Anarchisten kamperen met hun kinderen in Appelscha

Politieke beweging

Anarchisten organiseren al 90 jaar een pinksterkamp in Appelscha. De beweging is klein, maar geen modegril. Drugs en alcohol zijn er verboden, diepgaand theoretisch discussiëren mag wel.

Foto: Kees van de Veen

Het is pas net na tien uur ’s ochtends op zaterdag wanneer Peter Storm in zijn lezing ‘Een introductie tot het anarchisme’ de eerste theoretische klap uitdeelt aan de fundamenten van het marxisme. De anarchist vertelt zijn verhaal tijdens de opening van de Pinksterlanddagen, het belangrijkste anarchistische festival van Nederland. „De dictatuur van het proletariaat is levensgevaarlijk. Er wordt een nieuwe autoriteit ingesteld die uiteindelijk weer macht gaat uitoefenen over anderen.”

Diepgaand theoretisch discussiëren over anarchisme en marxisme – dat kan in Nederland nog altijd. Wie dat wil zien, moet tijdens het Pinksterweekend neerstrijken in Appelscha, op het snijpunt van de drie van oudsher linksige provincies Drenthe, Friesland en Groningen. Daar komt sinds 1927 een groot deel van de anarchistische beweging bijeen op het eigen kampeerterrein Tot Vrijheidsbezinning, voor twee alcohol- en drugsvrije dagen van lezingen, actietrainingen en activiteiten als ‘Speeddaten voor activisten’.

Foto: Kees van de Veen
Foto: Kees van de Veen

En daar blijkt: het anarchisme is niet dood. Niet dat er veel activisten zijn: het festival – opgezet rond een tent en een klein zaaltje, rood-zwarte vlaggen bij de ingang – trekt elk jaar rond de vierhonderd bezoekers. Daarmee heb je ook gelijk wel een goede staalkaart van de beweging in Nederland. Peter Storm, na zijn lezing: „Het is niet dat iedereen iedereen kent, maar iedereen kent wel mensen.” Hoe klein de groep actieve anarchisten ook is, serieus neemt die de beweging nog altijd zeker.

Foto: Kees van de Veen

Foto: Kees van de Veen

Foto: Kees van de Veen

Protestactie bij Jumbo

„De linkse boekwinkels als Het Fort van Sjakoo uit Amsterdam en Rosa uit Groningen, die draaien op dit soort dagen een goede omzet”, zegt vrijwilliger Marc. Hij staat bij het kraampje van de Vrije Bond, een ‘anarchistische zelforganisatie’, en vindt net als veel anderen op het terrein dat zijn achternaam er voor de verslaggever niet toe doet. Voor hem liggen grote aantallen dunne pamfletjes over onderwerpen als de staat, anarchisme en Domela Nieuwenhuis. „Die zijn gedrukt door kleine drukkerijen, dat kost bijna niks.”

Op welke manier houdt Marc zich zelf nog bezig met anarchisme? Dat blijkt al snel. „We gaan zo trouwens naar een Jumbo-distributiecentrum in Beilen”, begint hij plots. „Daar gaan we een protestactie doen tegen de arbeidsomstandigheden van Poolse arbeiders.” Er gaan ook Pools sprekende activisten mee. „Over een uurtje of zo zijn we terug, denk ik.”

Dat soort acties lijkt voor een groot deel de kern te vormen van het anarchisme vandaag de dag. Op de ‘PL’, zoals de Pinksterlanddagen hier genoemd worden, wordt uitvoerig overlegd over nieuwe plannen. Er zijn hele sessies over demonstraties bij de G20 binnenkort in Hamburg, en over milieuacties op andere plekken in Duitsland en Nederland.

Dat de staat omverwerpen geen reële optie is – daar lijkt iedereen het wel over eens. Maar dat was in Nederland sowieso nooit mogelijk, ook niet in de jaren ’80, verzekeren meerdere bezoekers. De beweging was daarvoor altijd te klein. Boekverkoper Henk: „De anarchistische utopie is meer een leidraad voor het dagelijks leven. Alleen het Spanje van na Franco kwam misschien dicht bij een experiment.”

Foto: Kees van de Veen

Kinderprogramma

Er is niet alleen een ‘harde kern’ aanwezig vandaag. Er zijn er ook genoeg die meer op een afstand sympathiseren met de anarchisten. En, opvallend genoeg: het terrein stroomt over van de kinderen. Zij schommelen en fietsen tussen de boekkraampjes door. Er is zelfs een kinderprogramma. Marc: „Activisten krijgen ook kinderen. De ouders kunnen dan misschien niet meer naar elke vergadering of naar elke actie, maar dan zijn de PL ook nuttig om iedereen weer te zien.”

En dan zijn er ook nog zelfstandige nieuwkomers. Want die kent de beweging wel degelijk, zegt Ron, die voor de 28e keer bij de PL is. „Via de milieubeweging komen er vaak mensen binnen.” Vrijwilliger Marc: „Ik heb de indruk dat de studentenbeweging ook een beetje is geradicaliseerd. Er komen wel jongeren. Maar je moet het zelf doen en uitzoeken. Anarchisten zijn bijvoorbeeld heel slecht in sociale media en daar bijna niet aanwezig.”

Een van die nieuwkomers is Oscar Grootveld. De Amsterdamse student wiskunde verdiepte zich de laatste tijd in verschillende stromingen („ook rechts, Ayn Rand en zo”), bezocht het Marxisme-festival in Amsterdam, en is nu voor het eerst op de PL. Hij bezoekt veel lezingen en vermoedt dat hij zich het meeste identificeert met het anarchisme. „Ik kreeg bij de internationale socialisten toch de indruk dat sommigen weinig problemen hadden met het inzetten van autoritaire middelen.”

Foto: Kees van de Veen
Foto: Kees van de Veen

Grootveld snijdt daarmee een gevoelig punt aan. Want echte marxisten – die zal je toch maar weinig aantreffen in Appelscha. Het is een anarchistisch festival, geen radicaal links festival. Dat is een belangrijk verschil. „Op veel gebieden kunnen we samenwerken, maar veel ook niet”, zegt Ron. Zo kan het dus dat oudgediende Peter Storm in zijn openingslezing al snel begint over de clash met het „autoritaire” marxisme. Een verenigd links front blijft voorlopig ook in de radicale hoek een utopie.

De anarchisten leggen zich erbij neer dat ze door hun kleine aantal geen harder tegengeluid kunnen laten klinken in de maatschappij. Dat neemt niet weg dat ze zich zorgen maken over het huidige, rechtse tijdsgewricht. Ron: „Rechts-populisme is zó sterk nu. Maar we hebben op dit moment geen goed antwoord op die tendens. Daarvoor zijn we gewoon te klein.”