Recensie

Drama schittert in gerestaureerde vorm

Anthony Hopkins op zijn best in Howards End

‘Only connect’ is het motto van schrijver E.M. Forster bij zijn roman Howards End (1910). Het is een krachtige samenvatting van zijn levensvisie: dat mensen ondanks verschillen in klasse, etniciteit en sekse zich kunnen verbinden als zij dat zouden willen. Maar aan die wil ontbreekt het maar al te vaak, blijkt uit zijn romans. Een aantal van zijn boeken werd verfilmd door regisseur James Ivory, die op 7 juni zijn 88 wordt. Na het succes van A Room With a View (1985) bewerkte hij Maurice (1987) en Howards End (1992). Laatstgenoemde is nu opnieuw te zien in een gerestaureerde versie.

De film voert de gezusters Schlegel op, die samen met hun broer een middenklassebestaan leiden in het Engeland van begin twintigste eeuw. Helen (Helena Bonham Carter, die doorbrak met A Room With a View) is impulsief en temperamentvol, de idealistische Margaret is praatgraag. Elke week hebben ze een discussieclub in hun huis, waar onderwerpen als vrouwenrechten en de positie van de arbeider worden besproken. Ze worden gekoppeld aan de welgestelde familie Wilcox, die in alles het tegendeel is van de Schlegels: conservatief, op zichzelf gericht en snobistisch.

Als de Schlegel-zussen bevriend raken met de arme klerk Leonard Bast en zijn jaloerse vrouw worden de klassenverschillen tussen de drie families op scherp gezet. Forster laat daarbij motieven de revue passeren als de dubbele moraal van patriarch Henry Wilcox (Anthony Hopkins), de tegenstelling tussen Londen en pastoraal Engeland en het paternalisme van de welgestelden die aan armenzorg willen doen. „Je hebt een sentimentele houding tegenover de armen”, bijt Margaret haar zus Helen toe.

Ivory laat het verhaal zich kalm ontvouwen, met fraai acteerwerk, prachtig camerawerk en een rijke aankleding. Een staaltje klassiek filmmaken dat je nog zelden ziet.