Geen onschuldig vermaak, die mummies

The Mummy

Een mummie die tot leven komt is al honderd jaar populair in de bioscoop. Dit keer moet Tom Cruise het opnemen tegen een wraaklustige levende dode.

‘It comes to life!’ staat er op het affiche van The Mummy uit 1932. Het slaat op het tot leven komen van de mummie, gespeeld door horror-icoon Boris Karloff.

Anno 2017 kun je de slogan ook toepassen op de wederopstanding van de aloude monsters van filmstudio Universal. Die beoogde herrijzenis begint met The Mummy, zowel een ‘reboot’ van de klassieker uit 1932 als van de mummie-trilogie die Universal tussen 1999 en 2008 maakte. In navolging van het succesvolle Marvel Cinematic Universe (Iron Man, Captain America, Spider-Man) begint Universal de ‘Dark Universe’, een reeks monsterfilms die de komende jaren geproduceerd wordt en waarin Frankenstein, The Invisible Man en Dr. Jekyll zullen terugkeren.

De monsters krijgen hun eigen film, maar ze worden ook af en toe samengebracht. Zo zit in The Mummy het personage Dr. Jekyll (Russell Crowe), de leider van de mysterieuze multinationale organisatie Prodigium. Het is de bedoeling dat Prodigium in alle films uit het ‘Dark Universe’ voorkomt. Die interactie tussen monsters is allerminst nieuw en gaat terug tot de jaren veertig, met films als Frankenstein Meets the Wolf Man.

Dat nu met The Mummy wordt begonnen, een van de minst bekende Universal-monsters, is te danken aan producent Sean Daniel. Hij werkt al sinds 1985 bij de studio. Als kind raakte Daniel gefascineerd door mummies, en die fascinatie is nooit voorbijgegaan. Daniel zei over zijn meest geliefde griezelfiguur: „Ze spreken tot de verbeelding omdat het over leven en dood gaat, en wie daar de macht over heeft. Het is mysterieus, duister, opwindend en eng.”

Lees ook de recensie van The Mummy: Vervloekte Cruise grapt met ondoden

Vloek van de farao

Sean Daniel is niet de enige die in de greep raakte van mummies. De fascinatie voor Egypte gaat ver terug en werd bijna een eeuw geleden hevig aangewakkerd toen de Britse archeoloog Howard Carter in 1922 het graf van de jong gestorven farao Toetanchamon ontdekte. Dat leidde tot ware mediahysterie. De mummie-manie en Egypte-gekte lieten overal hun sporen na: in de mode, architectuur – zie ook bioscooppaleizen als het Amsterdamse Tuschinski – en de populaire cultuur.

Vooral de vloek van de farao sprak tot de verbeelding: het idee dat een mummie wraak neemt op diegene die ondanks waarschuwende spreuken zijn graftombe heeft ontheiligd. Zo’n vloek was volgens velen de oorzaak van de dood van Lord Carnarvon, de financier van Carters expeditie. Een staaltje nepnieuws, maar het feit dat Carter zelf de vloek wel overleefde, deed er niet toe.

De romantische legenden leidden tot een stroom boeken en films met mummies. In 1955 was de tijd dan ook rijp voor een parodie van twee destijds bekende komieken op de mummiefilm: Abbott and Costello Meet The Mummy. Daarna begon de hele cyclus met de Britse Hammer-horrorversie van The Mummy in 1959 gewoon opnieuw.

Behalve om ‘de vloek’ draait het bij de populariteit van de mummie om allerlei tot de verbeelding sprekende raadsels en mysteries. Zo duurde het eeuwen voordat hiëroglyfen ontcijferd werden, worden er nog steeds programma’s gemaakt over hoe de Egyptenaren toch hun piramides hebben kunnen bouwen en is het esoterische Egyptische Dodenboek een bron van raadsels, die nog lang niet allemaal zijn ontsluierd. Al die mysteries en fascinaties komen samen in de figuur van de mummie.

Geromantiseerde reïncarnatie

De mummie belichaamt ontzag voor de dood, het herboren worden in de onderwereld en geloof in reïncarnatie. Reïncarnatie wordt in The Mummy (1932) geromantiseerd tot het idee van liefde door de eeuwen heen.

In een prachtige sequentie waarin mummie Imhotep in 1922 na het per ongeluk uitspreken van een spreuk weer tot leven wordt gewekt, gaat hij vermomd als Ardath Bey in hedendaags Kairo op zoek naar zijn oude geliefde Anck-es-en-amon. Hij meent haar te herkennen in de Britse Helen. Imhotep wil haar doden, mummificeren en vervolgens meenemen naar het dodenrijk maar zij roept de godin Isis aan om zijn hypnotische krachten te kunnen weerstaan.

Mummiefilms raken ook aan kwesties als westers imperialisme. Egypte werd eeuwenlang bezet door de Ottomanen, Fransen en Britten. Vanuit het perspectief van de overheersers zijn oosterse landen vaak afgeschilderd als duistere gebieden, met sensueel gesluierde vrouwen, exotische farao’s en Arabische sjeiks. In zijn invloedrijke studie Orientalism (1978) beschrijft Edward Said dat beeld vooral als een Europese constructie, een ‘imaginaire geografie’ waarin de rationele westerling superieur is aan de primitieve, sensuele, irrationele ander. Ook het idee van een eeuwen later tot leven gewekte mummie is een Europese vinding.

Vanuit die optiek zijn mummiefilms producten die de westerse overheersing van het Midden-Oosten bekrachtigen en in stand houden. De archeoloog is in deze visie een imperialistische plunderaar die graven schendt en archeologische schatten voor veel geld aan oudheidkundige musea verkoopt.

Hier kun je bovendien een feministische interpretatie aan toevoegen: de ontheiliging van de graftombe, het opgraven van doden en het stelen van antieke schatten staat symbolisch gelijk aan verkrachting.

Geen wonder dat in de versie van The Mummy die vanaf deze week in de bioscoop te zien is, een vrouwelijke mummie wraak neemt. Maar deze herrezen mummie bedreigt door haar destructieve wraakzucht vooral de westerse suprematie en moet dus worden uitgeschakeld. Pas dan is de wereldorde hersteld. Hoezo wordt dit soort blockbusters vaak beschouwd als onschuldig vermaak?