Van Rijn: hulp komt niet aan bij mantelzorger

Gemeenten geven mantelzorgers vaak onvoldoende ondersteuning, hoewel ze daar volgens de wet toe verplicht zijn, zegt Van Rijn in Tweede Kamer.

Foto ANP / Piroschka van de Wouw

Gemeenten geven mensen die voor een zieke geliefde zorgen vaak onvoldoende ondersteuning, hoewel ze daar volgens de wet toe verplicht zijn. Dit zei staatssecretaris Martin van Rijn (Zorg, PvdA) woensdag tijdens een debat over mantelzorgers, waarvan er 4 miljoen zijn in Nederland. De Tweede Kamer toonde zich zeer geschrokken over recent onderzoek van het VUmc. Daaruit bleek dat veertig procent van de mensen die zorgt voor een geliefde met dementie daar depressieve klachten van krijgt. Een op de twintig mantelzorgers denkt zelfs weleens aan zelfmoord.

Er zijn de afgelopen jaren vanuit de overheid vele maatregelen getroffen om mantelzorgers te ontlasten. Sinds 2015 zijn gemeenten verplicht om mantelzorgers te helpen met vervangende zorg als zij behoefte hebben aan een ‘pauze’. Gemeenten moeten bovendien zorgen dat bij een gesprek waarin bepaald wordt hoeveel zorg iemand krijgt (‘keukentafelgesprek’) de positie van zorgende familie of vrienden wordt betrokken. Er is een plan ‘dementiezorg voor elkaar’ en een ‘actieplan casemanagement dementie’ waarin staat dat dementerenden over een persoonlijke begeleider moeten kunnen beschikken.

‘Situatie op papier niet slecht’

Het zijn maatregelen, zo schreef Van Rijn eerder aan de Tweede Kamer, die cruciaal zijn om “de kwaliteit van leven van de mantelzorger” te verbeteren. Vrijwel alle Tweede Kamerleden concludeerden dat de hulp formeel weliswaar is geregeld, maar in de praktijk slecht uit de vorm komt.

„De situatie ziet er op papier niet eens zo slecht uit”, zei GroenLinks-Kamerlid Corinne Ellement. Maar, zei ze, dan moeten gemeenten het wel uitvoeren.
Slechts twintig procent van de dementerenden, zei Carla Dik-Faber (ChristenUnie), vindt een persoonlijke begeleider - die de mantelzorger kan ontlasten. „Hoe kan dat”, vroeg ze zich af.

VVD-Kamerlid Sophie Hermans wees bovendien op onderzoek van het Nationaal Zorgpanel, waaruit blijkt dat in 2016 slechts een derde van de mantelzorgers gebruik maakt van vervangende zorg als ze dat zelf even niet meer aankunnen. Meer dan 70 procent van de mantelzorgers die er geen gebruik van maakt, heeft er wel behoefte aan. Hermans: „Mensen kennen de mogelijkheden onvoldoende of weten niet hoe ze het moeten regelen.”

Fleur Agema, Tweede Kamerlid voor de PVV: „Professionele handen moeten de zorg van mantelzorgers overnemen op het juiste moment, dus voordat mantelzorgers overbelast raken, of erger, aan zelfmoord denken.”

Het leidde tot een pijnlijke conclusie voor staatssecretaris Van Rijn: „Nodigen gemeenten mantelzorgers wel nadrukkelijk uit? Geven ze voldoende informatie over wat de mogelijkheden zijn? Is iedereen daarmee bekend? Ik vind dat daar nog echt tandjes bij kunnen.”

Van Rijn gaat met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en mantelzorgkoepel Mezzo onderzoeken welke gemeenten nog niet aan hun wettelijke verplichting voldoen.