Zwaaidochter

„Ik tel tot ik je niet meer kan zien; plus twintig tellen”, zei ik tegen haar. Zij stapte op haar fiets en ik telde. Een laatste zwaai en toen verdween ze in het tunneltje richting de brug. Ik voelde het co-ouderschap schrijnen en telde verder. Tot achttien. En toen! Toen kwam ze terug uit datzelfde tunneltje, zwaaiend, vol overtuiging dat ik er inderdaad nog steeds zou staan. Gelukkig en vol geluk stond ik daar, zwaaiend. En met mij stond de tijd een seconde voor eeuwig stil.

Lezers zijn de auteur van deze rubriek. U kunt een Ikje (max. 120 woorden) inzenden via ik@nrc.nl