Riffijnen, pak de Marokkaanse overheid in de staatskas

Opinie De protesten in het Rifgebied zullen niets uithalen, schrijft . „De betogers doen een moreel appèl op een overheid die moreel failliet is.”

Protest in de Marokkaanse stad Al-Hoceima, afgelopen zaterdag. Foto Youssef Boudlal/Reuters

Voor mijn volgend boekproject reisde ik afgelopen weken door Berbergebieden in Marokko en eindigde in Nador: een grimmige stad in het noordelijke Rifgebied, waar nu zoveel protesten plaatsvinden. Mijn hotel lag op steenworp afstand van het plein waar de boze menigtes elke avond bij elkaar kwamen, en nog steeds komen. Op de avond dat ik arriveerde, was Nasser Zafzafi, de leider van de opstand, net in de boeien geslagen en achter tralies gegooid – met hem intussen zes dozijn onschuldige jongemannen. Hoewel ik meer van de pen ben dan van de straat liep ik uit solidariteit mee met de hordes. Al was het maar omdat ik geloof dat geen dompig cachot of ijzeren ketting ooit de kracht van de geest in de boeien kan slaan. Ik scandeerde leuzen over mensenrechten en zong strijdliederen over vrijheid. „Wij Imazighen, wij zijn vrije mensen! Niemand kan ons onderwerpen!” en „Nador en Al-Hoceima, wij zijn broeders, niemand die ons kan scheiden!” Dat soort taal. Op het laatst was ik schor. Na een paar avonden ben ik opgehouden met joelen en meelopen. Niet omdat ik geen stem meer had, of niet meer achter de Berberstrijd sta, maar omdat ik geloof dat louter leuzen en optochten uiteindelijk weinig effect zullen sorteren.

De feiten zijn ontegenzeggelijk. De Rif is de jungle van Marokko. De overheid investeert er niet of nauwelijks. Prutserige scholen, geen instituten voor hoger onderwijs, miserabele gezondheidszorg, hele volksmassa’s die werkloos op straat hangen, kafkaëske bureaucratie (tenzij je steekpenningen betaalt), belabberde infrastructuur. Als er iets niet is verpauperd en enigszins functioneert is dat dankzij particulier initiatief. Incidentele cosmetische ingrepen vanuit Rabat kunnen de jungle amper verdonkeremanen.

De moord op de visverkoper Mohsin Fikri was geen incident, maar een gruwelijk staaltje van diepgaande mensonwaardige omgang van de autoriteiten met de Rifbewoners. De betogers hebben dus alle recht van spreken. Hun verdriet en woede is volstrekt legitiem en stamt van oudtijds.

Lees ook het interview met Nasser Zafzafi: ‘Europese Marokkanen steunen onze strijd’, zegt de protestleider van de Rif

Vraag is alleen: zullen de eisen van de betogers worden ingewilligd? Zullen alle waken op pleinen en markten en alle optochten en protestacties, ook bij het Europees Parlement, concreet wat uitrichten? Ik vrees heel weinig. Waarom? Simpel: de betogers doen een moreel appèl op een overheid die moreel failliet is.

De betogers vragen om rechtvaardigheid, om medische voorzieningen, werkgelegenheid, vrijheid, etc. En precies hier zit de bottleneck. Een corrupt, tiranniek regime is en blijft ongevoelig voor burgerrechteneisen. Alle moderniteiten ten spijt: van oudsher spreekt in Marokko niet het recht of de rede, maar de taal van geld en macht. Een bekende Marokkaanse uitdrukking luidt: wie geen geld heeft, zijn woorden zijn zouteloos.

Het verbaast mij daarom dat de Riffijnen niet naar de troefkaart grijpen die ze in handen hebben: kapitaal en economie.

Als je bedenkt dat het leeuwendeel van de Marokkanen in Europa uit het Rifgebied komt, en deze groep migranten jaarlijks miljoenen aan deviezen overmaakt naar financiële instellingen als Banque Populaire en Attijariwafa Bank – stel je dan even voor wat er zou gebeuren als dit enorme klantenbestand besluit hier (voorlopig) mee te stoppen, of nog liever: hun rekeningen op te zeggen. Een ware nachtmerrie voor het centrale gezag in Rabat!

En denk eens in wat er zou gebeuren als Europese Riffijnen collectief afspreken om (voorlopig) te stoppen met investeringen in al die duizenden vastgoedprojecten in Tanger, Rabat, Meknes, etc.? Een kolossale financiële strop voor het ministerie van Economische Zaken!

En wat als alle Riffijnen, die iedere zomer massaal naar Al-Hoceima en Nador uitvliegen, zouden overeenkomen om hun tickets voortaan niet meer bij Royal Air Maroc en Air Arabia te boeken, maar bij Transavia en Ryanair? Een schrikbeeld voor de staatskas!

Nog iets: waarom wordt niet besloten tot een aloud, beproefd pressiemiddel: stakingen. Waarom organiseren de vakbonden niet samen met de protestcomités acties waarbij bijvoorbeeld alle havenarbeiders van Al-Hoceima en Beni Ansar (Nador) een pooslang thuisblijven. Geen visvangsten, geen visopslag, geen vistransport, alleen nog maar rotte vis op de kades. Een razende zeperd voor de visindustrie waar de Marokkaanse economie goeddeels op teert.

Macht bestaat niet alleen uit vaak en luidruchtig tieren, maar vooral uit raak slaan. Maar ik weet ook: dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Vooral stakingen vergen enorme offers. In de onderste laag van ieder volk betekent vrijheid weinig meer dan de keus tussen werken of verhongeren. Daarbij, Berberstammen staan van oudsher niet bepaald bekend om samenwerking en eendrachtigheid. Ieder voor zich, God voor ons allen; dit sluit beter aan bij de volksaard van de doorgaans rivaliserende stammen. De enige figuur uit de recente geschiedenis die het presteerde om alle Berberstammen, van oost tot west, te verenigen voor één ideële zaak heette Abdelkarim El Khattabi, de legendarische vrijheidsstrijder. Maar dat was honderd jaar geleden. Zou het Zafzafi nu wel lukken?