Leraren willen nu écht minder druk, beter salaris en meer collega’s

Onderwijs Actiegroep PO-front wil dat leraren in het basisonderwijs op 27 juni een uur staken. „De kwaliteit staat onder druk.”

Foto iStock

Leerlingen in het basisonderwijs krijgen op dinsdag 27 juni het eerste uur vrij. Met die actie willen onderwijzers van basisscholen aandacht vragen voor het dreigende lerarentekort, de hoge werkdruk en het lage salaris. Het wordt tijd dat de politiek „eindelijk gaat luisteren” naar onderwijzers en scholen, kondigde actiegroep PO-front aan. „Onderwijs is het fundament van onze samenleving, maar de kwaliteit staat onder druk.”

Werkdruk

Het beroep van leraar is onaantrekkelijk geworden, vindt het PO-front, een samenwerkingsverband van ontevreden onderwijzers, vakbonden en onderwijsorganisaties. Dat heeft te maken met de hoge werkdruk waarmee onderwijzers te maken krijgen. Leraren hebben te weinig tijd om lessen voor te bereiden, moeten te veel administratieve taken uitvoeren en staan voor te grote klassen.

Het gevolg is dat veel leraren bezwijken onder de stress. In een recente enquête van onderzoeksinstituut TNO gaf ruim één op de vijf docenten aan last te hebben van een burn-out. In geen enkele andere beroepsgroep lag dat percentage zo hoog. „Dat maakt het werk niet aantrekkelijk voor mensen die een baan in het onderwijs overwegen”, aldus de actievoerders.

Salaris

Tegelijkertijd speelt ook het lage salaris een rol. Onderwijzers in het basisonderwijs krijgen minder betaald dan tweedegraads docenten op het voortgezet onderwijs. En dat verschil is de laatste tien jaar alleen maar groter geworden, blijkt uit cijfers van het Research Centre for Education and the Labour Market (ROA) uit Maastricht. Bruto verdient de doorsnee docent op een middelbare school ruim 20 procent meer.

Het salaris voor onderwijzers heeft wel vaker gekneld. Er zijn in het verleden goede voornemens en beloftes geweest tot loonsverhoging. Maar daarvan kwam het na economische recessies niet. Volgens berekeningen van het ROA daalde het uurloon in koopkracht tussen 1995 en 2014 van 13 euro naar 12,50 euro.

In 2001 maakte het kabinet-Kok II 2,1 miljard euro extra vrij voor loonsverhoging, maar bij economische tegenwind daarna werd door het kabinet-Balkenende I de nullijn weer ingesteld. In 2007 pleitte de commissie-Rinnooy Kan – die een oplossing moest bedenken voor het lerarentekort – voor hogere salarissen, waarover een jaar later afspraken werden gemaakt in een lerarenconvenant. Maar op de recessie van herfst 2008 volgde jarenlange bevriezing van de salarissen. Vorig jaar kwam er een kleine reparatie met een loonstijging van bijna 4 procent.

Internationaal

Ten opzichte van andere ontwikkelde landen komen onderwijzers er in Nederland daarmee bekaaid af. Uit cijfers van samenwerkingsorganisatie Oeso blijkt dat je in Nederland om het inkomen geen onderwijzer hoeft te worden. Internationaal gezien verdienen Nederlandse onderwijzers weinig vergeleken bij andere werknemers met een hbo- of wo-opleiding. Tussen alle keuzemogelijkheden leidt een opleiding aan de pabo in Nederland tot een baan met een relatief laag salaris.

Weliswaar ligt het startsalaris, gerekend naar koopkracht, boven het gemiddelde van de Oeso-landen. Maar het is ongeveer 68 procent van het Nederlandse mediane loon voor hoog opgeleide starters, vergeleken met een Oeso-mediaan van 81 procent van het gemiddelde inkomen van hoogopgeleide starters. In de meeste andere ontwikkelde landen worden onderwijzers dus relatief beter betaald.

Aanzien

Met de salarissen is ook de status van de onderwijzer gedaald. Stond hij in 1982 nog op de 42ste plaats van de beroepenladder, nu is dat de 69ste plaats, blijkt uit een onderzoek van het ROA onder leiding van hoogleraar Demografische Transitie Frank Cörvers. De onderwijzer staat twee plaatsen boven de secretaresse, één boven de boekenhouder en direct onder de verzekeringsagent en de bedrijfsleider van een restaurant. Volgens het ROA komt dat door de dalende beloning, de feminisering en de vergrijzing van de basisschoolleerkrachten.

Populariteit

Dat de populariteit van het beroep daalt, is te zien in het aantal studenten dat begint aan een opleiding tot docent basisonderwijs. In het schooljaar 2014-2015 – de laatst beschikbare cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek – ontvingen pabo’s iets meer dan 5.700 inschrijvingen, tegenover 8.000 of 9.000 tien jaar eerder. Na verhoging van de toelatingseisen zakte dat aantal tot 3.900 in het jaar 2-15/2016. Voor 2016-2017 zijn dat er 4.200

Door de beperkte instroom dreigt een flink tekort aan juffen en meesters, als in de toekomst steeds meer oudere onderwijzers met pensioen gaan. Volgens berekeningen van onderzoeksbureau CenterData zijn er over twee jaar al zeker 1.000 basisschoolleraren te weinig. In 2021 kan dat oplopen tot bijna 5.000.

Politiek

Toch lijkt de politiek zich vooralsnog niet al te veel zorgen te maken over de onvrede bij basisschooldocenten. Tijdens een debat vorige maand gaf demissionair staatssecretaris Sander Dekker van Onderwijs (VVD) nog aan dat hij het verdedigbaar vond dat tweedegraads docenten aan het voortgezet onderwijs meer verdienen dan hun collega’s in het primair onderwijs. „Dat heeft soms ook met zwaarte te maken. Je kijkt niet alleen maar naar opleiding.  Een klas met pubers, kinderen die wat ouder zijn, is ook weer net wat anders.”

In 2013 waarschuwde de PO-raad al eens voor grote klassen. NRC zocht toen uit hoe erg een grote klas is

Ook gaf Dekker aan dat klassen – nu gemiddeld 23 leerlingen – niet per se kleiner hoeven voor hem. Die keuze ligt wat de VVD’er betreft bij de scholen zelf: zij krijgen budget waarmee ze ‘redelijke klassen’ kunnen inrichten. Scholen moeten dan zelf kiezen: grotere klassen met ondersteunend personeel, of iets kleinere klassen zonder.

Protest

Omdat de politiek volgens het PO-front de ernst van de situatie niet lijkt te beseffen, stelt de actiegroep nu een ‘prikactie’ voor. De organisatie roept alle basisscholen op om op 29 juni een uur later open te gaan. In dat uur zouden scholen iets ludieks kunnen organiseren, zoals proberen zo veel mogelijk kinderen in één klaslokaal te stoppen of kinderen en ouders te vragen om overwerkte docenten te vertroetelen.

Daarnaast zijn de actievoerders een petitie gestart die ze aan het einde van de actiedag willen aanbieden aan demissionair premier Rutte. Het PO-front hoopt op 100.000 handtekeningen. Na ongeveer een dag was ruim een kwart daarvan al binnen.