Recensie

Cate Blanchett is dertien keer virtuoos in Manifesto

Cate Blanchett maakt van de installatie met dertien filmschermen een adembenemende ervaring. Ze speelt vele rollen tegelijk: van zwerver tot lerares.

Met Manifesto van Julian Rosefeldt is iets merkwaardigs aan de hand. Geen misverstand: iedereen moet deze grootse, overweldigende, filminstallatie gaan zien, al is het maar om Cate Blanchett. Manifesto bestaat uit een grote verduisterde zaal waarin simultaan, op dertien grote schermen, dertien korte films draaien van tien minuten per stuk. In elk daarvan speelt Blanchett een andere rol. Ze is nieuwslezeres, zwerver, poppenspeler, spreekster op een begrafenis, ouderwets uitziende moeder, lerares en noem maar op en je ziet haar in al die rollen tegelijk. Dat is een adembenemende ervaring: al die Cate Blanchetts die ook geen Cate Blanchetts zijn, dat prachtige hoofd, die bijna achteloze transformaties, die virtuoze acteertechniek met net genoeg relativering om er lucht in te houden – je hangt hier met gemak en vreugde twee uur en tien minuten rond, alleen maar om je aan Blanchett te blijven vergapen.

De trailer van Manifesto.

Maar er is ook nog iets met manifesten. En daar wordt het ingewikkeld. ‘Officieel’ namelijk gaat Manifesto helemaal niet om Blanchett, maar om het verschijnsel ‘kunstenaarsmanifest’. De enige teksten die Blanchett in al haar rollen uitspreekt, zijn letterlijke citaten uit manifesten waarin kunstenaars hun visie op de wereld en de kunst uiteen hebben gezet, variërend van Tristan Tzara’s Dada Manifest (1918) tot Barnett Newmans The Sublime is Now (1948) en Sol LeWitts Paragraphs on Conceptual Art (1968). Grootse wereldvisies, door Rosefeldt in alledaagse scènes geparachuteerd. Die botsing levert soms grappige situaties op, zoals in de laatste film, waarin Blanchett als lerares op een lagere school haar klas bij tekenles stimuleert door te citeren uit Lars von Triers en Thomas Vinterbergs Dogma 95 te declameren: „Temporal and geographical alienation is forbidden. Genre movies are not acceptable” – de kinderen tekenen begripvol door.

Meestal echter, komen Blanchetts wereld en de manifesten-wereld volstrekt niet bij elkaar. Blanchett declameert de teksten vol overtuiging, op een manier die passend voelt bij de situatie (wat Blanchetts grootsheid nog eens bevestigt), maar meestal blijft onduidelijk waarom Rosefeldt een specifieke situatie met specifieke teksten combineert. Daar komt bij dat Blanchett zelden het hele manifest mag uitspreken, waardoor de teksten worden gereduceerd tot holle frasen waarin woorden als vrijheid en waarheid en schoonheid steeds nadrukkelijker resoneren. Wat wil Rosefeldt daarmee zeggen? Dat manifesten geen waarde hebben? Dat ze niets te maken hebben met het leven van alledag? Heb je daar zoveel omhaal en ambitie voor nodig?

Het doet er vermoedelijk niet toe. Tijdens het kijken betrapte ik mezelf erop dat ik de teksten steeds meer als een soort orakelruis voor lief nam, maar met tintelende bewondering naar Rosefeldts ensceneringen bleef kijken, naar zijn camerawerk, zijn licht – en natuurlijk naar Cate. Manifesto wordt daardoor vooral één groot en binnen zijn ambities zeer geslaagd pleidooi voor vorm, voor overweldiging van de toeschouwer, en tegen complexiteit en inhoud. Een cynisch meesterwerk.