Recht & Onrecht

Transparantie kan vertrouwen in de overheid ook doen afnemen

Dat transparantie positief uitpakt is niet gegarandeerd. Petra Jonkers in de Gedragscolumn: wat energiebesparing en een kabinetsformatie met elkaar gemeen hebben.

Straks komen we in Nederland ondanks alle zonnepanelen toch nog energie tekort. We besparen veel te weinig, berichtte het dagblad Trouw vorige week. Verleidt de ‘wow-factor’ van zonnepanelen ons nog tot aankoop, voor het isoleren van een spouwmuur trekken we onze neus op. Nu valt energiebesparing lastig af te dwingen. Maar gelukkig presenteerde de OECD in maart van dit jaar het rapport Behavioural Insights and Public Policy, Lessons from around the world, met nudges (‘gedragsduwtjes’ - zie hier) voor tal van beleidsterreinen, van gezondheidsgedrag en consumentenbescherming tot persoonlijke financiën tot milieu.

Punt is wel dat het met de condities waaronder nudges werken – net als elk beleid trouwens – nauw steekt: veel energiemeters in Nederland zijn bijvoorbeeld nog niet zo slim dat ze direct afleesbare feedback leveren op het energieverbruik. Daardoor valt de besparing nu nog flink tegen. Naast transparantie, het inzicht in het eigen gedrag, is voor gedagsverandering namelijk klip-en-klaar ‘commentaar’ nodig. Anders gebeurt er te weinig.

Vertrouwen

Onwillekeurig dwaalden mijn gedachten naar de formatie van een nieuw kabinet. Transparanter was naast democratischer hét steekwoord bij de wijziging van het formatieproces, waartoe de Tweede Kamer vijf jaar geleden besloot. Want een transparantere overheid, zo is vaak de gedachte, verbetert vanzelf haar processen en versterkt het vertrouwen. Maar meer transparantie op zich doet niet zoveel, net zomin als een gewone energiemeter.

Neem bijvoorbeeld een interventie die ook op de OECD-lijst prijkt: Increasing trust in government service, gebaseerd op een Amerikaans experiment. Burgers die online bij de gemeente een melding voor een reparatie wilden doen (gat in de weg, graffiti), kregen meteen een stadsplattegrond te zien met recente aanvragen en door de overheid verholpen problemen. Dat heeft effect: deelnemers aan dit experiment vroegen later vaker en meer verschillende diensten aan bij de overheid. Een teken van groter vertrouwen in de competentie van de (lokale) overheid.

Maar inzicht in overheidsdiensten verhoogde niet zomaar de perceptie van een betrouwbare overheid. Wie in het experiment nog meer informatie kregen, namelijk over de achterstand in het repareren van alle klussen die nog wachtten, gingen juist niet meer vertrouwen. Working hard and getting things done, werkt het beste volgens de onderzoekers. Door meer transparantie vormen we ons een beeld van het vermogen van de overheid om problemen adequaat op te lossen. En de perceptie van het (on)vermogen bepaalt voor een belangrijk deel ons vertrouwen. Volgens een overzichtsstudie valt de mate waarin transparantie bijdraagt aan vertrouwen in en legitimiteit van de overheid dan ook vaak tegen.

Formatie

Zouden de Tweede Kamerleden bij het herzien van de formatieprocedure zich gerealiseerd hebben hoezeer transparantie ook onvermogen kan blootleggen? We mochten hopen dat een transparanter formatieproces politiek leiders zou verleiden om boven zichzelf uit te stijgen, maar zo automatisch gaat dat niet. Pas onder leiding van een oudgediende zullen ze mogelijk durven kiezen voor langetermijnoplossingen. De heer Tjeenk Willink als slimme energiemeter. Hij verzoekt partijen namelijk verder te kijken dan de volgende verkiezingen. Hij kan ze trouwens ook vragen zich meer in te leven in het perspectief van de andere partijleiders, to get inside the head of your opponent. Dat blijkt een cruciale vaardigheid om onderhandelingen met creatieve oplossingen vooruit te helpen.

Petra Jonkers is politicoloog en rechtssocioloog. Eerder publiceerde zij over gedrag en kwaliteit van regelgeving. De Gedragscolumn verschijnt wekelijks en wordt geschreven door sociale wetenschappers.