Raad van State torpedeert rondvaartbotenbeleid

Amsterdam

Nog voor het Amsterdamse rondvaartbotenbeleid van kracht is, vernietigt de Raad van State het al. „Een tegenslag.”

Foto Simon Trel

Het fundament onder het nieuwe Amsterdamse rondvaartbotenbeleid is weggeslagen door de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Die heeft woensdag, in een zaak die door reders was aangespannen, de in 2014 uitgegeven tijdelijke vergunningen vernietigd en bepaald dat de oude vergunningen voor onbepaalde tijd weer van kracht zijn.

Zo is het nieuwe vergunningstelsel voor de rondvaart in de Amsterdamse grachten, dat in een storm van verontwaardiging werd afgekondigd, naar de prullenbak verwezen, tweeënhalf jaar voor de eerste vergunning van kracht zou worden. Tegen de uitspraak van de Raad van State is geen hoger beroep mogelijk.

De uitspraak is niet alleen bestuurlijk pijnlijk voor het stadsbestuur, maar ook financieel. Naast de proceskosten die zij aan de tegenpartij moet vergoeden, kan de stad ook claims verwachten van reders die zo’n 1.100 euro per boot aan leges hebben betaald om de vergunning aan te vragen, plus kosten die zijn gemaakt voor bouwtekeningen en juridisch advies.

In een reactie spreekt het stadsbestuur van een „tegenslag” en vat verantwoordelijk wethouder Udo Kock (D66) de situatie kernachtig samen: „College en raad zien zich [...] voor een belangrijke keuze gesteld: gaan we op zoek naar een andere manier om vast te houden aan ons volumebeleid om zo de drukte te beteugelen of geven we de rondvaartmarkt vrij?”

Het volumebeleid is de beperking van de rondvaart op de Amsterdamse grachten. Die wens dateert al van 2013, toen de gemeenteraad unaniem de nota Varen in Amsterdam aannam. Doel daarvan is de regulering van de grachtenvloot. Daar kwam ook het argument bij dat de rondvaartbranche met zijn vergunningen voor onbepaalde tijd in feite een gesloten markt was. Met tijdelijke vergunningen krijgen nieuwe ondernemers een kans. Die uitgangspunten zijn volgens de uitspraak van de Raad van State niet onrechtmatig. De raad vindt wel het gehanteerde criterium voor de beperking onhoudbaar.

De nota, die wethouder Kock uitvoerde, stelde dat de vrije en veilige doorgang met name werd bemoeilijkt door grotere boten. Zodoende kwam de gemeente tot een scheiding tussen schepen naar lengte. Voor 14 meter en langer werd het aantal vergunningen beperkt. Daarop werd een gewogen loting georganiseerd, waarbij de boten punten kregen, onder meer voor lengte en duurzaamheid. Ook werd rekening gehouden met de vraag of een boot ‘beeldbepalend’ is.

Het lengtecriterium is niet valide, volgens de Raad van State. Door de stuurinrichting te moderniseren – de uitspraak noemt ‘boegschroef’ of ‘roerpropeller’ – zou zo goed kunnen worden gemanoeuvreerd, dat lengte niet ter zake doet.

Bij de reders ging de champagne rond, zegt Bastiaan Peters van Amsterdam Boats, die maar met een fractie van zijn vloot was ingeloot. Hij heeft zijn personeel kunnen geruststellen. „We kunnen weer naar de toekomst kijken en investeren.” Hij is niet bang voor concurrentie als de gemeente de rondvaartmarkt vrij geeft. „De vraag is: hoeveel kunnen de grachten aan?”