Rivaal redt Spaanse bank voor één euro in testcase Europese bankenunie

Banco Santander en Banco Popular

Banco Santander, de grootste bank van Spanje, heeft woensdag nummer vier Banco Popular overgenomen. Santander betaalt de symbolische prijs van 1 euro voor zijn rivaal, die in grote problemen is.

De aankoop, in wezen een reddingsactie voor Banco Popular, is een voorbeeld van het nieuwe bankenregime in de eurozone, waarbij niet een overheid, maar de private sector de klappen van een falende bank op moet vangen. Na de financiële crisis van 2008 moesten veel eurolanden omvallende banken redden met publiek geld. Daardoor begonnen veel staten, zoals Ierland en Spanje zelf, te wankelen. Andere lidstaten moesten vervolgens bijspringen.

Banco Popular is de financiële crisis en de vastgoedcrisis in Spanje nooit te boven gekomen. De bank maakte over het afgelopen boekjaar 3,5 miljard euro verlies en heeft voor 37 miljard aan slechte leningen in de boeken staan. De overname werd onvermijdelijk nadat de Europese Centrale Bank, die toezicht houdt op de bankensector in de eurozone, dinsdag liet weten dat Banco Popular moest worden „afgewikkeld omdat het in de nabije toekomst niet aan zijn verplichtingen kan of zou kunnen voldoen”.

Klanten die hun geld weghaalden en een forse afwaardering door kredietbeoordelaar Moody’s op dinsdag droegen bij aan een koersval tot nog maar 32 cent per aandeel op de beurs, waarna een redding de enige uitweg werd. Beleggers in de aandelen van Popular zijn hun geld nu kwijt.

Santander, in Nederland vooral bekend als een van de drie banken die in 2007 ABN Amro kocht en in drieën deelde, zoekt in verband met de overname 7 miljard euro aan kapitaal, dat gaat bijdragen aan een reserve van 7,9 miljard om de slechte leningen van Popular op te vangen. Santander stelt dat zijn eigen kredietwaardigheid niet lijdt onder de overname.

Banco Popular is een grote speler in leningen aan het Spaanse midden- en kleinbedrijf. (NRC)