Recensie

Met ‘The Nation’ levert Eric de Vroedt diepgravend entertainment

Foto Sanne Peper

Zijn nieuwe zesdelige theaterserie The Nation pitchte Eric de Vroedt als Netflix op het toneel. Een gehaaide slogan – er is een marketeer aan hem verloren gegaan. Maar het was geen holle frase, zo bleek toen maandagavond op het Holland Festival de eerste drie delen van deze theaterthriller van Het Nationale Theater in première gingen. We zijn pas halverwege, maar wat een mooi project!

De Vroedt, schrijver én regisseur van de stukken, benut in The Nation volop eigenschappen van tv-series: cliffhangers, knisperende, vlotte dialogen, kruisende verhaallijnen en haakse bochten in het gedrag van personages. Alles om te verrassen en te frapperen, want heel veel is niet wat het aanvankelijk lijkt te zijn. (Dit artikel moet dan ook laveren om de spoilers heen.)

De Vroedt koppelt die verworvenheden van televisie moeiteloos aan de mogelijkheden van theater: meerdere scènes tegelijk op de vloer, confronterend op het publiek spelen, en de afwisseling van video op beeldschermen en live optreden.

Elk van de drie delen heeft een eigen karakter. Het eerste deel bouwt op als een politieserie, een whodunnit met veel ruimte voor comedy: de 11-jarige Ismaël is ontvoerd en een rechercheur uit Amsterdam komt op het Haagse politiebureau intern onderzoek doen, omdat het jongetje daar het laatst is gezien. Deze Mark (Bram Coopmans) verdenkt motoragent David (geweldige rol van Mark Rietman als Haagse patjepeeër), die Ismaël heeft opgepakt en naar eigen zeggen weer vrijgelaten.

Opinies knallen van meet af aan frontaal op elkaar. De Vroedt verspeelt geen tijd met het op scherp zetten van het grote, actuele thema van zijn stuk: de botsing van culturen, die zich uit in onderhuids en openlijk racisme, en in het kleineren van andersdenkenden. Zo blaft David dat hij Ismaël alleen maar heeft gegeven wat de jongen altijd heeft gemist: „Opvoeding!”. Een suggestie in één woord, die veel zegt over zijn vooroordelen, zijn hypocrisie en zijn witte superioriteitsdenken.

Foto Sanne Peper

De op eigentijdse wijze complexe familiesamenstelling van Ismaël maakt dat veel mensen zich om zijn lot bekommeren: hij heeft blanke, Nederlandse adoptieouders en een zwarte moeder van Malinese herkomst (Mariam). Nadat zijn Bosnische vader Mariam verliet, gaf zij Ismaël af ter adoptie, samen met zijn oudere halfbroer Damir, kind van dezelfde vader, maar van een inmiddels overleden moeder.

Deze Damir is salafist. Tegenover de racistische agenten staat zijn extremisme: hij verzet zich tegen de wijnbar voor moslima’s die zijn stiefmoeder Mariam wil openen in hun wijk en beroept zich daarbij op een soera uit de Koran die zich tegen alcohol uitspreekt. Een wijnbar is haram. Het conflict tussen Damir en zijn stiefmoeder groeit in deze drie delen uit tot het cruciale drama. Is Damir gewelddadig en ‘gehersenspoeld’ of verzet hij zich alleen tegen zijn gevoel als ‘tweederangs mens’ te worden behandeld?

In deel twee worden de tegenstellingen tot op het bot uitgespeeld in een talkshow. Het is tv kijken in het theater en ook in dat opzicht is The Nation bijdetijds drama. Het is een brutale zet van De Vroedt, maar moeiteloos accepteer je dat je een uur lang naar pratende mensen rond een tafel kijkt.

De adoptieouders Iris en Alexander blijken dermate cultuurrelativerend dat ze hun aangenomen kinderen hebben aangespoord tot koran lezen en moskeebezoek, omdat de islam het geloof van hun vader is. Hoon is hun deel. Mariam vertelt dat ze bang is voor Damir. Maar als ze zegt dat hij haar uitschold voor ‘kapha’, hoer, blijkt dat ze bedoelt dat hij haar zo had kunnen noemen. Het is een subtiele hint dat zij, net als andere, al even onbetrouwbare personages, misschien niet per se op haar woord moeten worden geloofd.

Maar ze krijgt bijval aan tafel van politicus John, lid van Het Nederlands Nationale Front, een onverhulde variant op de PVV, die de „enge elitekliek” wil vernietigen en Damir „een drager van een levensgevaarlijk virus” noemt.

Om de angstcultuur concreet te maken, had De Vroedt een ijzersterke ingeving: hij bedacht dat Den Haag een nieuwe wijk krijgt, Safe City, een met scanners beveiligd en volledig afgesloten gebied. De discussie over deze publiek-private onderneming (nota bene van de politie) vormt een nieuwe verhaallijn, waarin de linkse politicus Wouter botst over corruptie met ondernemer Sjaak van der Poot. Van der Poot slaat terug door de homoseksuele Wolf verdacht te maken van de ontvoering van Ismaël.

Het zijn de acteurs met hun emotionele gelaagdheid en eigenheid die je bij de strot pakken en de materie leven inblazen

In deel drie worden vier verhaallijnen verder op persoonlijk niveau uitgewerkt, en borrelen achtergronden en (valse) motieven op. Voor elke verhaallijn is een deel van de vloer beschikbaar. Hier verslikt De Vroedt zich in zijn poging vaart in de voorstelling te houden door de scènes gelijktijdig te tonen en hardhandig door elkaar te snijden, met soms zelfs al een overgang na één zin. Het is niet dat je als kijker de draad kwijt raakt, want zijn regie blijft glashelder, maar je verliest wel het contact met de acteurs.

Dat valt des te meer op bij de eindscène, die wel in alle rust gewijd is aan het gesprek dat Damir en Mariam eindelijk voeren. De ondoorgrondelijke, harde Damir verzacht en Mariam verzet zich, wantrouwig, tegen de toenadering. Dit ontroerende slotstuk is ook de kroon op het fabuleuze spel van het ensemble. De Vroedt verricht niet alleen als schrijver en regisseur een klein wonder, hij stuwt zijn spelers ook nog eens op tot groots acteren.

Want de geoefende krantenlezer mag wellicht denken dat hij het maatschappelijk debat over islam, integratie en racisme herkent, en genoeg weet van wijkteams, mislukte politiereorganisaties en gated communities, maar dat geldt alleen in abstractie. Het zijn de acteurs met hun emotionele gelaagdheid en eigenheid die je bij de strot pakken en de materie leven inblazen.

Romana Vrede overtreft als Mariam ruimschoots haar voor een Theo d’Or genomineerde rol in RACE, eerder dit seizoen. Als ze in deel één met afgedwongen kalmte ‘Où est mon petit garçon?’ fluistert, breekt ze al je hart. Haar labiele stem, die makkelijk uitschiet, sluit naadloos aan bij de ongrijpbaarheid, hulpeloosheid en mogelijke doortraptheid van haar personage, dat vecht voor haar vrijheid. Als een stem een kleur kan hebben dan is de hare donkerblauw, met een groot bereik in het rood en roze.

Bijna alle acteurs tonen hun veelzijdigheid in dubbelrollen. Vanja Rukavina is indrukwekkend gevaarlijk en welbespraakt als Damir. Anniek Pheifer schittert in twee komische rollen: als agente met sarcastische terzijdes en als bloedirritante talkshowpresentator die bij alles afsluit met: ‘Ik kan zien dat het je diep raakt.’ Hein van der Heijden is knap als de in het nauw gedreven politiechef, die pragmatisme stelt boven striktheid en in alle wanhoop over Damir schreeuwt: ‘Het is een kutsalafist, maar wel onze kutsalafist.’ Alleen zijn rol als de homoseksuele politicus zet hij te vet aan met nichterige gebaartjes.

Last but not least een shout-out, zoals zijn personage Beer het zou noemen, naar Saman Amini. Deze Haagse treitervlogger is – in door Joeri Vos geschreven teksten – een Shakespeareaanse rijmkoning, die in interventies op scherm zijn giftige bijdrage levert. De omlijsting door deze vlogs is een goed voorbeeld van hoe rijk en compleet, en hoe venijnig en raak The Nation op elk niveau is. Een fenomenale voorstelling.