Moderne mens blijkt veel ouder

Menselijke evolutie

Met een nieuwe vondst op een onverwachte plek, Marokko, bestaat Homo sapiens ineens veel langer dan altijd gedacht.

Incomplete schedel (boven), recent gevonden in Jebel Irhoud, en een reconstructie op basis van meerdere fossielen. Beeld Sarah Freidline / Philipp Gunz, MPI-EVA

De moderne mens Homo sapiens is niet 200.000 jaar oud, maar zeker 300.000 jaar. Dat blijkt uit recent gevonden fossielen, die woensdagavond zijn gepresenteerd in Nature. En die fossielen zijn ook niet gevonden waar je ze zou verwachten. Ze komen uit Marokko, niet uit Oost-Afrika, de regio die al decennia wordt beschouwd als de geboortegrond van de moderne mens.

Een groep onderzoekers rond paleoantropoloog Jean-Jacques Hublin (van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig) kreeg in 2004 toegang tot de vindplaats Jebel Irhoud. Dat is een barietmijn op een heuvel in de West-Marokkaanse woestijn. In de jaren zestig waren er al een menselijke schedel en beenderen gevonden.

Hublins internationale team ontdekte in de groeve onverstoorde aardlagen met menselijke fossielen. Zij vonden resten van ten minste vijf individuen en veel werktuigen van vuursteen. De belangrijkste vondsten zijn delen van een schedel, een zeer goed bewaarde onderkaak en een groot aantal tanden. Bovendien lukte het om de vuurstenen werktuigen, en een al eerder gevonden kaak, te dateren, via twee verbeterde methoden.

Daaruit rolt dat de beenderen maar liefst 350.000 à 280.000 jaar oud zijn. De beenderen lijken vooral in het gezicht sterk op moderne Homo sapiens. De schedels zijn wel minder bol en langer aan de achterkant.

Lees ook over deze evolutionaire verrassing: primitieve naledi-mens was tijdgenoot van moderne mens

Tot nog toe waren de oudste beenderen die zonder aarzeling aan Homo sapiens worden toegeschreven, 195.000 jaar en 160.000 jaar oud, van twee vindplaatsen in Ethiopië. Dat er nu juist in Marokko – 5.000 km van Ethiopië – veel oudere beenderen te vinden zijn van de moderne mens, werpt een nieuw licht op de oorsprong van Homo sapiens. „Er is geen Hof van Eden in Afrika”, zei Hublin dinsdag op een persconferentie. „De Hof van Eden is zo groot als Afrika.”

Verdeeldheid

Onder vakgenoten ontstond meteen verdeeldheid over die stellingname. Zijn vakgenoot John Hawks (University of Wisconsin, VS) reageerde per e-mail dat hij dat standpunt „echt extreem” vindt. „Tot we weten welke voorouders van de moderne mens er in Afrika bestonden, kunnen we niet zeggen hoe en waar moderne mensen zich ontwikkelden.”

Maar noch hij, noch de invloedrijke paleoantropoloog Chris Stringer (Natural History Museum, Londen) twijfelt aan de opvallende datering van de Marokkaanse fossielen. Daarom zullen ze de komende jaren zeer belangrijk zijn voor het debat over de oorsprong van de moderne mens.

In genetische stambomen is de tak waaruit Homo sapiens ontstond, minstens 500.000 jaar oud. Daarna ontstonden de eerste kenmerken van de moderne mens. Maar sapiensachtige beenderen in Afrika uit de vroege periode zijn schaars. Behalve de nieuwe uit Jebel Irhoud is er niet één met zekerheid gedateerd. Ook is er van geen enkel menselijk fossiel uit Afrika DNA bewaard. Hublin: „Natuurlijk hebben we het geprobeerd. Maar het is er te heet, en de botten zijn te oud.”

De grote vraag die nu aan de orde is, is: hoe evolueerde de moderne mens? Hublin benadrukte dinsdag tijdens de persconferentie meermalen dat zijn fossielen weliswaar „heel vroege vormen van Homo sapiens” waren, maar geen „moderne mensen”.

Volgens Hublin waren mensen zoals die uit Jebel Irhoud 300.000 jaar geleden al over heel Afrika verspreid, en droegen al die groepen bij aan „de complexe evolutionaire geschiedenis van Homo sapiens”. In koele, natte periodes konden mensen zelfs door de Sahara migreren.

Op veel plaatsen in Afrika zijn stenen werktuigen gevonden uit de Middensteentijd die lijken op die uit Jebel Irhoud. En Hublin ziet een verwantschap met mogelijk 260.000 jaar oude schedeldelen uit Zuid-Afrika (Florisbad). Volgens hem ontstond de moderne mens die 70.000 jaar geleden de rest van de wereld betrad uit de culturele en genetische wisselwerking tussen al die Afrikaanse groepen.

Maar zover willen zijn vakgenoten nog niet gaan. Chris Stringer en zijn collega Julia Galway-Witham, die een commentaar bij de studies in Nature schreven, zien ook wel gelijkenissen met Florisbad, maar volgens hen kan dat overeenkomstige uiterlijk ook een gemeenschappelijke erfenis uit het verleden zijn. „We hebben momenteel geen gegevens over contact tussen mensen door de Sahara in die periode.” Misschien leefden de mensen van Jebel Irhoud wel geïsoleerd, werpen ze op.

Volgens John Hawks verdient het werk dat Hublin heeft gedaan navolging: teruggaan naar oude vindplaatsen voor zover dat nog mogelijk is, om nieuw materiaal te verzamelen en dateringen te verbeteren. Alleen dan is de „complexe evolutie” van de mens te begrijpen. „We hebben nog veel meer nieuwe ontdekkingen nodig.”