Recensie

De echte Rocky was een feestbeest

Man zonder zelfmedelijden: Liev Schreiber als ‘The Bayonne Bleeder’

De echte Rocky. Een paar jaar geleden werd Chuck Wepner, alias ‘The Bayonne Bleeder’, herontdekt. Hij was een broodbokser die de toen nog onbekende acteur Sylvester Stallone in 1976 inspireerde tot een script over een Italiaanse sukkelaar die zich in de ring staande houdt tegen een arrogante zwarte wereldkampioen. Rocky won drie Oscars en groeide met zes vervolgfilms uit tot een machtige filmfranchise.

Chuck Wepner mocht op 24 maart 1974 de ring in als blanke stootzak voor Muhammad Ali. Tot ieders verbazing hield de straatvechter met de betonnen kaak zich aardig staande tot zijn technische knock-out in de vijftiende ronde. En ging Ali halverwege ook een keer tegen het canvas.

The Bleeder, deze week in de bioscoop, is de biopic over Chuck Wepner. Het is bepaald geen klassieke boksfilm als Rocky, waarin een underdog enorme obstakels overwint om de wereld en zijn gezin in een triomfantelijk eindgevecht te bewijzen wat hij waard is. The Bleeder focust op Wepners leven ná het boksen, en dat maakt hem eerder tot een tragisch figuur, in het spoor van de ziekelijk jaloerse mannetjesputter Jake La Motta in Raging Bull (1980). Een macho die door karakterzwakte alsnog alles verliest.

In The Bleeder identificeert Chuck Wepner zich met Louis ‘Mountain’ Rivera (Anthony Quinn) in Requiem for a Heavyweight (1962). Een waggelbeer met bloemkooloren, stukgeslagen gezicht en dementia pugilistica, die door loyaliteit aan zijn louche manager zijn laatste greintje waardigheid dreigt te verliezen. The Bleeder laat daarbij onvermeld dat in de prachtige point of view-opening van die boksfilm een jonge Muhammad Ali – dan nog Cassius Clay geheten – Rivera het ziekenhuis inslaat.

Zo speelt The Bleeder wel vaker sluw met feit en fictie. Deze film gaat over een bokser die gaandeweg verdwijnt achter een filmpersonage. Na 1976, toen Wepners grote dag buiten zijn woonplaats Bayonne in vergetelheid raakte, schepte hij in toenemende mate op dat hij ‘de echte Rocky Balboa’ was. Sylvester Stallone wilde hem ook best in het zonnetje zetten: Wepner mocht nog auditie doen voor een bijrol in Rocky II. Maar hoe naturel acteer je met een gram coke in je neus?

Chuck Wepner was namelijk het tegendeel van de brave familieman Rocky: een rokkenjager en feestbeest die zijn teloorgang door drank, coke en disco-orgie geheel aan zichzelf te wijten had. In The Bleeder kijkt hij in een voice-over wrang op die wilde jaren terug; op zijn potsierlijke showgevechten met worstelaar Andre the Giant of met een circusbeer. Zie hem als superpooier met bontjas, fedora en gouden kettingen de dansvloer op walsen – zoveel hoogmoed komt voor de val.

Toch is The Bleeder in het geheel niet tragisch, dankzij het volstrekte gebrek aan zelfmedelijden van Chuck Wepner. Wel zien we hoe het warme kakelbont van de jaren zeventig gaandeweg plaatsmaakt voor de kille ontnuchtering van de jaren tachtig. Acteur Liev Schreiber treft feilloos de droogkomische, no-nonsense kern van Chuck Wepner, die Ali verbaal indertijd eigenlijk beter partij bood dan met zijn vuisten. Een beminnelijke schavuit die de bodem raakt en ontdekt wat er echt toe doet in het leven. Want zo klassiek is The Bleeder dan weer wel.