Psychiaters zien verval jeugd-ggz

Enquête

240 kinderpsychiaters uiten grote zorgen en willen af van het juk van de gemeenten.

Foto ANP

Kinderpsychiaters signaleren een teloorgang van hun vak nu het onder gemeentelijke verantwoordelijkheid valt. En kindpatiënten zelf ondervinden van die decentralisatie voortdurend nadelige gevolgen.

Dat zeggen 240 kinder- en jeugdpsychiaters in een deze woensdag te publiceren enquête van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP). De NVvP noemt de respons opvallend hoog: de 240 vormen ongeveer de helft van alle kinder- en jeugdpsychiaters in het land, en eerdere enquêtes van de vereniging de laatste jaren kenden een respons van ruim onder de honderd. Het laat volgens de NVvP zien „hoezeer de kinderpsychiaters ervaren dat hun professie in de kern is geraakt”.

Gevraagd naar knelpunten berichten de psychiaters uitgebreid over de sluiting of inkrimping van kinderpsychiatrische afdelingen van ggz-instellingen, over minder bedden in de opvang voor suïcidale adolescenten, voor kinderen met autisme, met eet- en hechtingsstoornissen, met psychische trauma’s. Op elkaar ingespeelde teams van psychiaters, psychologen en maatschappelijk werkers binnen ggz-instellingen vallen uiteen door ontslagen als gevolg van gemeentelijke bezuinigingen. Wachtlijsten lopen zo op, dat psychiaters op zoek naar een specialistische behandelplek geregeld moeten leuren met kinderen. Die belanden niet zelden in instellingen ver buiten de eigen provincie.

‘Echt rampzalig’

„Nederland krijgt op dit gebied de status van een ontwikkelingsland”, zegt Dirk Vandenberghe, een kinder- en jeugdpsychiater die in Noord-Brabant en Limburg werkt als vrijgevestigde en bij meerdere instellingen. Vandenberghe is 74 jaar, zit sinds 1973 in het vak en heeft tal van hervormingen in zijn medisch specialisme meegemaakt. „Veranderingen horen erbij. Maar dit keer vrees ik echt dat het rampzalig wordt. Vooral voor de kinderen zelf.” Niet alleen de wachtlijsten baren hem zorgen, maar ook de „bemoeienis van de gemeente” met zijn vak. „Ik heb meegemaakt dat een gemeentelijk wijkteam niet instemt met de behandeling van een kind met ADHD, omdat het team vond dat eerst de route moest worden bewandeld van hulp aan het gezin rondom het kind.” Kinder- en jeugdpsychiater Emma van der Meulen: „Er wordt vaak vergeten dat wij te maken hebben met ernstig hersenzieke kinderen. Problemen thuis ontstaan vaak puur door zo’n ziekte. Ik heb geweldige ouders gezien van kinderen met extreme gedragsproblemen.”

Kinderpsychiatrie kent sinds de decentralisatie een andere status dan andere medisch specialismen, zegt de beroepsgroep. Groot pijnpunt is het feit dat een kind uit gemeente A een minder groot beroep kan doen op psychiatrische zorg dan een kind uit gemeente B, puur vanwege een verschil in lokale budgetten. „Die willekeur is idioot”, zegt kinder- en jeugdpsychiater Renée Arnold. „Het staat haaks op je artseneed. Dat knaagt aan je, als arts. En je bent niet bij machte er iets aan te doen. Het is dé manier om mensen de beroepsgroep uit te jagen.” Zes op de tien kinderpsychiaters zeggen collega’s te kennen die na 2015 zijn gestopt met hun vak, bijvoorbeeld door over te schakelen naar de volwassenenpsychiatrie.

Lees meer over de situatie bij jeugdpsychiaters: Jeugdzorg krijgt klap op klap

Bijna alle kinderpsychiaters willen af van het juk van gemeenten, bijvoorbeeld via landelijke afspraken. Ruim 54 procent van de beroepsgroep bepleit een terugkeer naar de situatie van vóór 2015, toen de kinderpsychiatrie onder de zorgverzekeraar viel.