Column

Wat als er een grote aanslag in Nederland komt?

Het is een pijnlijke visualisatie-oefening, maar ik merk steeds vaker dat ik haar ongemerkt aan het verrichten ben: wat als er een grote aanslag in Nederland komt? De gevolgen zijn misschien onvoorstelbaar, maar deze drie lijken me toch wel zo goed als zeker:

1. De daders blijken bekend bij onze inlichtingdiensten, er is zelfs voor ze gewaarschuwd door andere staten of bezorgde buurtbewoners.

2. Er vinden ineens allerlei invallen plaats bij sluimerende terreurcellen en tikkende extremisten. De opera van gebarricadeerde straten en gemaskerde schutters op de daken domineert een tijdje onze schermen.

3. Het kabinet kondigt, vlak na de stille tocht, een ‘stevig pakket’ anti-terreurmaatregelen aan. Extremistische propaganda zal van Nederlandse servers worden geweerd, salafistische moskeeën worden doorgelicht, enzovoorts.

Waarom dat zeker is? Omdat het in heel Europa zo ging, van Parijs tot Londen. Ik, argeloze onderdaan, vraag me dan af: waarom doen we niet gewoon alsof die aanslag er al geweest is? Het scheelt allicht wat kalveren als we de put alvast dempen.

Een mogelijke verklaring gaf buitenlandminister Bert Koenders, woensdagmiddag in debatcentrum De Balie. Koenders was in gesprek met wat gelijkgestemden, die net als hij vonden dat bij radicalisering de preventie het allerbelangrijkste is, dat we een „inclusieve samenleving” moeten zijn, en dus niet, zoals Theresa May wil, mensenrechten-wetten moeten gaan aanpassen als die in de weg staan bij terreurbestrijding.

Soms, heeft May toegelicht, is er wél bewijs dat iemand een gevaar vormt, maar is dit niet voldoende voor een rechtszaak. Hierbij stel ik me iemand voor die ineens fanatiek IS-propaganda gaat bestuderen, of staat te juichen bij terreuraanslagen. Zo iemand wil je voor de rechter kunnen krijgen.

In Nederland kwam het CDA met een initiatiefwet die het verheerlijken van terrorisme strafbaar stelt, zoals in Frankrijk. Nu kun je zeggen: verheerlijking van terrorisme is een mensenrecht, vrije meningsuiting, daar moeten we pal voor staan. Gedachten zijn niet strafbaar, maar een IS-vlag hijsen of juichen na Manchester of Londen is meer dan denken. Het is een solidariteitsverklaring aan een religieuze guerrilla, en daarmee een oproep tot grotere steun. Dat zwaar bestraffen kan weleens een effectiever middel zijn om beginnend radicalisme af te schrikken dan ons therapeutisch humanisme, dat extremisten blijft zien als hulpbehoevenden, ontspoorden.

Als daar wetswijzigingen voor nodig zijn, dan moeten we die niet schuwen. Laten we doen alsof die aanslag hier al geweest is, om te voorkomen dat hij hier komt.

Christiaan Weijts schrijft hier elke vrijdag een column.