Deze Spaanse bank werd gered volgens het EU-boekje

Bankenunie

De Spaanse Banco Popular werd gered in de geest van de Europese bankenunie: snel en zonder staatssteun. Dat gaat in Italië wel anders.

Foto Juan Medina/Reuters

Het ging opeens razendsnel, in de nacht van dinsdag op woensdag. Geruchten dat de noodlijdende middelgrote Spaanse bank Banco Popular misschien gered zou moeten worden, deden al een paar dagen de ronde. Woensdagochtend maakten de Europese bankentoezichthouders hun besluit bekend: de bank wordt opgedoekt en voor het symbolische bedrag van 1 euro overgedaan aan Banco Santander, de grootste bank van Spanje. Aandeelhouders en obligatiehouders moeten betalen, de belastingbetaler wordt volledig ontzien. En de spaarders zijn allemaal gered.

Vergelijk deze voortvarende reddingsactie eens met de slepende saga rondom een andere wankele bank, Monte dei Paschi in Italië. Al maanden poogt de regering in Rome de bank overeind te houden, waarvoor de Italiaanse belastingbetaler naar schatting ruim 6,5 miljard euro moet gaan ophoesten.

Het verschil tussen de Italiaanse en de Spaanse aanpak is opmerkelijk: beide banken vallen onder de bankenunie, die een stelsel van regels omvat dat de EU-landen na de financiële crisis optuigden. De problemen van de banken lijken bovendien op elkaar. Ze zuchten allebei onder een grote berg ‘slechte’ leningen. Dat zijn leningen die bedrijven of particulieren niet of onvolledig terugbetalen. Met als gevolg, voor beide banken, een aanzwellend, onhoudbaar tekort aan kapitaal.

Beleggers moeten bloeden

De redding van Banco Popular is het meest in lijn met de letter en de geest van de bankenunie. De gedachte erachter is dat niet overheden, maar beleggers moeten bloeden als een bank omvalt. Zo moet worden voorkomen dat een bankencrisis weer een staatsschuldencrisis wordt.

Bij Banco Popular verliezen de aandeelhouders – volgens de Spaanse krant El País zijn dat er 300.000 – al hun geld. Grotere aandeelhouders zijn onder meer de Duitse verzekeraar Allianz, de Franse bank Crédit Mutuel en het Britse beleggingsfonds Silchester. Ook houders van achtergestelde obligaties zijn de klos. Een deel van die obligaties, de zogeheten ‘converteerbare obligaties’, of coco’s, wordt omgezet in (nu waardeloze) aandelen. Zo is Banco Popular in één klap een stuk van zijn schuld kwijt.

De Duitse verzekeraar Allianz verliest via de coco’s volgens Spaanse media 320 miljoen euro. Beleggingsfonds Pimco verliest 280 miljoen, schrijft de Financial Times. Vooralsnog heeft het in werking stellen van de coco’s niet tot onrust geleid op de financiële markten, iets waarvoor economen de laatste tijd wel waarschuwden.

Daarnaast wordt Banco Popular dus overgenomen. Gratis, zó wilde Santander Popular wel hebben, ondanks de slechte leningenberg van 36 miljard euro die het nu moet overnemen. Dit probleemkrediet is vooral het gevolg van de recente vastgoedcrisis in Spanje. Banco Popular heeft veel mkb-klanten waaraan Santander nu hoopt te kunnen verdienen, nu de Spaanse economie het weer wat beter doet. Santander geeft zeven miljard euro aan aandelen uit om kapitaal op te halen voor de overname.

Een ander cruciaal idee achter de bankenunie is dat Europese en niet nationale autoriteiten beslissen over het lot van een wankele bank. Ook wat dat betreft verliep de redding in Spanje volgens het boekje. De Europese Centrale Bank (ECB), die toeziet op middelgrote en grote banken, verklaarde Banco Popular dinsdagnacht failliet. Dat maakte de weg vrij voor de recent opgerichte Europese afwikkelingsautoriteit (SRB, Single Resolution Board), om de bank woensdagochtend op te doeken en over te dragen aan Santander. Op gezag van de SRB werden de coco’s in gang gezet. De Europese Commissie, die op staatssteun moet letten, gaf meteen haar goedkeuring. Het is Europa op zijn snelst Haast was geboden om onrust te voorkomen.

Italiaans gedraal

Het contrast met het Italiaanse gedraal is groot. Toch handelen ook de Italianen in principe in overeenstemming met de bankenunie. Er is namelijk een uitzonderingsclausule waarmee regeringen hun banken wél zelf kunnen redden. Dat heet dan „herkapitalisatie uit voorzorg” en mag alleen als de ECB zegt dat een bank levensvatbaar is én als de EU-staatssteunregels worden gerespecteerd.

Uit de stroefheid van de onderhandelingen tussen Rome, Brussel en Frankfurt blijkt dat de Europese autoriteiten deze Italiaanse weg liever niet bewandelen. Maar de Italianen willen, anders dan de Spanjaarden, koste wat kost voorkomen dat obligatiehouders hun geld verliezen. In Italië zijn dat namelijk vaak gewone spaarders, die hun spaargeld hebben omgezet in bankobligaties.

Intussen zijn ook twee andere Italiaanse banken, Popolare di Vicenza en Veneto Banca, in de problemen. In de Italiaanse politiek gaan stemmen op om ook deze banken met belastinggeld te stutten. Het is onduidelijk of Brussel en de ECB hiermee opnieuw akkoord gaan, of dat Italië ditmaal een ‘Spaans’ scenario moet ondergaan. Het is een volgende test voor de bankenunie.