Column

Gianluigi

Het gebeurt nog zelden dat doelmannen cultuurschepper zijn van hun club of land. Legendes tussen de palen kom je steeds minder tegen. De indruk bestaat dat de keeper door topclubs meer als nuttige idioot dan als stervoetballer wordt gezien. Om even dicht bij huis te blijven: Ajax en Feyenoord hebben niet echt een mirakelman tussen de palen. Bij het Nederlands elftal staat de tweede garnituur onder de lat. Uit de rijke oogst van jeugdelftallen komt nooit eens een wereldgoalie te voorschijn die instapklaar is. Misschien heeft de doelman als ultieme held bij de jeugd ook afgedaan en wil iedereen naar de spits of de nummer 10.

Zelf kijk ik eerst naar de keeper. Naar zijn outfit, zijn haarcoupe, zijn handen. Mijn archetype is nog steeds Jan van Beveren, de doelman van PSV die het bij het Nederlands elftal zo moeilijk had met Johan Cruijff. Rank en uitvouwbaar tot in de winkelhaak en over de grond een slangenmens. Hij was van een ander soort beschaving dan de Suurbiertjes en de Swartjes en vertrok naar Amerika waar hij in postzegels handelde. Zachter kan je onschuld niet hebben.

Real Madrid en FC Barcelona hebben ook geen doelman als clubicoon meer. Iker Casillas was zowat de laatste. In de Premier League staan vooral vogelverschrikkers in doel of jongens met een slecht karakter. Thibaut Courtois van Chelsea is zo’n elastische hork. Altijd humeurig.

Laten we daarom nog één keer genieten van Gianluigi Buffon in de finale van de Champions League. Op zijn 39ste krijgt hij een laatste kans om zich te vereeuwigen. Manchester City heeft zopas 40 miljoen euro neergeteld voor de keeper van Benfica, Ederson, maar dat is klein bier vergeleken met het transferverleden van Buffon. De duurste doelman aller tijden die in 2001 werd aangekocht voor meer dan vijftig miljoen euro. Zestien jaar later is hij zijn geld nog altijd waard.

Gianluigi heeft Juve nooit willen verlaten. Ook niet toen de club na een omkoopschandaal naar de Serie B zakte.

Grote namen hebben historie geschreven voor Juve, maar Buffon is altijd publiekslieveling gebleven. Hij is ook nog de nummer 1 van het nationale elftal. Het is de bedoeling dat hij nog doorgaat tot na het WK van volgend jaar. Hoe slopender zijn dubbelprogramma hoe levenslustiger Buffon uit de catacomben komt gedarteld. Druipend van plezier.

De laatste jaren speelt hij graag ceremoniemeester. Bij de toss, na het laatste fluitsignaal of tussentijds bij een blessure, altijd zie je hem even theatraal rond de nek hangen van vriend en vijand. Zijn scala aan grimassen is onuitputtelijk. Steevast laatste man op het veld: handje hier, kusje daar, even knielen voor de tifosi, een laatste keer met gesloten ogen naar de hemel staren…

Iedereen is onder de indruk van Buffon. Edwin van der Sar sprak lovende woorden over hem als mens en als sportman. Zijn klasse liegt niet. Buffon is in elke wedstrijd goed voor een paar cruciale reddingen. De snelheid waarmee hij naar de grond gaat, is Boltiaans. Een sprinkhaan met artiestenkop – het zijn altijd mooie beelden.

Juventus is de aristocratie van het internationale voetbal. Alleen al de schoonheid van het gestreepte shirt ontroert. De Atlantikwall legt het af tegen de driemansverdediging en Paulo Dybala heeft een goddelijke touch.

De beker moest maar eens naar Juve gaan.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.