‘Toen Noa vier was, switchte ze van cello naar viool’

Foto Merlijn Doomernik

Arjan Wildschut (48), altviolist Radio Filharmonisch Orkest; Liora Ish-Hurwitz (47), viooldocent; Avigal Wildschut (17), altviool; Noa Wildschut (16), violist.

Liora Ish-Hurwitz: „Ik heb 32 vioolleerlingen, waarvan de helft kinderen van orkestcollega’s van Arjan. Dat onze eigen dochters ook viool gingen spelen, ging dus vanzelf. Avigal zag haar mama steeds in het atelier verdwijnen met vreemde kinderen, logisch dat ze dat ook wilde. Noa wilde eerst cello, maar ontdekte dat wat in haar hoofd zat, niet uit de cello kwam. Toen ze vier was, switchte ze naar viool. Die liefde is niet meer gestopt; haar debuut-cd verschijnt in september. Ook Avigal is overgestapt, naar altviool, maar zij wil dat muziek haar hobby blijft. Haar passie ligt op het sociale vlak. Als profielwerkstuk heeft ze laatst een muziekworkshop georganiseerd voor vluchtelingenkinderen.

Je kunt kinderen niet dwingen een instrument te bespelen, zeker pubers niet. Bij Arjan en mij – onze ouders waren geen professionele musici – kwam het uit onszelf, al hoorde muziek er thuis wel bij. Zowel Arjans broer als mijn broer zijn musicus. Toen Arjan en ik trouwden, speelde zijn broer Bachs cello-suites. En toen mijn moeder 75 werd, vormden we met z’n allen een orkest.”