Misleiden op de verpakking mag, als je het netjes doet

Wat eten we? Mangosap met 0,2 procent mango, dat mag. Maar soms maken producenten het te bont met hun lokingrediënten.

Foto Istock

Als er net zoveel hazelnoten in ons eten zou zitten als verpakkingen soms suggereren, zouden we wereldwijd een gigantisch hazelnotentekort hebben. We zien op de muesli een ontbijtschaaltje, rijkelijk bestrooid met hele hazelnoten. Repen met lekkere grote hazelnoten. M&M’s, de helft hazelnoot, de andere helft pinda. De helft? Ammenooitniet. In de ‘limited edition’ Peanut & Hazelnut bleek maar 9 procent hazelnoot te zitten en 16 procent (goedkopere) pinda’s. Dat stond er niet op.

Vorige week werd moederbedrijf Mars door de Reclame Code Commissie op de vingers getikt: een verpakking met twee kleurhelften die suggereert dat in de helft van de M&M’s een hazelnoot zit: dat mag niet. Enige overdrijving is niet verboden, maar van ingrediënten die in volle glorie op de voorkant staan, moet wel op de achterkant staan hoeveel erin zit. ‘Kwidden’ heet dat, naar Kwantitatieve Ingrediënten Declaratie. En dan verschrompelen noten en vruchten vaak tot zielige kruimels. Foodwatch, de voedingsorganisatie die de nootzaak begon en won, heeft nog wel een paar sterke staaltjes: mangofrisdrank met maar 0,2 procent mango, of fris met braam en framboos, met 0,07 procent framboos en 0,02 braam. Het verschil met de M&M’s is dat hier wel ‘gekwid’ is, maar misleidend blijft het, vindt Foodwatch. Je moet wel erg je best doen om te zien dat er veel meer suiker dan fruit in zit.

Tijd voor een stoplicht?

De Consumentenbond heeft een wall of shame van producten aangelegd – een muur van misleiding. Honingsiroop waar geen honing in zit, vitaminewater ‘cranberry rozenbottel’ dat er gezond uitziet maar geen fruit bevat. Alleen aroma. En suiker. En dan stond er nog een blauw vinkje op ook – waardoor consumenten nog sneller denken dat ze goed bezig zijn met zo’n flesje Sourcy.

Nog even over dat vermaledijde vinkje. Het was bedacht om consumenten te helpen maar het verdwijnt omdat niemand het begrijpt. Consumentenorganisaties willen dat er snel een nieuw logo komt dat iedereen snapt. Geen plaatje dat zegt dat het ene drankje iets minder ongezond is dan het andere. Maar een stoplicht dat in rood, oranje en groen, met absolute cijfers, laat zien hoeveel (verzadigd) vet, suiker en zout er per 100 gram in een product zit. Een aantal grote producenten wil wel een soort verkeerslicht, maar dan op basis van portiegrootte (kleine porties: meer groen). Want wat als al hun producten ineens rood/oranje kleuren? Niet oversteken heeft iedere klant als kind geleerd. Albert Heijn komt binnenkort zelf met nieuwe etiketten, dat vast grotere letters heeft (het is nog geheim), maar waarschijnlijk geen stoplicht.

De Tweede Kamer praat 19 april over voeding. Over van alles en nog wat. Consumentenorganisaties, patiëntenclubs en voedingsdeskundigen hopen dat het veel over uiterlijkheden zal gaan: dat er strengere regels komen voor verpakkingen zodat wat je ziet ook is wat je krijgt. Dat ‘sjoemelsuiker’ en ‘lokingrediënten’ verdwijnen. Dat je geen app of leesbril meer nodig hebt om uit te pluizen wat er nou precies in je muesli, appelmoes of vanillevla (zonder vanille) zit. O, en ook nog dat Dora, Spongebob en andere helden van ongezonde producten voor kinderen verdwijnen. Tot die tijd bijten ze in de kuiten van de levensmiddelenfabrikanten, met af en toe een succesje.