Duitsland trekt troepen terug van basis op Turks grondgebied

Een laatste poging van de Duitse minister Gabriel heeft niet geholpen. Ankara blijft weigeren Duitse parlementariërs toe te laten op een Duitse basis op Turks grondgebied.

Foto Tobias Schwarz/AFP

Duitsland kán niet anders dan zijn troepen terugtrekken van de Turkse basis Incirlik, zegt de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Sigmar Gabriel. De reden daarvoor is dat Turkije blijft weigeren Duitse parlementariërs toestemming te geven de 260 militairen op de basis te bezoeken.

Gabriel kwam maandag tot de conclusie, nadat hij in Ankara een slotpoging had gedaan de Turkse regering op andere gedachten te brengen. Het besluit tot terugtrekking moet formeel nog worden genomen door de Bondsdag, naar verwachting gebeurt dat deze week al. Beide landen zijn lid van de NAVO.

Turkije stelde in mei het ‘bezoekverbod’ voor Duitse parlementariërs in, uit verontwaardiging dat Turkse militairen politiek asiel kunnen aanvragen in Duitsland. Zo’n 400 hebben dat gedaan sinds de mislukte staatsgreep afgelopen zomer, vier kregen inmiddels asiel.

Parlamentsarmee

Gabriel benadrukte in Ankara dat Duitsland een Parlamentsarmee heeft: voor uitzending van de strijdkrachten is toestemming van de Bondsdag vereist. Het is voor Berlijn daarom onacceptabel dat Bondsdagleden militairen niet kunnen bezoeken. Vanuit Incirlik verzorgt Duitsland, met Tornado-gevechtsvliegtuigen en een tankvliegtuig, verkenningsvluchten boven Syrië en Irak voor de strijd tegen IS.

Ondertussen is meer duidelijk over de 130 Turken in het buitenland die Ankara hun staatsburgerschap gaat ontnemen, tenzij ze binnen drie maanden terugkeren naar Turkije. Op de maandag gepubliceerde lijst staat de naam van imam Gülen, het vermeende brein achter de mislukte coup die sinds 1999 in ballingschap in de VS woont. Ook staan enkele parlementariërs van de pro-Koerdische partij HDP op de lijst. Verder gaat het om mensen die verdacht worden van banden met de Gülen-beweging, de Koerdische guerrillabeweging PKK, of IS. De Turkse regering beschouwt hen als ,,voortvluchtigen”, die verdacht worden van terrorisme, steun aan terrorisme of propaganda voor een terroristische organisatie.