Recensie

Jonas Kaufmann zindert vol machtsvertoon

Holland Festival

Stertenor lost de verwachtingen in bij Nederlands solodebuut. De chemie met Eva-Maria Westbroek tilde het optreden naar een hoger plan.

Foto Holland Festival

Na de hoge bes van Jonas Kaufmann klonk er een harde bonk in de Grote Zaal, alsof er iemand letterlijk van zijn stoel viel. Het was ook een indrukwekkende bes, aan het slot van ‘La vita è inferno’ uit Verdi’s La forza del destino, die begon als gefluisterde falset en volkomen naadloos aanzwol tot orkaankracht.

Kaufmann is de stertenor die alles heeft: bedwelmend donker geluid, souplesse, de looks van een filmster. Tot er een adertje knapte in zijn stembanden. Hij stond een halfjaar aan de kant en keerde afgelopen lente glorieus terug. Zondag maakte hij zijn langverwachte Nederlandse solodebuut met Verdi en Wagner. Welbeschouwd was het een coproductie: Kaufmann nam publiekslieveling Eva-Maria Westbroek mee, die maar één soloaria minder zong dan hij.

Kaufmann ging druistig van start met Se quel guerrier io fossi! en de aansluitende liefdesbetuiging uit Aida, Westbroek etaleerde de gigantische dynamische reikwijdte en emotionele impact van haar stem in ‘Tu che le vanità’ uit Don Carlo. Maar pas echt gedenkwaardig werd het dankzij de vonk tussen hen beiden in het duet ‘Già nella notte densa’ uit Otello, de titelrol waarin Kaufmann binnenkort in Londen debuteert. Westbroek doorboorde verschillende harten, het beroemde pianissimo van Kaufmann zinderde, evenals de kus die zij uitwisselden.

Na de pauze eiste Wagner andere kwaliteiten: drama, karakter en stamina. De liefdesnacht van Siegmund en zijn ‘bruid en zuster’ Sieglinde uit Die Walküre is voor beiden bekend terrein, al hield Kaufmann de partituur bij de hand. Zijn broeierige lage register kwam optimaal tot zijn recht, aan de vaderroep „Wälse!” leek geen eind te komen: wat een machtsvertoon. Op de ovatie van een kwartier volgde geen toegift; Kaufmann, die tussendoor wat hoestte, was zichtbaar gelukkig en opgelucht.