Recensie

Opera ‘Babylon’ kampt met overgewicht

Holland Festival

Ondanks de goede uitvoering onder Markus Stenz ontaardde Jörg Widmanns Babylon te vaak in een bombastisch zwelgen.

Foto Holland Festival

In 2012 componeerde Jörg Widmann een drie uur durende opera met het mythische Babylon als decor. Filosoof Peter Sloterdijk voorzag Babylon van een libretto, waarin de Joodse balling Tammu moet kiezen tussen zijn platonische liefde voor De Ziel (een allegorisch personage) en zijn fysieke gevoelens voor de Babelse Inanna (priesteres van de gelijknamige liefdesgodin). Tussendoor dient zich een zondvloed aan, wordt Tammu geofferd en vervolgens door Inanna, als was zij Orpheus zelf, uit de onderwereld gered.

Sloterdijks tekst grossiert in verwijzingen naar mythologie en operatraditie en zinspeelt op actuele vraagstukken over multiculturaliteit en religieuze identiteit. Intellectueel zeer gründlich, maar ook topzwaar en door de filosofische beeldsprakigheid niet altijd dramatisch effectief. Ook Widmanns muziek kampt met overgewicht. Daar veranderde een prima uitvoering onder Markus Stenz weinig aan.

De partituur van Babylon is onmiskenbaar virtuoos. Widmann schrijft vloeiend in een Babelse kakofonie aan stijlen, en ontlokt weelderige orkestraties aan de monsterbezetting waar de opera om vraagt. Imposant zijn de apocalyptische klanktsunami’s waarmee hij in de tweede scène de zondvloed verklankt.

Keerzijde: Widmanns notenmassa’s werken te vaak een bombastisch zwelgen in de hand. Zo gingen een uitstekend zingend Groot Omroepkoor en Nederlands Kamerkoor meer dan eens kopje onder en was het ook voor powersopraan Gabriele Schnaut (Euphrat) en de krachtige tenor Jussi Myllys (Tammu) vechten geblazen.

Gelukkig liet Widmann meer ruimte voor Inanna’s coloraturen, met verve vertolkt door Marisol Montalvo. Countertenor Kai Wessel bleek een sonoor basregister te bezitten en portretteerde met wonderlijke glijtonen tussen hoog en laag een surrealistische ‘Skorpionmensch’.