Een fiets stelen is dus ‘normaal’ hier

Als Duitser tijdelijk werkend in Amsterdam vallen veel zaken op, maar toch vooral de omgang met fietsendiefstal.

In Amsterdam zijn meer fietsen dan mensen. Wiskundig gezien is het dus niet nodig een fiets te stelen. Maar mijn fiets werd gestolen en bijna overal is de reactie: ja, en? De reden is simpel: ik ben niet de enige.

De cijfers laten een daling zien, maar er werd vorig jaar alleen minder aangifte gedaan. Ook in Duitse steden worden fietsen gestolen. Ik kom uit Berlijn, waar eenmaal mijn fiets werd gestolen. In 2016 zijn in Berlijn 34.418 diefstallen van fietsen aangegeven. In Nederland waren het er zo’n 96.000.

Maar slechts ruim een kwart van de diefstallen wordt hier aangegeven, omdat mensen denken dat het toch zinloos is. Ik vraag me af waarom het in Amsterdam normaal is; alsof diefstal een charmante grap is. Daarbij zijn fietsen zo elementair, vooral in deze stad. De fiets behoort tot de identiteit, het betekent mobiliteit met een emotionele component. De fiets is als een familielid.

Ik zette mijn fiets op slot voor een hotel. De volgende dag was hij weg. Ik vroeg een hotelmedewerker of zij een camera hadden; hij was heel netjes en noteerde alles, voor als de politie langs zou komen.

Als ik later mijn OV-kaart wil opladen vraag ik of ik daarmee tijdelijk een OV-fiets kan huren, maar dat is alleen met een gepersonaliseerde kaart mogelijk. De man knikt vol begrip en zegt dat iedere Amsterdammer elk jaar vijf nieuwe fietsen moet kopen: „Welkom in Amsterdam!” Ten minste twee sloten zijn nodig, vertellen mensen me later, maar beter is drie.

Cornelia Dinca werkt voor CycleSpace, een agentschap voor fietsverkeer. „Een paar jaar geleden besloot de gemeente iets tegen de diefstallen te doen”, vertelt zij. De cijfers daalden, maar daarna werd er minder op ingezet. Sindsdien stegen de cijfers weer.

Elf dagen zaten er tussen het kopen van mijn fiets en de diefstal. Nu ga ik naar het politiebureau dicht bij CS. Dit moet wel een ontzettend goed bureau zijn, denk ik als ik het adres opzoek en de Google-beoordeling zie: 4,3 van 5 sterren. Is dit inclusief massage?

Nee, geen massage. Wel een leuke conversatie. Ik vertel een politieagent de reden van mijn bezoek. Hij aarzelt kort, omdat niet veel mensen komen om een fietsendiefstal aan te geven. Met een grijns feliciteert hij me met de inburgering. Terwijl de politieagent de aangifte opneemt, ziet hij dat ik uit Berlijn kom. Hij heeft al eens in Berlijn gefietst. Ofschoon de fietspaden daar niet zo goed zijn, vond hij het leuk.

Veel hoop moet ik niet hebben, zegt hij. Fietsendiefstal heeft geen prioriteit. Ik heb de fiets gebruikt gekocht op het Waterlooplein, iedereen raadde me dat aan. Maar de politieagent kijkt of ik een grap maak. Daar staan ook gestolen fietsen, zegt hij. Maar moet daar geen controle zijn dan? Zeker, zegt de politieman, maar er is niet genoeg capaciteit. Iets soortgelijks geldt voor de verwerking van de camera-opnames van het hotel waar mijn fiets gestolen werd. „Dat duurt uren en uiteindelijk is niemand zichtbaar”, zegt hij.

De man vertelt dat hij zijn fietsen altijd op het platteland koopt, omdat veel mensen daar nu een elektrische fiets kopen. Wij praten over de betere kwaliteit van oude fietsen; trots laat hij me daarna zijn oude Gazelle zien uit de jaren 60.

Mijn fiets is weg voor altijd, dat snap ik. Maar in elk geval weet ik nu dat ik de volgende keer op het platteland een goede fiets vinden kan.