Recensie

In deze oorlog geen propaganda of patriottisme

Er zijn weinig films die zo scherp laten zien hoe zinloos en ongemotiveerd de meeste oorlogen zijn als The Wall, terwijl de film tegelijkertijd ook weer niet nadrukkelijk een anti-oorlogsboodschap uitdraagt. Politiek, patriottisme en propaganda ontbreken zo goed als geheel in dit kleine auteursdrama van regisseur Doug Liman (bekend van grotere spektakels als Edge of Tomorrow en The Bourne Identity). Hij neemt ons mee naar een naamloos stuk woestijn waar tijdens de Irakoorlog buitenlandse investeerders onder vuur zijn genomen door een beruchte scherpschutter. Sergeant Shane Matthews (worstelaar en acteur John Cena) en zijn ‘spotter’ Allan Isaac (Aaron Taylor-Johnson) moeten orde op zaken stellen.

Waarom de twee Amerikanen in Irak zijn achtergebleven, en wat hun missie is, wordt nooit helemaal duidelijk. Dat tilt de film in de richting van het absurdisme van Danis Tanovic’s Bosnische oorlogskomedie No Man’s Land (2001), of het nihilisme van Werner Herzogs Rescue Dawn (2006), dat ging over een neergeschoten piloot tijdens de Vietnamoorlog.

Feitelijk kijken we de hele film lang naar een man achter een muurtje die zo goed als in real time door een onzichtbare vijand onder vuur wordt genomen. Hij is gegijzeld in de open ruimte. Er volgt een kat-en-muis-spel, gezien vanuit het perspectief van de muis.

Inderdaad: het Amerikaanse leger heeft hier de rol van underdog. De spanning wordt tot het uiterste opgevoerd, tegelijkertijd is er door het ontbreken van enig achtergrondverhaal bijna geen identificatie of empathie met de personages mogelijk en past de gezichtsloze vijand naadloos in een naar paranoia neigend wereldbeeld.

Het extreem cynische einde is ongewoon voor een Amerikaanse film uit een groot mediaconglomeraat en is veelzeggend voor de artistieke risico’s die de filmdivisie van streaminggigant Amazon, de producent van de film, momenteel durft te nemen.