Opinie

Stel premierschap verkiesbaar, dat maakt de formatie eerlijker

De formatie is een onvoorspelbaar dobbelspel. In de kabinetsperiode erna worden de compromissen en uitruilpunten afgevinkt. De kiezer heeft hierin het nakijken, meent .

Rutte en Pechtold bij strandtent De Happertjes in Scheveningen. Foto ANP / Els Buijs

De belangrijkste paradox van ons politieke bestel is dat Nederland geregeerd wordt wanneer er geen regering is. Tijdens de formatie van een nieuw kabinet is er een demissionaire regering die niet geacht wordt te regeren en zich beperkt tot het afhandelen van lopende zaken. En het staatsrecht definieert niet een ambt of instantie die de regie heeft over de formatie van een nieuw kabinet. De formateur is een gespreksleider en bepaalt niet de uitkomst van de gesprekken. Dat is aan de bij de formatiebespreking betrokken fractieleiders; maar dan wel aan allen gezamenlijk en niet aan één van hen in het bijzonder.

De formatie is als het koken van een restjessoep: je gooit allerlei ingrediënten in een pan en niemand weet van tevoren wat het oplevert. Ook de fractieleiders zelf niet. Maar dit onvoorspelbare proces is wel bepalend voor de politieke besluitvorming in de komende vier jaar. Want wanneer uiteindelijk een coalitie uit de bus komt, is dat op basis van een regeerakkoord dat vastlegt wat dan zal gebeuren. De kabinetsperiode zelf is vooral een afvinken van wat op de lijst van dat regeerakkoord terechtkwam. Samenvattend, bij de kabinetsformatie heeft niets en niemand de regie, maar de uitkomst is wel beslissend voor de komende vier jaar. In die zin wordt Nederland geregeerd, wanneer niemand regeert.

Willekeur op het allerhoogste niveau

Zo gaat het ook in landen als België, Spanje of Italië. In een presidentieel systeem, zoals in de VS of Frankrijk, kiest het volk een president en die stelt vervolgens naar eigen inzicht een regering samen. In landen met een ‘cabinet-system’ (zoals het onze), maar met weinig politieke partijen, zoals in Engeland of Duitsland, is de praktijk hetzelfde. Eén partij haalt de absolute meerderheid of komt daar dichtbij in de buurt, en kan dan naar eigen inzicht een kabinet formeren.

De vraag is, uiteraard, aan welk van die twee systemen we de voorkeur moeten geven: aan dat van ons (en België, Spanje en Italië) of aan dat van de VS, Frankrijk, Engeland en Duitsland? Voordeel van het eerste systeem is dat het voorzichtiger omgaat met minderheden en meer recht doet aan de politieke verscheidenheid van het electoraat. Nadeel is de lange formatieperiode, geringere besluitvaardigheid en die reeds genoemde paradox van het geregeerd worden wanneer niemand regeert. De eerste twee zijn nog tot daaraan toe. Maar het derde is wel ernstig – het introduceert een element van willekeur en onvoorspelbaarheid op het allerhoogste niveau.

Politieke partijen op sterven na dood

Sinds kort komen daar nog twee problemen bij. Onder het electoraat van landen met ons soort van politiek systeem bestaat een toenemende irritatie over het feit dat men wel mag stemmen op een bepaalde partij, maar dat de uitkomsten van de verkiezingen in het geheel niet beslissend zijn voor de uitkomst van de kabinetsformatie.

Dat is een onvoorspelbaar politiek dobbelspel. Voor zowel de kiezers als de politici. Een tweede probleem is dat de onderhandelingen bij de formatie onderhandelingen zijn tussen politieke partijen. En nu is iedereen het er in onze tijd van de zwevende kiezer wel over eens dat die politieke partijen eigenlijk op sterven na dood zijn. Samenvattend, de kabinetsformatie in ons soort landen is een onvoorspelbaar dobbelspel van politieke lijken.

Eén stem voor de partij, één voor de kandidaat-premier

Met een niet al te grote ingreep in ons systeem kan het euvel verholpen worden. Namelijk door, met het presidentiële systeem in het achterhoofd, de gekozen minister-president in te voeren. De kiezer krijgt twee stemmen: één voor de partij van zijn voorkeur en één voor wie minister-president moet worden. Anders dan in het presidentiële systeem blijft de hier bestaande ministeriële verantwoordelijkheid behouden, zodat het parlement te allen tijde een regering die er niets van bakt naar huis kan sturen.

De gekozen minister-president heeft de vrijheid om zijn kabinet samen te stellen. Hij moet dat minimaal zo doen dat het niet bij een eerste confrontatie met het parlement ten val wordt gebracht. Maar verder verhindert hem niets om ook ministers te kiezen die politiek relatief ver van hem afstaan, maar die hij bekwaam acht. Zo zou Rutte, als gekozen minister-president en leider van een VVD/CDA/D66/CU-kabinet, niets in de weg staan om Dijsselbloem op Financiën te handhaven, zelfs als de PvdA geen deel uitmaakt van de coalitie. De PvdA kan Dijsselbloem natuurlijk verbieden het aanbod aan te nemen; maar zij verliest dan ook een ongetwijfeld welkome greep op het nieuwe kabinet.

De belangrijkste voordelen van introductie van het systeem van de gekozen minister-president zijn: 1) dat het electoraat, middels de keuze van de minister-president, een directe greep krijgt op de formatie van een nieuw kabinet, 2) aldus een eind komt aan dat dobbelspel van politieke lijken en 3) de invloed van de verschillen tussen politieke partijen gereduceerd wordt tot de veel geringere betekenis die die verschillen hebben sinds het afsterven van de ideologie.