Recensie

Media moeten niet meegaan in hysterie over vermoorde meisjes

Zap

Het verdriet na een onnatuurlijke dood van een kind leent zich slecht voor verslaggeving in de media. Dat werd ook weer duidelijk met de aandacht voor de zaken rondom de meisjes Savannah en Romy.

Bunschoten rouwt in het ‘Achtuurjournaal’(NOS).

Er zijn meisjes van 14 die sterven - veel minder dan vijftig of honderd of duizend jaar geleden, maar het komt nog steeds voor: door zelfdoding, al dan niet na pesten, door anorexia, oorlogsgeweld, in het verkeer of een ziekte. Een enkeling wordt vermoord, vaak door iemand uit de directe omgeving, maar ook wel eens door een onbekende. De allerkleinste kans is dat je het slachtoffer wordt van terrorisme, bij voorbeeld bij een popconcert.

Het is vreselijk, het hoort niet, je moet er niet aan denken dat het jouw kind overkomt, en toch hoort het bij de risico’s van het bestaan. Gelukkig worden er geen kinderoffers meer gebracht door mannen in jurken en illegale abortus is tenminste grotendeels uitgebannen, net als de meeste epidemieën. Laten we onze zegeningen tellen.

Het verdriet bij de achterblijvers na een onnatuurlijke dood van een kind leent zich slecht voor verslaggeving in de media. Ik wil liever niet zien hoe de beertjes en waxinelichtjes worden neergelegd, hoe vriendinnen elkaar omhelzen of voor de camera melden dat ze van binnen huilen. En wat je al helemaal niet wilt zien is dat cameraploegen gaan hengelen naar uitingen van angst. Dat er geruchten worden doorgegeven over donkere auto’s met onbekende mannen die meisjes lastig vallen, dat burgemeesters kinderen aanraden bij elkaar te blijven en niet meer alleen naar verlaten plekken te gaan.

Toch is dat precies wat er weer gebeurde in het Pinksterweekend, na de vondst van de vermoorde Savannah uit Bunschoten en Romy uit Hoevelaken. Opening Journaal, sfeerreportages, herhaalde suggesties dat het wel heel toevallig was, zo vlak na elkaar in de buurt van Amersfoort, ook al meldde de politie dat er geen aanwijzingen waren voor een verband tussen beide zaken.

Voor talkshows leent het onderwerp zich al helemaal niet. Lekker potje speculeren met ‘deskundigen’ of met een voorganger van de Gereformeerde Gemeente in Bunschoten-Spakenburg. Eva Jinek: „Denkt u dan wel eens, waar is God?”

Misdaadverslaggever Peter R. de Vries heeft dan nog het voordeel dat hij echt veel ervaring heeft met moordzaken. In RTL Late Night meldde hij „het nog nooit zo zout te hebben gegeten.” Hij had misschien toch wel een indirect verband gevonden. Van de tachtig kindermoorden die hij ooit onderzocht, vond 90 procent plaats in de maanden mei, juni en juli. Als het langer licht is, zijn kinderen later buiten en schaarser gekleed. Veel daders hebben dan ook last van de warmte. Dus, concludeerde De Vries, je kunt je kinderen dus juist beter niet in het donker, maar bij lang daglicht binnen houden.

Met uitzondering van Nieuwsuur, dat keurig opende met de uitstoting van Qatar door de andere Golfstaten, bezwijken vrijwel alle media, ook de krantensites, voor de verleiding om groot uit te pakken met twee vermoedelijk niet gerelateerde zaken van moord of doodslag, waarvoor leeftijdgenoten aangehouden zijn. Je kunt het je bijna niet permitteren om te passen, als iedereen het erover heeft.

Dat is zeker het geval wanneer er een massale zoekactie door burgers heeft plaatsgevonden. Dan heeft de buitenwereld zo ongeveer het recht op collectieve en openbare rouw. Voor regionale media is aandacht ook onontbeerlijk en mogelijk nuttig. Maar voor landelijke media kan ik echt heel weinig redenen verzinnen om mee te gaan in de hysterie en zo de angst nog verder aan te jagen. Behalve dat het nu eenmaal goed verkoopt, de panische angst voor enge mannen van buiten, die het op meisjes van 14 begrepen hebben. Je zou er bijna nieuwsmijder van worden.