Commentaar

Het stigma van ‘leraar light’ moet eraf

Het is met de basisschoolleerkracht alleen maar slechter gegaan, sinds die geen ‘onderwijzer’ meer heet, maar ‘leraar’. Die nieuwe benaming liep gelijk op met fors statusverlies. En nogal wat afgestudeerden van de pabo bleken niet behoorlijk te kunnen spellen of rekenen. De basisschoolleraar wordt nu bekeken als ‘leraar light’.

Verdiende de onderwijzer volgens een recent rapport van het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in 1995 nog 13 euro per uur, in 2014 kreeg de basisschoolleraar, gecorrigeerd voor inflatie, nog maar 12,50 euro. Na een bescheiden loonsverhoging van vorig jaar is dat loon weer terug op het niveau van midden jaren negentig. In niets heeft de basisschoolleraar meegenoten van de inkomensgroei van andere beroepen in die periode.

Het inkomensverschil met de tweedegraads leraar in het middelbaar onderwijs werd er alleen maar groter op. En dat terwijl het vak van basisschoolleerkracht substantieel verschilt van dat van de leraar in het voortgezet onderwijs. Die beperkt zich tot een bepaald vak. De onderwijzer is daarentegen verantwoordelijk voor al het reilen en zeilen van een hele klas.

Die totaalverantwoordelijkheid maakt het vak van basisschoolleraar substantieel anders dan dat van eerste- of tweedegraads leraar in het middelbaar onderwijs.

Door die totaalverantwoordelijkheid moet de onderwijzer zelf vaak extra lesmateriaal kopen en bijvoorbeeld al het invulwerk van de volgformulieren van de leerlingen verrichten. Geen wonder dat deze leraren veel overwerken en overspannen raken. Ze vluchten massaal in deeltijd.

Wegens de ervaren onderwaardering gaan onderwijzers nu onder leiding van een actiegroep op 27 juni het eerste uur van de werkdag staken om aandacht te vragen voor het dreigende basisschoollerarentekort, de werkdruk en het lage inkomen. Ze zouden ook duidelijk moeten maken dat ze een eigenstandig beroep hebben en niet zomaar „leraar” zijn.

Demissionair staatssecretaris Sander Dekker (VVD, onderwijs) had al een belangrijke stap gezet naar statusverbetering met hogere toelatingseisen voor de pabo. Daarmee nadert het niveau dat van de vroegere onderwijzer. Maar nu trekt de pabo te weinig studenten. en degenen die het niet aan kunnen, vallen af. Velen die geschikt zouden zijn voor het vak verkiezen andere opleidingen, waardoor het tekort aan leerkrachten in het basisonderwijs snel oploopt. Verhoging van het salaris tot tenminste het mediane hogeschoolniveau zou een deel van dat probleem kunnen verhelpen.