Recensie

‘Rito de Primavera’ mist dramatische lading

‘Experience’

Lichamen komen los in kringdansen die door een zuigende puls worden voortgestuwd. De heupen swingen, de bekkens stoten, de harten kloppen onstuimig in de borstkas.

Foto Holland Festival

Een experience moet het worden, legt de Holland Festivalmedewerker uit die het publiek prepareert op Rito de Primavera van de Chileen José Vidal. De toeschouwers moeten hand in hand, als schoolkinderen, in rijtjes naar de speelruimte lopen en daar schoenen en sokken uittrekken. Gesensibiliseerd, na een tocht in het pikdonker over een kleine zandvlakte, nemen ze plaats op de tribunes.

De dansers lopen al neuriënd rond. Rustig, door elkaar heen, als eenlingen die in een geleidelijk zwaan-kleef-aanproces samenkomen in een kolkende massa. De samples van dj Jim Host roepen associaties op met Sacre du Printemps, de muziek die Vidal had willen gebruiken voor zijn „hedendaagse lenteritueel”.

In Rito de Primavera komen de lichamen los in kringdansen die door een zuigende puls worden voortgestuwd. De heupen swingen, de bekkens stoten, de harten kloppen onstuimig in de borstkas. Nu en dan splitst de groep zich op, maar telkens komen de vijftig dansers, onder wie 26 Amsterdamse dansstudenten, bijeen in een orgiastische rave. Lachend, dansend, neerstortend, opspringend.

Halverwege wordt het publiek uitgenodigd mee te dansen. Het enthousiasme is groot, maar helaas blijkt dát de hele experience. Na een paar minuten druppelen de toeschouwers terug naar hun plaats en nemen de dansers het weer over. Dan pas ontstaat een soort ontwikkeling, met suggesties van slachtoffers op de vloer, toeschietende of wegkijkende mensen, de groep die tot verzameling eenlingen wordt en ten slotte samenkomt in vredige rust.

Die (rijkelijk) late wending is de redding van het stuk. De massale, ontspannen en toegankelijke vrolijkheid is innemend en de beelden van krioelende lichamen zijn prachtig sculpturaal, maar het is de massaliteit, niet zozeer een dramatische lading die Rito overeind houdt.