‘Enorme investeringen nodig om Parijs te halen’

Energierapport

De uitstoot van CO2 uit energieopwekking stijgt al drie jaar niet. Toch doen we nog veel te weinig om ‘Parijs’ te halen, stelt het IEA.

Zonder kolencentrales kan voorlopig niet aan de energievraag worden voldaan, denkt het Internationaal Energieagentschap. Foto Jim Cole/AP

Klimaatbeleid en technologische ontwikkelingen zouden op dit moment een gunstig effect kunnen hebben op de CO2-uitstoot, schrijft het Internationaal Energieagentschap (IEA) dinsdag voorzichtig in zijn jaarlijkse energierapport.

Al drie jaar blijft het niveau van CO2 die wordt uitgestoten bij het opwekken van energie, nagenoeg hetzelfde, wereldwijd zo’n 32 gigaton per jaar. Maar dat is bij lange na niet genoeg om de doelstellingen van het klimaatakkoord van Parijs te benaderen.

De energievraag zal de komende jaren nog sterk groeien: 1,2 miljard mensen hebben op dit moment nog geen toegang tot elektriciteit. Zonder extra maatregelen zal de vraag naar energie tot 2060 met 50 procent toenemen.

Om in de buurt te komen van de doelstellingen van Parijs zou de opwekking van energie in 2060 CO2-neutraal moeten zijn. Het IEA – ooit opgericht als westerse tegenhanger van het OPEC-kartel – zet een aantal scenario’s op een rij.

In het eerste worden alle beloftes doorgerekend die tot nog toe gedaan zijn door de 195 landen (inclusief de VS) die het klimaatakkoord hebben ondertekend. Het resultaat is schokkend. In plaats van CO2-neutraal, groeit de uitstoot naar 40 gigaton.

Het tweede scenario laat zien wat er zou moeten gebeuren om de opwarming deze eeuw te beperken tot maximaal 2 graden. En het derde tekent de situatie van de eigenlijke uitkomst van Parijs: ruim onder de 2 graden met 0 procent uitstoot CO2.

De enorme verschillen zijn volgens het IEA alleen maar te overbruggen door enorm te investeren in technologische innovatie. „Koolstofneutraliteit in 2060 vergt technologiebeleid en investeringen die hun weerga niet kennen”.

In het vuistdikke rapport onderscheidt het IEA een aantal terreinen waarop dringend vooruitgang nodig is. Bovenaan staan energiebesparing en wat in het jargon „de gebouwde omgeving” heet: kantoren, woonwijken, fabrieken. Daarnaast het transport dat nu nog hoofdzakelijk op fossiele brandstoffen draait. De verdere ontwikkeling van biobrandstoffen heeft hoge prioriteit, net als schonere kolencentrales, want de IEA voorziet dat er zonder steenkool voorlopig niet aan de energievraag kan worden voldaan zonder de leveringszekerheid in gevaar te brengen. Maar wel met het afvangen en opslaan van CO2 bij energiecentrales.

Zonne- en windenergie gaan goed

Op deze gebieden gebeurt veel te weinig, zegt het rapport dat overigens wel lof heeft voor de ontwikkeling van energie uit zon en wind, opslag van energie en de ontwikkeling van elektrische auto’s. Het gaat de goede kant op, zegt het IEA, maar ook hier gaat het te langzaam om binnen het tweegradenscenario te blijven.

Een week nadat president Trump het klimaatverdrag heeft opgezegd klinkt dat misschien misplaatst, maar het IEA roept op tot meer coördinatie tussen landen en verschillende soorten technologie. De rol van duurzaam opgewekte elektriciteit zal sterk toenemen. Bijna driekwart van de elektriciteit die in 2060 wereldwijd gebruikt wordt, zal duurzaam moeten worden opgewekt, kernenergie moet 15 procent leveren en de rest (10 procent) zal nog worden opgewekt met fossiele brandstoffen, met afvang en opslag van uitstoot.

Alleen al dat laatste is een gigantisch probleem, ook in Nederland. Al jaren wordt er in de Rotterdamse haven gewerkt aan een project om CO2 op te slaan in lege gasvelden voor de kust. Financieel is dat tot nog toe niet haalbaar gebleken, ondanks de nadrukkelijk uitgesproken ambitie van het Rotterdamse Havenbedrijf.

Het is een kwestie van keuzes maken, zegt het IEA. En er moet veel geld komen. Nu gaat er ongeveer 26 miljard dollar (23 miljard euro) per jaar naar onderzoek en ontwikkeling, dat zou minstens 40 miljard moeten zijn. Ter vergelijking: dat is niet meer dan de grote drie IT-bedrijven nu al jaarlijks in hun onderzoek en ontwikkeling steken.