Column

Facebook & co zijn de nieuwe kolonisten

In de grotendeels geglobaliseerde en grenzeloze nieuwe wereld van het internet maakt het oligopolie van Apple, Facebook, Google et cetera steeds meer de dienst uit.

Vaarwel Jakarta, hallo Silicon Valley. Vorige week maakte de Deense regering bekend dat ambassadeur Casper Klynge, nu in Indonesië, zal verhuizen naar Californië. Als eerste techambassadeur zal hij betrekkingen onderhouden met de grote Amerikaanse technologische giganten als Facebook, Google, Apple, Microsoft en Amazon.

Nu is het altijd oppassen geblazen met dit soort acties. Politici die cool gaan doen met internet vallen onder de risico- categorie ‘oude mannen op de dansvloer’. In hun waan een eeuwige adolescent te zijn, onderstrepen ze daar op pijnlijke wijze juist hun gebrek aan hipheid.

Maar in het Deense geval is er toch meer. Want ambassadeurs horen normaal bij staten en bij internationale organisaties. De vraag lijkt dus in eerste instantie: worden de grote techbedrijven vergelijkbaar met een staat? In omzet niet, want hoe groot ze ook zijn, ze laten zich voorlopig niet vergelijken met een middelgroot land. Dat geldt ook voor de waarde. Apple is het duurste bedrijf ter wereld. Maar het is nog steeds minder dan de helft waard van het vermogen van alleen al de Nederlandse pensioenfondsen of de waarde van de Nederlandse woningvoorraad.

Het gaat hier dan ook niet om absolute omvang, maar om invloed. De Vrede van Westfalen, in 1648 gesloten na de Dertigjarige Oorlog (en onze Tachtigjarige Oorlog), wordt vaak gezien als het begin van het concept van de soevereine staat. Maar het verschil tussen staat en bedrijf is daarna lang niet altijd duidelijk geweest. Voorbeelden te over: onze Vereenigde Oostindische Compagnie was hybride. De tegenwoordige Maleisische provicies Sarawak en Sabah begonnen als een soort koloniale Britse privé-ondernemingen. Belgisch Congo was lang een particuliere maatschappij van de Belgische koning. Het Canadese Hudson’s Bay, dat naast de NRC-redactie aan het Amsterdamse Rokin een enorm warenhuis opent, begon in 1670 als ‘The Governor and Company of Adventurers of England trading into Hudson’s Bay’ – een monopolie in pels met een enorm eigen territorium dat het midden hield tussen bedrijf en plaatselijke staat. Kolonisering via de particuliere onderneming, kortom, was de gewoonste zaak van de wereld.

Je zou met niet eens zo heel veel fantasie kunnen zeggen dat op het niveau van het internet het idee van een ‘staat’ aan het verschuiven is. In de grotendeels geglobaliseerde en grenzeloze nieuwe wereld van het internet maakt het oligopolie van Apple, Facebook, Google et cetera steeds meer de dienst uit. En dus rijst dan de vraag: worden ditmaal wij stilaan gekoloniseerd, door nieuwe ‘Governors and companies of adventurers’? Zijn wij nu de verbaasde en machteloze inlanders die zich laten overrompelen door een handvol avonturiers aan wier technologie we niet kunnen tippen?

Alle vroege voorbeelden van koloniserende ondernemingen waren op een of andere manier gelieerd aan een thuisstaat. Ze ontleenden er vaak indirect hun macht aan, en projecteerden op hun beurt die staatsmacht overzee. De vraag wordt dus: zijn Facebook en de zijnen uiteindelijk Amerika, of worden zij een nieuwe entiteit, een nooit vertoonde speler in het internationale krachtenveld? Het benoemen van een ambassadeur, zoals Denemarken doet, is het begin van de erkenning van een nieuwe realiteit: een post-nationaal krachtenspel in een dimensie waarvan we nog weinig weten.

Joseph Stalin gromde ooit neerbuigend over het Vaticaan – ook zo’n vreemde eend in de internationale betrekkingen: „Hoeveel divisies heeft de Paus?” Maar het is niet de vraag hoeveel divisies Mark Zuckerberg heeft. Dat is achterhaald. Het gaat om de nieuwe vorm waarin zijn macht tot ons komt.

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.