Cultuur

Interview

Interview

‘De apotheker kan veel goedkoper medicijnen bereiden’

Geneesmiddelen

Apothekers moeten met een soort bio-nespresso-apparaat zelf moderne medicijnen maken, vindt biotechnoloog Huub Schellekens.

Als het aan Huub Schellekens ligt, gaat de wereld van de geneesmiddelen volledig op zijn kop. „Wij gaan bij de medicijnen doen wat Uber heeft gedaan bij de taxi’s”, zegt Schellekens, hoogleraar farmaceutische biotechnologie aan de Universiteit Utrecht. „Dit is de enige manier waarop we geneesmiddelen goedkoper kunnen maken en daarmee bereikbaar voor alle patiënten die ze nodig hebben.”

Geneesmiddelen zijn al decennia lang het exclusieve domein van grote farmaceutische bedrijven, die de middelen ontwikkelen, laten registreren bij een toezichthouder, op grote schaal produceren in fabrieken en wereldwijd verkopen. Dat laatste gebeurt vaak voor veel geld; een Pompe-patiënt ‘kost’ in Nederland 400.000 tot 700.000 euro per jaar, de uitgaven aan kankermiddelen zijn in vier jaar verdrievoudigd.

Schellekens en zijn collega’s in Utrecht willen geneesmiddelen die uit patent zijn juist kleinschalig laten maken door zogeheten ‘magistrale bereiding’: een apotheker maakt het middel in zijn apotheek, op recept van een arts, steeds voor één patiënt. De Geneesmiddelenwet staat dit toe, want officiële registratie van een geneesmiddel is alleen verplicht bij productie voor meerdere patiënten.

De Transvaal Apotheek in Den Haag is een van de weinige die nog doen aan magistrale bereiding, zelf geneesmiddelen maken. Ze maken er cannabisolie en preparaten van morfine voor pijnbestrijding bij kankerpatiënten. Foto’s David van Dam

In het Utrechtse lab maakt Schellekens zelf al een tijdje bij wijze van proef medicijnen voor enkele patiënten met een zeldzame ziekte – met geld van de drie grote zorgverzekeraars. Het gaat om zogeheten biosimilars, goedkope versies van merkmedicijnen die worden gemaakt in levende cellen. „Het is de bedoeling dat een apotheker straks een ‘bio-nespresso-apparaat’ heeft staan waarmee hij makkelijk voor een patiënt een geneesmiddel maakt”, zegt Schellekens.

Gevaarlijk, vinden critici uit – onder meer, maar niet uitsluitend – de industrie: het is niet veilig om biologische medicijnen te maken buiten de hoogwaardige en grootschalige productiefaciliteiten van Big Pharma. „Onzin”, vindt Schellekens: „We maken enzymvervangers en juist die kun je veilig en stabiel produceren.” Toezichthouders hebben niettemin het Utrechtse initiatief steeds geïnteresseerd maar ook terughoudend bekeken.

Aan die patstelling lijkt nu een eind te komen doordat het wetenschappelijke tijdschrift Nature Biotechnology maandag een artikel van Schellekens en collega’s over het initiatief afdrukte. In een commentaar schrijft het blad: „We verwachten brieven met een catalogus van redenen waarom magistrale bereiding onveilig en onwerkbaar is. Maar voor dit blad lijkt magistrale bereiding de eerste stap naar de verwerkelijking van geïndividualiseerde geneesmiddelen, waarbij de patiënt centraal staat.”

Deze personalized medicine is al een tijd de grote belofte van de geneesmiddelenwereld. Dankzij steeds beter genetisch onderzoek moet het mogelijk worden om voor elke patiënt een geneesmiddel ‘op maat’ te maken. Vooralsnog blijkt dat erg lastig uitvoerbaar en kostbaar. Schellekens: „Met onze aanpak keert de menselijke maat terug in de geneesmiddelenwereld. Dit is echt personalized medicine.”

Maar waarom is dit nodig?

„Omdat medicijnen veel te duur zijn. In India en Pakistan krijgen van 2.000 patiënten die aan een zeldzame ziekte lijden er vier medicijnen. In Europa krijgt de helft van de patiënten niet de noodzakelijke medicijnen, doordat die in hun land onbetaalbaar zijn.”

Zijn er geen andere manieren om de prijs omlaag te krijgen?

„Dat heb ik lang gehoopt. Ik dacht dat Big Pharma zou ontploffen, zoals met de bankensector gebeurde na de val van Lehman Brothers – maar de financiële reserves van de bedrijven zijn te groot. Het samen inkopen van medicijnen levert niets op, doordat de fabrikanten de kleine korting die ze later zullen geven vooraf opnemen in hun lijstprijs. Het is in principe kansrijk om de hoge prijzen juridisch aan te pakken op grond van misbruik van economische machtspositie, maar dat duurt te lang: als het vonnis er ligt, is het middel al uit patent. Dus we omzeilen nu gewoon het systeem met magistrale bereiding.”

Hoe ver zijn jullie?

„We hebben nu twee projecten lopen voor zeldzame ziekten en hebben drie projecten in de pijplijn.”

Voor welke ziekten?

„Dat zeg ik niet. De patiëntengroep is zo klein dat de fabrikanten weten wie de patiënten zijn. Het is onder meer uit de Verenigde Staten bekend dat fabrikanten in hun verzet ook de patiënten bewerken. Dat willen we zoveel mogelijk voorkomen.”

Kun je echt in een klein apparaat een biologisch medicijn maken?

„Hoe groot denk jij dat met de moderne technologieën een grootschalige productietank in een fabriek eruit ziet?” Als antwoord uitblijft, maakt Schellekens een rechthoek in de lucht. „Zo groot als een flinke koelkast. Daarmee maak je 250 kilo eiwit per jaar. Dat is ongeveer genoeg om de hele wereldbevolking met een zeldzame ziekte van medicijn te voorzien. Het is dus alleen een kwestie van het apparaat nog iets kleiner te maken, zodat het bij de apotheek kan staan en het zo te ontwerpen dat jij en ik hem kunnen bedienen. Daarmee zijn we nu bezig met ingenieurs van de TU Delft en met het Belgische bedrijf dat die kasten maakt voor de industrie.”

Hoe komen jullie aan geld hiervoor?

„De grote zorgverzekeraars, waaronder Achmea, CZ en Menzis, hebben de miljoenen euro beschikbaar gesteld. Daarmee betalen we vooral mensen die vrijgesteld moeten worden van hun reguliere werk, maar ook een bedrijf dat het proces verder uitwerkt. Maar wij zijn geen ondernemers, dus ik hoop dat creatieve ondernemers dit zullen oppakken. Na de publicatie en het commentaar in Nature verwacht ik dat ze snel aan de deur zullen kloppen.”

Jullie aanpak vraagt veel van de apothekers, wat vinden zij?

„De organisatie van de apothekers KNMP heeft grote interesse. Probleem is wel dat veel apothekers dit soort werk niet meer doen en er ook geen faciliteiten meer voor hebben. Apothekers zijn de laatste jaren toch vooral doosjesschuivers geworden, die alleen kant-en-klare medicijnen verkopen. Door dit initiatief gaan apothekers weer doen waarvoor ze zijn opgeleid. Er zijn zeker individuele apothekers die willen én durven.”

En de patiënt, moet die niet ook durven, met middelen die niet zijn geregistreerd en niet uit een fabriek komen?

„Zeker, het vraagt veel vertrouwen van de patiënt in de arts en apotheker. Maar dat geeft de patiënt juist een veel sterkere rol. De patiënt geeft niet alleen toestemming, maar staat ook rechtstreeks in contact met degene die het middel maakt. Ook zo keert de menselijke maat terug.”

Waar zitten de voetangels?

„In de wetgeving toch vooral. Je mag voor één patiënt een middel maken, maar je mag niets in voorraad houden. Maar terwijl een patiënt doorgaans 60 milligram nodig heeft, is het erg lastig om minder te produceren dan 2 gram. Je zult wat moeten bewaren. Het doemscenario is dat de inspectie bij ons langskomt en voor zoiets alles voor twee jaar stillegt. We hebben dus echt de steun van de minister van VWS nodig. Een poging van de industrie om ons initiatief te torpederen bij VWS is overigens mislukt.”

Met magistrale bereiding mag je ook geoctrooieerde medicijnen namaken. Gaan jullie dat doen?

„Voorlopig niet, want ik denk dat wat we nu doen al genoeg verzet oproept bij de industrie. Maar ik wil me niet beperken tot middelen voor zeldzame ziekten. Op termijn wil ik ook graag kankermedicijnen laten produceren bij de apotheker.”