Column

Een standbeeld voor Neelie Kroes

Door Neelie Kroes hoeven we niet meer bij te betalen voor onze mobiele verbinding in andere EU-landen. Nu de digitale grenzen verdwijnen moeten we onze eigen grenzen aangeven, schrijft

Marc Hijink

Suchowola in Polen, Tállya in Hongarije of het Sloveense dorpje Krahule – over wat nou exact het middelpunt van Europa is, zijn de meningen verdeeld. Maar het standbeeld van Neelie Kroes verdient wel een centrale plek. Liefst op een steigerend paard, met een telefoon in haar hand.

Kroes bond in haar tijd als Europese commissaris de strijd aan met de telecomsector die belachelijk hoge tarieven vroeg voor verbinding in het buitenland. Daarom hoeven we vanaf deze maand niet meer bij te betalen voor onze mobiele verbinding in andere EU-landen.

Torenhoge belkosten bestaan niet meer en je kunt probleemloos overal je mail ophalen. De gigabytes komen uit je eigen databundel. Deze roam like home-regel legt de basis voor één digitale Europese economie, die kan opboksen tegen de Amerikaanse en Chinese grootmachten.

Vandaar dat standbeeld.

Het buitenland is wel wat minder buiten geworden. Excuses als ‘sorry, ik moet ophangen, ik zit in België’ werken niet meer. Nu iedereen bereikbaar is, is onbereikbaar zijn weer een luxe. Tijdens mijn laatste vakantie in Zuid-Afrika – waar gratis wifi net zo weinig in het wild voorkomt als de Big Five en roaming nog ouderwets onbetaalbaar is - bleek hoe prettig het is om uit de lucht te zijn. 

Lees ook over het dopaminepompje in onze broekzak: Hoe de smartphone ons verslaafd maakt

De eerste paar dagen was het onwennig, zo zonder internet. Loop ik niks mis? Is mijn hulp nergens nodig? Schoffeer ik vrienden, familie, collega’s? Is er een boom op mijn huis gevallen? Het was me, zoals Boer zoekt Vrouw-poëet Riks het zou zeggen, slim aan de wortel.

Al snel werd het leven overzichtelijk. Ik bleek zowaar een aardig persoon, met aandacht voor de wereld om mij heen – aandacht die niet langer gedeeld werd met de wereld op afstand. Met tegenzin keerde ik terug naar een plek met een internetverbinding. Terwijl de werkmail volstroomde (ik was nooit zo’n ster in out of office-meldingen) voelde ik mijn hartslag weer oplopen. 

Nu de digitale grenzen verdwijnen moeten we onze eigen grenzen aangeven. Voor wat privé is en wat werk, voor wat vakantie is en wat thuis. Ik hoop dat we elkaar deze zomer, als de gigabytes er in Italië of Spanje ook niet meer toe doen, niet gaan bestoken met winderige video’s vanaf het strand en dagelijkse updates uit de discotheek.

Continu op de hoogte blijven van anderen leidt de aandacht af van je eigen gedachten. Dwingt je synchroon te bewegen met de rest van de wereld. Er is meer afstand nodig om je te verhouden met wat er gebeurt.

Als je door je oogharen kijkt verandert Facebook in SBS6, vol product placements, en Twitter in een chaotische nieuwszender. Zenders die je rustig even uit kunt zetten. Ik was erg gecharmeerd van de Peace of Mind-functie op de Fairphone, deze verantwoorde telefoon stimuleert je het toestel uit te zetten.

Peace of mind, dat is pas echt vakantie. Te lang leefde ik in de veronderstelling dat ‘ze’ me niet kunnen missen. Waarschijnlijk was ik juist bang mezelf te missen – wie of wat blijft er van je over als je niet werkt?

Dat is de vraag die straks meegaat op mijn vakantie. Ergens in Europa; we twijfelen nog tussen Krahule en Suchowola.

Marc Hijink is tech-redacteur.