Commentaar

Aanslagenreeks stelt Britse samenleving op de proef

In korte tijd hebben terroristen drie keer toegeslagen in het Verenigd Koninkrijk. De laatste aanslag, zaterdagavond, vond plaats nog vóórdat het concert ter nagedachtenis aan de vorige aanslag plaatshad. Op 22 maart doodde een terrorist vier voetgangers en een politieman op Westminster Bridge en bij het Britse parlement. Op 22 mei stierven 22 bezoekers van een concert van Ariana Grande in Manchester. Op zaterdagavond 3 juni stierven zeven mensen op London Bridge en rond Borough Market.

Drie aanslagen in nog geen vier maanden. De laatste vond plaats vlak voor de verkiezingen, donderdag, die in het teken staan van de Brexit, een onderwerp dat het Britse electoraat heeft gespleten. Britse saamhorigheid wordt dezer dagen zwaar op de proef gesteld.

De aanslagen volgen elkaar niet alleen in hoog tempo op, de strategie van de terroristen maakt het voor de politie moeilijk om potentiële daders tijdig op te sporen. Auto’s, nepbomgordels en messen zijn gemakkelijk verkrijgbaar, daar is niet veel planning voor nodig. En hoewel IS ook deze aanslag heeft opgeëist, heeft het er de schijn van dat de daders geen opdrachten krijgen en zelfs geen deel uitmaken van een lokale organisatie. Het lijkt erop dat de acties vrij spontaan worden gepland en dat de aanpak wordt gekopieerd van eerdere aanslagen. De impulsieve terrorist is niet alleen dodelijk maar ook moeilijk op te sporen. Toch zijn de afgelopen tijd ook vijf aanslagen verijdeld, aldus premier May.

In Londen was de politie zaterdagavond overigens razendsnel ter plaatse. Binnen acht minuten wist ze een einde te maken aan de terreur door de drie daders, die eerst op voetgangers waren ingereden en met messen op uitgaanspubliek hadden ingehakt, dood te schieten. Acht minuten is zeer kort, maar toch te lang om dood en lijden te voorkomen.

Premier Theresa May stond zondagochtend weer voor 10 Downing Street om piëteit te tonen en vastberadenheid. Ze sprak over de slachtoffers en de nabestaanden, ze maakte bekend dat de verkiezingscampagne een dag werd opgeschort, maar dat de verkiezingen zelf gewoon doorgaan. Het waren woorden die je van een leider op zo’n moment mag verwachten.

Maar May was deze keer harder dan bij eerdere gelegenheden. Ze liet het niet bij een pleidooi voor extra middelen voor de veiligheidsdiensten. Ze onderkende dat terreur niet alleen met militaire middelen bestreden kan worden.

Ze kondigde een harde aanpak aan van de radicale islam. Er moet een einde komen aan de gesegregeerde samenleving, er moeten harde gesprekken gevoerd worden en de verfoeilijke ideologie mag geen vrijplaats geboden worden op internet, zei ze.

Hoe begrijpelijk het ‘Enough is enough’ ook is, de aanpak van segregatie is moeilijk, het inperken van internetvrijheid raakt al snel aan uitingsvrijheid.

Het pinksterweekend bood nog twee lessen. Het benefietconcert One Love Manchester toonde nog eens aan hoe belangrijk het is om terroristen te laten zien dat de vrijheid die de democratische westerse samenleving kenmerkt niet wordt prijsgegeven. De uitbundige concertgangers waren een symbool van verzet – zeker dit weekend. Maar hoe moeilijk het stilaan wordt om de angst als gevolg van terreur te negeren, bleek vlak voor de aanslag op London Bridge tijdens de finale van de Champions League. Tienduizenden Juventus-fans waren bijeen op een plein in Turijn en raakten door een paar vuurwerkknallen in paniek. In de chaos vielen honderden gewonden. De aanslagen vonden deze keer plaats in het Verenigd Koninkrijk, maar de vrees zit inmiddels overal.