Opinie

Low-tech terreur groeit diensten boven hoofd

Opinie IS verliest territorium, ‘Syriëgangers’ hebben daar minder te zoeken. Het gevaar van simpele, brute terreur van radicalen neemt hier dus toe, betoogt .

Foto: AFP PHOTO / Niklas Halle'n

Twee geradicaliseerde jonge Britten reden in mei 2013 in op een soldaat, Lee Rigby, en slachtten hem af terwijl hij op straat lag. In maart dit jaar reed Khalid Masood op Westminster Bridge mensen van de weg en wilde met een mes het parlement binnengaan.

Zo ging het zaterdag ook in Londen. Meedogenloos in zijn eenvoud en doeltreffendheid: low-tech is nu een geliefde stijl. Deze aanslag, en die in Manchester, lijken niet gepleegd te zijn door eenlingen, maar voort te komen uit complotten. Dat is een zorgelijke ontwikkeling, want tot voor kort leek de lone wolf de grootste zorg.

Ook in het buitenland laten terreurgroepen waar en wanneer ze maar kunnen mensen aanslagen plegen – vooral tijdens de Ramadan. In een niet aflatende stroom berichten roept Islamitische Staat op tot het gebruik van messen, auto’s of andere werktuigen om „kruisvaarders te doden”. Ander advies: gebruik nep-zelfmoordvesten om zo de autoriteiten te verwarren; precies wat de aanvallers in London hebben gedaan.

Zo groeien er twee nieuwe zorgwekkende categorieën: strijders die terugkeren en radicaal-gezinden die hun uitreis geblokkeerd zien.

Twee weken geleden gaf Hamza bin Laden – de zoon van Osama, die zichzelf als nieuwe leider van al-Qaeda probeert op te werpen – zijn eigen raad aan de mensen in het Westen die „het martelaarschap zoeken”. Ze hoeven geen „militair werktuig” te gebruiken. Als je een vuurwapen kan nemen, prima; zo niet, „dan zijn er nog allerlei mogelijkheden”.

Dit gebeurt allemaal terwijl IS terrein verliest. Zo wordt het voor aanstaande jihadisten moeilijker om naar die slagvelden te reizen. En zo groeien er twee nieuwe zorgwekkende categorieën: strijders die terugkeren en radicaal-gezinden die hun uitreis geblokkeerd zien.

Zij worden toegevoegd aan de lange lijst personen die de veiligheidsdiensten al in het vizier hadden. Volgens een betrokken minister doet het Verenigd Koninkrijk naar 500 mensen onderzoek en is er voor nog eens 3.000 mensen „actieve belangstelling”. Een bredere kring bevat 20.000 extra mensen, deels afkomstig van oudere onderzoeken.

Met andere woorden: de veiligheidsdiensten hebben te kampen met een verzameling gevaarlijke extremisten waaruit het bijna onmogelijk is om ooit namen te schrappen. Mensen als Masood, de Westminster-moordenaar, naar wie tien jaar geleden onderzoek is gedaan, kunnen jaren later toch toeslaan, zodat de diensten hen in de gaten moeten blijven houden.

Een geslaagde aanslag is per definitie een falende veiligheidsdienst. Het is nog onduidelijk of het nu gaat om een gebrek aan analyse, inlichtingen of capaciteit – of dat de dreiging plotseling acuter en overstelpender is geworden. Wat het antwoord ook is, deze vraag zal centraal staan in het politieke debat, vooral nu de aanslagen zo kort voor de verkiezingen vielen.

Premier May wil dat er een manier komt om de „veilige ruimte” die deze ideologie geniet – online en offline – aan te pakken. De andere vraag is of de diensten de dreiging aankunnen (en hoe om te gaan met de soms precaire relaties met de bondgenoten in Washington en Europa.)

Maar het is duidelijk dat de huidige strategie, vooral gericht op preventie, geen effect heeft op een probleem dat alleen maar erger wordt.