Recensie

Illusieloze oneliners stuwen show van Daniël Arends voort

In zijn zesde cabaretsolo, ‘De Afterparty’, getuigt de 37-jarige Daniël Arends van zijn afkeer van gezelligheid. Contact ontstaat pas als je er niet naar zoekt.

Daniel Arends: 'De Afterparty

Jammer dat het niet gelijk leuk is, zegt Daniël Arends als hij opkomt bij zijn programma De Afterparty. Jammer dat je altijd ergens doorheen moet. En hij vraagt zich af hoe hij een zaal van vijfhonderd bezoekers tot saamhorigheid kan brengen. De een komt voor de wijze, poëtische uitspraken, de ander voor de gekke, absurdistische seksgrappen.

En allemaal zoeken we contact en gezelligheid en dat is nou net iets waarin hij – van Indonesische afkomst – nooit Nederlander is geworden. Mensen willen doen alsof er niks aan de hand is. Dat is zijn bezwaar en dat demonstreert hij uitvoerig. Te zeggen dat de 37-jarige cabaretier niet wil dat het gezellig wordt, is flauwekul. Hij wil het hart van het woord ‘gezellig’ naar buiten trekken, de huid van de letters schrapen, het woord onder zijn voeten vertrappelen en het dan voor de zekerheid in de fik steken.

Alleen dat alles over ras zo gevoelig ligt, betreurt hij. Verder is dit zijn tijd: de verhuftering van de samenleving, het klimaat dat ten onder gaat: „Ik ben een gast die in februari een terrasje wil pakken.” Nadat hij heeft vastgesteld dat wie zich gekwetst voelt door zijn grappen niet bij hem in de zaal hoort en dat grappen over negers eigenlijk over racisme gaan, maakt hij zijn kwetsende grappen over ras en ‘medebruintjes’. Hij weet echt wel hoe dat voelt, zegt hij, maar hij lacht het liever weg.

Arends zit deze voorstelling in een onweerstaanbare flow. Heen en weer ijsberend over het podium, met handen en vingers zijn woorden onderstrepend en een peilende blik als hij even temporiseert of zich een gemakkelijke grap permitteert, houdt hij je in zijn verhaal gevangen. Niet eens omdat elke grap zo raak is of elke redenering zo helder, maar meer vanwege het nihilisme dat eraan ten grondslag ligt en dat je de adem beneemt. Het enige wat voor hem telt is de dood, die grote afterparty.

Snoeihard is hij tegen de mensen met wie hij een praatje aanknoopt. Cabaretiers zijn te veel pleasers geworden om bezoekers op de eerste rij nog te kakken willen zetten, maar bij Arends is die plek nog echt gevaarlijk. En dan gaat hij daarna nog eens door over het failliet van de liefde. Als hij zijn relatie op het hakblok legt en vrijgezellen van rond de dertig een complex aansmeert, zijn het de illusieloze oneliners die de show voortstuwen.

Arends leeft van tegenspraak, maar bij zijn poging zijn opzet over samenzijn af te ronden, wekt hij vooral verwarring. Hij stelt dat iets doen wat niet kan (zoals een relatie) alleen mogelijk is door te geloven in wat niet waar is (dat er een goede reden is om samen te zijn), en sluit af met een rommelige metafoor over een kamer. Daar moeten we doorheen. Want dan is het tijd voor een kleine afterparty en neemt Arends nog even plaats op de rand van het podium, voor meer grappen en meer gekte. Gezellig.