Beuker versus danser

The Bleeder

Het gevecht tussen Muhammad Ali en Chuck Wepner was de inspiratie voor Rocky. Over Wepner gaat The Bleeder.

Chuck Wepner in gevecht met Muhammad Ali op 24 maart 1975. Foto Getty Images

Boksfilm Rocky, de doorbraak van Sylvester Stallone als scenarioschrijver én acteur in 1976, heeft nu een wat dubieuze reputatie. Toen was het een opbeurend verhaal over Rocky Balboa, de nederige Italiaanse gladiator die uitgroeit tot volksheld als hij zich in de ring met leeuwenmoed staande houdt tegen de zwarte wereldkampioen en schreeuwlelijk Apollo Creed, gebaseerd op Muhammad Ali.

The Bleeder, vanaf deze week te zien, gaat over de ‘echte Rocky’: bokser Chuck Wepner, die Ali op 24 maart 1974 in het Richfield Coliseum verrassend taai partij bood. Als ‘Great White Hope’ kende zijn leven een minder succesvol vervolg dan dat van Rocky, die drie Oscars won en daarna in vijf vervolgfilms de ene na de andere zwarte kampioen vloerde, om in 1985 in Rocky IV zelfs de Koude Oorlog te winnen van de Russische gigant Ivan Drago.

Anno 1976 bood Rocky balsem op de ziel van blank Amerika, dat nog nauwelijks was bekomen van de strijd om burgerrechten, rassenrellen en de Black Panthers en nog moest wennen aan de zwarte opmars in sport en entertainment. Dat Amerika kreeg in Rocky een sprookjesachtige omdraaiing van rollen voorgeschoteld: een blank slachtoffer van arrogant zwart zelfbewustzijn. Inmiddels is het bon ton Rocky om die reden van verdekt racisme te betichten: blanke underdog wijst ‘uppity nigger’ met zijn vuisten zijn plaats achterin de bus.

Maar eerlijk is eerlijk: de inspiratie was het gevecht tussen Chuck Wepner en Muhammad Ali. En de raciale subtekst daarvan was een opzetje van Ali en bokspromotor Don King.

The Bayonne Bleeder

Bij het schrijven van Rocky putte Sylvester Stallone royaal uit Chuck Wepners biografie. Opgegroeid in het ruige havenstadje Bayonne in New Jersey. Een lelijke ex-marinier, kalend, met bakkebaarden en hangsnor, die klusjes als uitsmijter en schuldeninner – waarvoor hij te aardig was – combineerde met prijsvechten. In de ring was Wepner traag en statisch, een bokser die het moest hebben van zijn keiharde vuisten en ongewone incasseringsvermogen. Aan een gevecht met Sonny Liston hield hij 120 hechtingen over: vandaar zijn bijnaam ‘The Bayonne Bleeder’.

Zo’n statisch type leek in 1974 een makkelijke prooi voor een technische ‘out-boxer’ als Muhammad Ali. Hij was net terug uit Zaïre, van de ‘rumble in the jungle’ waarin hij kolos George Foreman velde en zijn wereldtitel heroverde. Daar had Ali zich gepositioneerd als belichaming van zwarte assertiviteit tegenover ‘Uncle Tom’ Foreman. Als tussendoortje dacht Ali nu de kas te spekken met de sloop van de zoveelste kansloze ‘Great White Hope’ Chuck Wepner, toen als nummer acht van de wereldranglijst de beste blanke bokser. Ali kreeg naar verluidt 1,5 miljoen dollar voor het gevecht, Wepner 100.000 dollar.

Lees ook de recensie van The Bleeder: De echte Rocky was een feestbeest

Het was Ali’s idee om de boksmatch vooraf op te peppen met een snufje raciale controverse. Achter de schermen van een gezamenlijke tv-optreden in The Mike Douglas Show zou hij Wepner hebben voorgesteld hem ‘nigger’ te noemen. „We make it look like a grudge match and sell tickets”, zo herinnert Wepner zich. Hij paste voor de rol van redneck in Ali’s theater, waarna die op televisie gastheer Mike Douglas alsnog vertelde dat Wepner hem zojuist ‘nigger’ had genoemd.

The Mike Douglas Show eindigde in een heerlijke farce: als praatjesmaker deed Wepner weinig onder voor Ali. „Ik heb elf jaar op deze kans gewacht, ik ben hongerig”, gromde Wepner. „Geef die man iets te eten”, riep Ali. „Je bent kansloos, ik zou niet eens in dezelfde show met jou horen te verschijnen.” „O ja?”, riposteerde Wepner. „Wacht maar tot in de ring, daar ga je voelen dat dit geen show is. En doe je jas toch uit, kunnen we allemaal zien hoe vet je bent.” Waarna de matadoren net deden of ze op de vuist wilden en Ali schreeuwend de studio verliet: kostelijke televisie.

Vuil spel

Muhammad Ali, zes pond zwaarder dan in Zaïre, nam het gevecht onvoldoende serieus. „Wepner oogt traag en onhandig, want hij is traag en onhandig”, grapt de commentator nog in de eerste ronde, als Ali plagerig zijn rondjes danst. Maar Chuck Wepner bleef gemakkelijk overeind en deed Ali steeds meer pijn met zijn vuile boksstijl: hij beukte in Ali’s nieren, sloeg hem op zijn achterhoofd. In de negende ronde ging de wereldkampioen zelfs tegen het canvas na een klap in zijn ribben. Ali noemde dat vals spel: Wepner ging op zijn voet staan, zodat hij struikelde. Televisiebeelden lijken dat te bevestigen. „Wepner is een vuilak en vecht als een vrouw”, klaagde Muhammad Ali na afloop.

Met Wepner liep het anders af dan met zijn fictieve evenknie Rocky Balboa. Eenmaal ontwaakt sloeg Ali Wepner in latere ronden alsnog tot pulp. Wepner hield er 32 hechtingen aan over, maar hing pas in de allerlaatste seconden van de match in de touwen.

Die avond wachtte echtgenote Phyliss Chuck Wepner in de hotelkamer op, in de blauwe negligé die hij die dag voor haar had gekocht met de woorden: „Draag die vanavond, dan slaap je met de wereldkampioen.” Phyliss zei: „Oké, big shot, ga ik naar Ali’s hotelkamer of komt hij naar de mijne?”

Zo wil de legende, en dat soort dialogen zetten de droogkomische, cynische toon van The Bleeder, een zichzelf relativerende boksfilm die de raciale subtekst van het gevecht én van Rocky terecht niet al te zeer uitvergroot. Want dat script schreef Muhammad Ali in eerste instantie zelf.