De ‘grote stille knecht’ Tjeenk Willink is er voor de tussenfase

Tjeenk Willink

Herman Tjeenk Willink moet de kabinetsformatie zien los te wrikken. De meest ervaren informateur weet dat er niet altijd naar hem wordt geluisterd.

Foto Dirk Hol/Novum

De „EHBO’er van het Binnenhof” noemde premier Mark Rutte hem ooit. Herman Tjeenk Willink (75) geniet de reputatie van een aimabele, bedachtzame topambtenaar die erbij wordt gehaald als kibbelende politici er zelf niet meer uitkomen. Een man die „de zaak komt loswrikken”, zoals oud-PvdA-leider Job Cohen zegt. De verwachtingen zijn hooggespannen: Tjeenk Willink moet de vastgelopen formatie van Rutte III weer in beweging krijgen.

Niemand heeft meer ervaring met kabinetsformaties dan hij. In 1973 en 1977 was hij er al bij, als ambtenaar vanuit het ministerie van Algemene Zaken. In 1994 was hij zelf informateur en plaveide hij de weg voor het eerste paarse kabinet. In 1999 lijmde hij het tweede paarse kabinet na de ‘Nacht van Wiegel’. En in 2010 was hij opnieuw informateur.

Wat is het geheim van Tjeenk Willink? Politici die met hem hebben gewerkt, geven vier antwoorden.

1. Dienstbaarheid

In de jaren zeventig was Tjeenk Willink raadadviseur op het ministerie van Algemene Zaken. In die hoedanigheid was hij als notulist (1973) en secretaris (1977) betrokken bij de twee meest spectaculaire formaties uit de politieke geschiedenis. De eerste leidde, na veel politiek armpje drukken, tot het linkse kabinet-Den Uyl. Uit de tweede, de langste formatie ooit, kwam uiteindelijk geen Den Uyl II voort. CDA en VVD bedankten hem voor bewezen diensten nadat de PvdA uit de formatie was verdwenen en zij Van Agt I vormden.

„De grote stille knecht”, noemde Jan Terlouw hem eind 1977 in een Sinterklaasgedicht. De toenmalige D66-leider was een van de onderhandelaars in de mislukte formatie. Hij dichtte verder: „Hij was getuige van het grote treffen, van de verwarring, van de verstarring/ Hij had zijn voorkeur, maar zijn blik bleef effen.”

Tjeenk Willink, zegt Terlouw nu, was in die formatie „een heel objectieve man”, die „nooit misbruik maakte van zijn positie”. Dat is een kwalificatie die vaker terugkeert: hoewel al een leven lang PvdA-lid, weet Tjeenk Willink in zijn dienstbare rol een voorbeeldige onpartijdigheid te bewaren.

Dat was ook zo in de formatie van 1994, de eerste waarin hij als informateur optrad. Nadat de onderhandelingen tussen PvdA, VVD en D66 gestrand waren, moest Tjeenk Willink de impasse zien te doorbreken. Na moeizame gesprekken met alle betrokkenen adviseerde hij koningin Beatrix een VVD’er aan te wijzen om een doorbraak te forceren.

Willink is een heel objectieve man, die nooit misbruik maakt van zijn positie

„Toen was de PvdA in alle staten”, herinnert Joop van den Berg zich. Van den Berg is PvdA-ideoloog en al sinds de jaren zeventig bevriend met Tjeenk Willink. „Hij heeft zijn eindrapport toen niet eerst gecheckt bij de hoofdrolspelers, maar zo bij de koningin neergelegd. Dat was achteraf gezien misschien niet slim.”

De PvdA wist Beatrix en haar naaste adviseurs, inclusief Tjeenk Willink, ervan te overtuigen dat het beter was om Wim Kok een ‘proeve van een regeerakkoord’ te laten schrijven. Jacques Wallage, destijds de secondant van Kok: „Het is wel duidelijk dat Tjeenk Willink ook toen geen partijpolitieke rol speelde. Hij was in 1994 een volstrekt autonome adviseur, zoals hij dat ook nu zal zijn.” Wim Kok, die niet inhoudelijk over die formatie wil spreken, zegt alleen: „Dat het paarse kabinet er in 1994 toch is gekomen heeft weinig te maken met wat voor bijzondere man Tjeenk Willink is.”

2. Autonomie

In 2010 werd Tjeenk Willink opnieuw ingeschakeld toen de formatie moeizaam verliep. Terugkijkend kun je denken dat zijn inbreng tot niets leidde. Het kabinet dat hij adviseerde, Paars-plus, kwam er niet en het kabinet dat hij afraadde, met gedoogsteun van de PVV, kwam er wél. Maar Tjeenk Willink gaf het proces wel een cruciale duw. Pas na gesprekken met hem was VVD-leider Mark Rutte bereid om te gaan praten met PvdA, D66 en GroenLinks. Pas toen die fase weer was afgerond werd het ‘PVV-gedoogkabinet’ een feit. Ziehier het bekendste credo van Tjeenk Willink in de praktijk: formeren is faseren.

Toch drukte Tjeenk Willink vooral op een andere wijze zijn stempel op die formatie. Aan zijn eindverslag voegde hij een document toe waarin hij een aantal ‘onloochenbare feiten’ presenteerde over het belang van Europa en de rechtsstaat, die lijnrecht tegen de opvattingen van de PVV ingingen. Geert Wilders was woedend.

Joop van den Berg was „heel verbaasd” toen hij hoorde dat Tjeenk Willink anno 2017 weer informateur werd. Zijn inbreng, en die van de volgende informateur Ruud Lubbers, „richtte [in 2010] een soort ravage aan. De hoofdrolspelers op het Binnenhof, die er bijna allemaal nog zitten, dachten: waar bemoeien jullie je mee? Ik denk wel dat hij het feit dat ze hem toch weer nodig hebben, ziet als de ironie van de geschiedenis.”

3. Tijd

Het tekent Tjeenk Willink: achter de ambtelijk-neutrale façade gaat een persoonlijkheid schuil met uitgesproken opvattingen. Hij begrijpt dat het niet alleen belangrijk is wat je zegt, maar ook hoe je het zegt. „Tijd is de minst belangrijke factor”, zei hij afgelopen week. „Dat klinkt als een geweldig slimme opmerking”, zegt Cohen, „maar als je hem omdraait, is het ook waar. Dat is de kracht van Tjeenk Willink: omdat hij beschikt over gravitas, denkt iedereen bij zo’n open deur: goh, wat verstandig!”

Het woord ‘tijd’ komt in bijna alle betogen van Tjeenk Willink voorbij. Moeilijke formaties, is zijn credo, kosten tijd. De partijen moeten er, stapje voor stapje, aan wennen dat ze moeten inleveren.

Moeilijke formaties, is zijn credo, kosten tijd

Als een formatie een kabinet oplevert met een weeffout, komt dat bijna altijd omdat het te snel ging, vindt hij. Job Cohen noemt 2002, toen na de moord op Pim Fortuyn het eerste kabinet-Balkenende (CDA, LPF, VVD) aantrad. „Hij vond toen dat de partijen veel meer de tijd hadden moeten nemen.” Cohen is „ervan overtuigd” dat Tjeenk Willink de formatie van Rutte II ook te snel vond gaan.

4. Geen garanties

Tjeenk Willink is een typische informateur voor de ‘tussenfase’. Op zijn lijmpoging van Paars II in 1999 na is geen enkele formatie helemaal door hem begeleid. En meer dan eens werd zijn advies – een VVD’er in 1994, Paars-plus in 2010 – niet opgevolgd. Tjeenk Willinks komst is „zeker geen garantie voor succes”, zegt historicus Alexander van Kessel, co-auteur van het boek Kabinetsformaties 1977-2012. „Een informateur is een makelaar die mensen bij elkaar kan brengen, maar uiteindelijk moeten ze er toch zelf uitkomen.”

Als iemand de relativiteit van zijn eigen adviezen inmiddels kent, is het Tjeenk Willink, zegt Joop van den Berg. Als raadadviseur bij Algemene Zaken (1972-1982) en vicepresident van de Raad van State (1997-2012) was hij gewend dat zijn voorstellen geregeld in een diepe la belandden. Van den Berg: „Zoiets ergert je, en je wordt er misschien boos over, maar hij weet dat het erbij hoort. Hij zal de politici tegenspreken zolang het kan, maar weet dat zij uiteindelijk de beslissingen nemen.”

Tjeenk Willink wordt „nu wel erg de lucht in geschreven”, zegt Job Cohen. „Dat is risicovol, want hij kan alleen dat waarvoor partijen hem de ruimte geven. Nu ontstaat er zo’n beeld van de messias die de formatie komt redden – en je weet hoe het afloopt met messiassen.”