong, Robin van der Hijden, Gé Lobé.
    Beantwoord door: Thijs Niemantsverdriet.

    In principe kan het gewoon: nieuwe verkiezingen uitschrijven als de partijen er niet in slagen een kabinet te vormen. Toch is de kans daarop op dit moment nog ontzettend klein. Om te beginnen: al is het verleden geen garantie, zoiets is nog nooit eerder gebeurd in Nederland – in ieder geval sinds de Tweede Wereldoorlog. Zelfs na de meest ingewikkelde en langdurige formaties (1973, 1977, 1994, 2010) kwam er altijd een kabinet. Juist daarom, zo hoor je bij de middenpartijen, zouden nieuwe verkiezingen een totaal brevet van onvermogen zijn. De kiezers zullen ze straffen voor hun politieke onwil om samen te werken. Ook vrezen ze dat de PVV alsnog de grootste partij kan worden.

    Maar de belangrijkste reden dat nieuwe verkiezingen voorlopig nog niet aan de orde zijn, is dat alle mogelijkheden tot coalitievorming nog niet zijn uitgeput. Ook nu het opnieuw is vastgelopen met VVD, CDA, D66 en GroenLinks, zal de informateur eerst een coalitie met ChristenUnie, SP of PvdA willen onderzoeken. Daarna kan er altijd nog een minderheidskabinet geformeerd worden, of een gedoogkabinet (à la Rutte I), of zelfs een extra-parlementaire regering, zoals het kabinet-Den Uyl (1973-1977). Pas als dat allemaal mislukt is - en dan zijn we zo weer een paar maanden verder - zijn nieuwe verkiezingen serieus een optie. Mijn inschatting: de partijen willen dat ten koste van alles voorkomen. Al valt natuurlijk nooit helemaal uit te sluiten dat het toch gebeurt.

  7. Wordt er nagedacht over eventuele negatieve consequenties (nog meer boze, ontevreden burgers) van het niet spreken met de PVV?
    Vraag van: Edwin Klok.
    Beantwoord door: Enzo van Steenbergen.

    Bijna 1,4 miljoen mensen stemden 15 maart op de Partij voor de Vrijheid (PVV) van Geert Wilders. Toch doet die partij niet mee aan de onderhandelingen voor een nieuw kabinet, omdat bijna geen andere partij met Wilders wil regeren. Partijleiders als Mark Rutte (VVD), Sybrand Buma (CDA), Alexander Pechtold (D66) en Jesse Klaver (GroenLinks) vinden Wilders te extreem in zijn uitlatingen, en dan vooral zijn oproep voor ‘minder Marokkanen’ in 2014, waarvoor hij werd veroordeeld.

    Op zichzelf is het niet ondemocratisch om niet met de PVV te onderhandelen – Nederland kent een traditie van meerderheidsregeringen. Met 20 zetels is de PVV lang niet groot genoeg om een meerderheidsregering te vormen (daarvoor zijn 76 zetels nodig). Ook voor een enigszins stabiele minderheidsregering is 20 zetels veel te weinig. Andere partijen hebben het recht samen te proberen een meerderheid of stabielere minderheid te vormen en de PVV uit te sluiten.

    Maar het roept wel vragen op. Uit onderzoek dat NRC deed onder 5.300 lezers blijkt dat veel kiezers, van een keur aan partijen, vinden dat de PVV wél zou moeten meedoen. Dit zei PVV-stemmer en secretaresse Marion Paffen (47) bijvoorbeeld: „Ik heb het gevoel dat het de verkeerde kant opgaat en er niet eerlijk geformeerd gaat worden. De PVV is de tweede partij geworden en heeft dus recht op serieuze gesprekken. Dit heeft de kiezer toch gestemd?”

    Politici die onderhandelen over een nieuw kabinet zijn zich ervan bewust dat onvrede van onder meer de PVV-stemmers over onderwerpen als vluchtelingen en ouderenzorg een plek zal moeten krijgen in het regeerakkoord. Dat werd duidelijk toen VVD, CDA, D66 en GroenLinks een eerste poging deden een kabinet te vormen. Samen met ex-informateur Edith Schippers maakten ze een ‘foto van Nederland’. Zo wilden ze erachter komen wat leeft in de samenleving.

    Ook de tweede poging tussen deze vier partijen is mislukt, maar mochten er binnenkort onderhandelingen tussen andere partijen starten, dan zal mogelijk één rapport weer op tafel liggen. Dat is het meest recente SCP-onderzoek over de stemming in Nederland. Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, bracht dat mee toen hij de partijleiders destijds informeerde over optimisme en onvrede in Nederland.

  8. Waarom blijven VVD-leider Rutte en CDA-leider Buma Alexander Pechtold verwijten dat hij onderhandelingen met de ChristenUnie onmogelijk heeft gemaakt?
    Vraag van: Erik Paling.
    Beantwoord door: Petra de Koning.

    De VVD en het CDA vinden: wij hebben weken achter elkaar serieus onderhandeld over een coalitie die niet onze droomcoalitie is, met GroenLinks, en daarna had D66-leider Pechtold op zijn minst z’n best kunnen doen om te onderzoeken of samenwerking mogelijk is met de ChristenUnie. Vooral het CDA regeert liever met de partij van Gert-Jan Segers dan met die van Jesse Klaver en vooral bij de VVD-achterban ligt samenwerking met GroenLinks ingewikkeld. Wat meespeelt bij de irritatie: Buma en Rutte zagen helemaal niet aankomen dat het ‘verkennende gesprek’ tussen Pechtold en Segers zo dramatisch zou aflopen dat er daarna geen coalitie-besprekingen met de ChristenUnie meer mogelijk waren. Het voelde voor hen als een streek – met maar één doel: zo snel mogelijk toch weer met GroenLinks verder onderhandelen. Om samen in een coalitie te stappen, moet je wel een basis van vertrouwen hebben in elkaar. Vooral Buma legde daar later de nadruk op. Rutte liet veel minder merken van zijn ergernis.

  9. Wanneer hebben we voor het laatst geen meerderheidskabinet gehad?
    Vraag van: Tijmen Tieleman.
    Beantwoord door: Clara van de Wiel.

    In de Nederlandse politiek heeft een kabinet in de meeste gevallen meerderheidssteun in zowel de Tweede als in de Eerste Kamer. Is dat niet het geval, dan spreken we van een minderheidskabinet. Feitelijk is het meest recente - inmiddels demissionaire - kabinet Rutte II dus ook een minderheidskabinet: al vanaf het begin van de regeerperiode ontbrak het die coalitie aan een meerderheid in de Eerste Kamer. In de geschiedenis heeft er elf keer een kabinet geregeerd dat in één of beide Kamers geen meerderheidssteun had.

    Meestal spreken we echter van een minderheidskabinet als er geen meerderheid bestaat in de Tweede Kamer. Dat was voor de laatst het geval bij het kabinet Rutte I (2010-2012). Coalitiepartijen VVD en CDA hadden in de Tweede Kamer gezamenlijk slechts 52 zetels, maar kregen voor een groot deel van de maatregelen in hun regeringsakkoord gedoogsteun van de PVV (24 zetels). Nadat de drie partijen het niet eens konden worden over extra bezuinigingsmaatregelen zegde de PVV in april 2012 de gedoogsteun per direct op. Niet veel later diende toenmalige premier Rutte het ontslag van het kabinet in en werden nieuwe verkiezingen uitgeschreven.

    Dat ongelukkige einde maakt ook huidige politici nog altijd huiverig voor een minderheidscoalitie. Zo’n kabinet is uiterst kwetsbaar, omdat voor elke maatregel bij verschillende partijen steun moet worden gezocht. Een partij kan altijd de steun intrekken om inhoudelijke of politieke redenen en dat is in het huidige gepolariseerde klimaat snel genoeg een feit.

  10. Waarom pikken andere partijen het dat de PvdA weigert deel te nemen aan een kabinet terwijl de partij inhoudelijk prima zou kunnen samenwerken met VVD, CDA, en D66?
    Vraag van: Pieter Bikker.
    Beantwoord door: Pim van den Dool.

    PvdA-leider Lodewijk Asscher blijft zeggen dat zijn partij niet aan zet is in de formatie na de historische verkiezingsnederlaag op 15 maart (-29 zetels). De PvdA moet volgens Asscher nu de partij weer gaan opbouwen vanuit een oppositierol in de Tweede Kamer. Veel partijen hebben inderdaad begrip voor de opstelling van de PvdA. Aan het Binnenhof geldt de regel dat winnaars van de verkiezingen eerst moeten proberen om een regering te vormen. Partijen als de VVD en D66 zouden de PvdA overigens graag zien aanschuiven aan de onderhandelingstafel omdat de partij zich eerder een betrouwbare regeringspartner heeft getoond.

    Inhoudelijk lijkt het inderdaad goed mogelijk om een kabinet te vormen met VVD, CDA, D66 en PvdA, hoewel de PvdA in veel opzichten een vergelijkbaar links programma heeft als GroenLinks. De PvdA zelf is bevreesd voor een coalitie met deze drie (centrum)rechtse partijen. De PvdA-kiezer haakte de laatste jaren massaal af toen de partij met de VVD ging regeren.

  11. Waarom maken partijen niet duidelijk welke punten ze hoe dan ook willen waarmaken en wat ze misschien weggeven in de onderhandelingen?
    Vraag van: Roy de Vries.
    Beantwoord door: Petra de Koning.

    Politici kunnen dat niet zeggen, omdat ze nooit helemaal zeker weten wat ze in onderhandelingen over een kabinet binnen gaan halen en wat niet. Je weet meestal ook niet met welke partijen je aan tafel komt te zitten – dat hangt vooral af van de verkiezingsuitslag. De SP heeft deze keer wel duidelijk gemaakt dat de partij hoe dan ook niet in een kabinet wil met de VVD. Als SP-kiezer weet je dan nog steeds niet zeker of er bijvoorbeeld een Nationaal Zorgfonds komt, zoals de SP heel graag wil, mocht die partij aan onderhandelingen kunnen meedoen. Door het uitsluiten van de VVD is die kans op onderhandelen wel weer meteen kleiner geworden. Dus tegenover duidelijkheid staat ook: minder kans op het waarmaken van de idealen.

    De meeste politieke partijen gaan ervan uit dat ze in de onderhandelingen over een kabinet in elk geval naar buiten kunnen komen met één of twee successen waardoor hun eigen kiezers weten: mijn partij doet niet voor niks mee aan het kabinet. Maar het is zeker waar: je weet als kiezer nooit zeker of dat juist het succes is waar je op hoopte. Stel dat GroenLinks in de regering komt met als belangrijkste succes ambitieuze klimaatplannen, maar met de kleinere inkomensverschillen is het niet gelukt – waar jíj misschien vooral op hoopte? Dan is het pech. En ja, GroenLinks verliest daar dan de volgende keer vast en zeker kiezers mee. Maar misschien trekt de partij dan juist ook wel weer nieuwe ‘groene’ kiezers.

  12. Zijn er parallellen te trekken met andere formaties die lang(er) duurden zoals de formatie van bijvoorbeeld het kabinet Den Uyl?
    Vraag van: Ian van Beek.
    Beantwoord door: Clara van de Wiel.

    Feitelijk is natuurlijk elke formatie uniek: elke ongelukkige formatie is ongelukkig op zijn eigen manier. Dat neemt niet weg dat de recente geschiedenis al veel vergelijkbare moeizame formaties heeft laten zien. Bijvoorbeeld de formatie van het kabinet Den Uyl (1972/1973), die uiteindelijk 163 dagen duurde. Ook toen was er sprake van politieke polarisatie en groeiden kleine partijen (Boerenpartij, PPR en CPN) stevig. Hoewel het destijds niet noodzakelijk was, werd een kabinet met méér dan drie partijen gevormd: iets dat sindsdien nooit meer is voorgekomen. En net als nu hing ook toen de vorming van een minderheidskabinet steeds als een spook in de lucht.

    Lijkt de huidige formatie daarmee sterk op die van 1972/1973? Dat toch ook weer niet. Destijds was er de mogelijkheid de bestaande coalitie voort te zetten, iets dat dit jaar door de grote verliezen bij de VVD en vooral de PvdA onmogelijk is. Het politieke landschap is momenteel bovendien nog veel verder versnipperd en daarnaast wordt dit jaar de op één na grootste partij (PVV) door een groot deel van de andere partijen uitgesloten. Overigens duurde de formatie in 1977 nóg langer dan die van het kabinet Den Uyl: het eerste kabinet Van Agt ontstond pas na 208 dagen formeren.

    VVD, CDA, D66 en GroenLinks voeren inmiddels weer ‘informele gesprekken’ en ook dat kwam eerder voor: in 1994 gingen PvdA, VVD en D66 na een eerste breuk ook weer om tafel, om na in totaal 111 dagen uiteindelijk tot een kabinet te komen. In één opzicht is de formatie dit jaar in elk geval nog lang niet uniek: de huidige 85 dagen zijn sinds 1945 al negen keer in lengte overtroffen.

  13. Waarom laait de discussie over de kiesdrempel niet op, nu de kabinetsformatie zo moeizaam verloopt?
    Vraag van: Wilfred van den Brink.
    Beantwoord door: Enzo van Steenbergen.

    Het is iedere verkiezingscampagne weer raak: discussie over de kiesdrempel. Dat is het opgelegde percentage van het aantal uitgebrachte stemmen dat een partij moet halen om in de Tweede Kamer te komen. Ook in de laatste verkiezingscampagne waren er pleidooien voor een hogere kiesdrempel. CDA-leider Sybrand Buma wilde een drempel van 2 procent en VVD-minister Edith Schippers opperde zelfs een kiesdrempel van 5 procent (dat zijn ongeveer 7 zetels). België en Duitsland kennen zo’n kiesdrempel.

    In Nederland is het halen van de kiesdeler voldoende voor een zetel in het parlement. De kiesdeler is het totaal aantal uitgebrachte stemmen gedeeld door het aantal te verdelen zetels. Dus als er 6 miljoen stemmen zijn uitgebracht, dan is het voor de Tweede Kamer voldoende om 40.000 stemmen (6 miljoen stemmen/150 zetels) te halen.

    De instelling van een kiesdrempel heeft een duidelijk doel: versnippering van het politieke landschap tegengaan. In de Tweede Kamer zitten sinds de laatste verkiezingen 13 partijen. Zes partijen hebben 5 of minder zetels. De vorige Tweede Kamer eindigde met 17 partijen – dat kwam vooral door de vele afsplitsingen.

    Toch speelt de discussie over de kiesdrempel in de formatie helemaal niet. De reden is eenvoudig. Het probleem ligt niet zozeer bij de kleine partijen, maar vooral bij grote partijen die elkaar uitsluiten. Bijna niemand wil met de PVV regeren (20 zetels), de SP (14 zetels) wil niet met de VVD. Maar iedereen wil weer een kabinet met een meerderheid in de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. In de praktijk betekent dit dat partijen in de ‘middengroep’, CDA (19 zetels), D66 (19 zetels), GroenLinks (14 zetels) of misschien de ChristenUnie (5 zetels) onmisbaar zijn voor een meerderheidskabinet. Het is voor het eerst in decennia dat vier partijen nodig zijn voor een meerderheidskabinet.

    Met een discussie over de kiesdrempel los je mogelijk de situatie op dat er veel kleine partijen in de Tweede Kamer terechtkomen. Maar het maakt de kabinetsformatie niet makkelijker.

  14. Wordt het niet tijd het land te besturen met een zakenkabinet?
    Vraag van: Augusta Hermans.
    Beantwoord door: Enzo van Steenbergen.

    Een logische vraag, in de Tweede Kamer ook vaak opgeworpen door Thierry Baudet, de leider van Forum voor Democratie (2 zetels). In een vorig artikel met vragen en antwoorden over de kabinetsformatie gingen we er al op in. Het antwoord in het kort: dat Nederlandse ministers en staatssecretarissen politici zijn is historisch zo gegroeid. Zij committeren zich samen aan een regeerakkoord, waardoor een werkbare situatie ontstaat.