Opinie

Een detentiefabriek - daar wordt niemand beter van

Mariët Meester bezocht de nieuwe gevangenis in Zaanstad. Gedetineerden krijgen er straks e-books en magnetronmaaltijden. „Kan het wat menselijker?”, vraagt Meester zich af.

Het Justitieel Complex Zaandam, met duizend 'justitiabelen' de grootste en meest innovatieve gevangenis van Nederland. foto ANP

Op een dag in 2016 werd ik rondgeleid in de gevangenis van de Zuid-Spaanse provincie Málaga, een complex met zo’n twaalfhonderd gedetineerden. Ieder jaar wordt een van hen tijdens een paasprocessie vrijgelaten, het centrale thema van een boek over Andalusië waarvoor ik materiaal verzamelde.

De gevangenis van Málaga was geen oord waar een mens langer dan nodig zou willen blijven. Beetje sjofel, beetje donker, weinig groen, en zachte materialen waren er ook al nauwelijks gebruikt. De adjunct-directeur en ik wandelden door eindeloze gangen, hoog en breed, waarin ik mijn oriëntatievermogen zou zijn kwijtgeraakt als er niet zoveel schilderijen hadden gehangen. Onder leiding van een beeldend kunstenaar waren ze gemaakt door de gedetineerden.

Terwijl we langs de keuken van de gevangenis kwamen, snoof ik heerlijke geuren op. Ik kon mannen in het wit zien lopen met karren vers gebakken brood, nog warm van de oven. „De koks zijn allemaal gedetineerden”, vertelde de adjunct met enige trots.

Helaas was er geen werk voor iedereen, sinds de economische crisis ontbrak het aan afzetmogelijkheden voor de te maken producten.

Hier en daar zag ik groepjes rond een docent zitten. We luisterden mee bij de cursus ‘Bar en Restaurant’, met wel dertig cursisten. Volgens een artikel in de regionale krant hadden ze de opgedane kennis over gezond voedsel onlangs tijdens een gastles overgedragen aan minderjarige scholieren. Ik las wel vaker iets over deze gevangenis; drie gedetineerden hadden bijvoorbeeld het toelatingsexamen voor de universiteit gehaald.

Ik mocht een cel bekijken, tweepersoons met een stapelbed. Ook kreeg ik de bibliotheek te zien. De collectie bestond uit 14.000 boeken, vertelde een gedetineerde die exemplaren terugzette. Maar het meest frappeerde me in deze Andalusische gevangenis de manier waarop ik tegemoet werd getreden door het bewakend personeel, dat net zo gekleed was als in Nederland; een trui en broek in donkergrijs, aan de riem een portofoon en andere parafernalia. Telkens als we zo iemand tegenkwamen, kreeg ik een kus op beide wangen. Het was een uiting van de menselijkheid die maakt dat ik zo graag in Spanje kwam, maar die ik in deze omgeving niet had verwacht.

In Nederland ben ik ook bekend met penitentiaire inrichtingen. Ik groeide op in Veenhuizen, toen het gevangenisdorp nog verboden was voor buitenstaanders. Op een vanzelfsprekende manier maakten gedetineerden deel uit van mijn kindertijd, ze maaiden ons gras en lapten onze ramen. Later bezocht ik gevangenissen voor een tijdschrift van de Rijksgebouwendienst.

Pas was ik opnieuw in een Nederlandse penitentiaire inrichting, als deelnemer aan een excursie van de Vrienden van het Gevangenismuseum. We bezochten het Justitieel Complex Zaanstad, het grootste en meest innovatieve van Nederland, dat in februari in gebruik is genomen. Het bestaat uit een Penitentiair Psychiatrisch Centrum, een Huis van Bewaring en een ‘gewone’ gevangenis. De justitiabelen – dat is tegenwoordig de term – met psychiatrische problemen zitten er alleen, de anderen hebben tweepersoonscellen. In totaal is er plek voor ruim duizend personen.

Tijdens een inleiding kregen we te horen dat er binnenkort iets bijzonders werd ‘uitgerold’: de gedetineerden zouden via een monitor in de cel hun boodschappen kunnen bestellen en hun bezoek plannen.

Bij binnenkomst viel me op hoe sober en neutraal alles was, kaler dan in een ziekenhuis, met muren en vloeren van wit en lichtgrijs beton. Tijdens een inleiding kregen we te horen dat er binnenkort iets bijzonders werd ‘uitgerold’: de gedetineerden zouden via een monitor in de cel hun boodschappen kunnen bestellen en hun bezoek plannen. Daarnaast had de monitor een bibliotheekfunctie. „Kunnen de gedetineerden daarmee dan aangeven welke boeken uit de bibliotheek ze willen lezen?”, vroeg iemand, maar het zat anders; JC Zaanstad wilde op e-boeken overgaan. „Nog steeds hebben we echte boeken, maar dat was eigenlijk niet meer de bedoeling. Er spelen wat problemen met de techniek.”

Tijdens de rondleiding doorliepen we het onvermijdelijke gangenstelsel, kil alsof gele en oranje verf duurder is dan lichtgrijze. „Komen er nog schilderijen aan de muur?”, vroeg ik. „Laatst was ik in een gevangenis in Málaga, daar hing werk van gedetineerden”. Het antwoord was nee. De afdeling ‘Crea’ is weg bezuinigd uit de Nederlandse penitentiaire inrichtingen. Iemand van ons gezelschap, goed ingevoerd, zei dat het ook niet meer zou kunnen, iets ophangen. Dit gebouw was tot stand gekomen via publiek-private samenwerking, het wordt geëxploiteerd door een consortium. Spijkers in de muur slaan mocht daardoor niet meer.

Bij de tweepersoonscellen bleven we het langst. Ik stelde me voor dat ik tussen vijf uur ’s middags en acht uur ’s ochtends met iemand in een ruimte van 2 bij 6 meter moest zitten, met als enige eigen domein het matras van het stapelbed. Iedere cel had een magnetron voor de maaltijden die door een extern bedrijf werden aangeleverd.

We liepen en liepen weer. Iemand nam het woord ‘detentiefabriek’ in de mond. Toen ik door een raampje in een binnenmuur keek, schrok ik bijna van het kleurrijke beeld: ik zag kastenvol boeken. Een brede figuur in zwart shirt bladerde aandachtig in een boek dat voor hem lag. Een papieren boek is als een huisdier, dacht ik. Je kunt het aaien, je wilt het graag in je buurt hebben. Met een boek neem je een vriend mee naar je cel, iemand van wie je leert hoe anderen het bestaan ervaren. Geldt dat nog steeds als dit heiligdom van kennis wordt gesloten, kunnen e-boeken hetzelfde bewerkstelligen? Een papieren boek is als een kampvuurtje, een e-boek is als de centrale verwarming.

Een vrouw uit onze groep keek mee. „Ik ben bibliothecaris in een andere gevangenis”, zei ze. „Zodra het systeem met tablets werkt, wil de Dienst Justitiële Inrichtingen na 175 jaar alle bajesbibliotheken sluiten. Maar het aanbod e-boeken is beperkt. Bovendien bestaan er niet voor niets bibliothecarissen; wij begeleiden en informeren. Kom gerust langs, dan mag je met een paar gedetineerden praten, kunnen ze vertellen waarom de bibliotheek belangrijk voor ze is.”

Somber kwam ik uit JC Zaanstad naar buiten. De Nederlandse bewakers hoeven mij echt niet te kussen, maar kan het wat menselijker, kan het wat verstandiger? Voor mijn boek over Andalusië heb ik de beschikbare onderzoeken naar recidive vergeleken. Het percentage voor volwassen mannen bedraagt in Nederland na twee jaar gemiddeld 47,1 procent. In Spanje is de recidive voor deze groep 31,6 procent, dus 15,1 procent lager. Hoe mooi zou het zijn om van de Spaanse aanpak te leren?

Een bezoekje aan de bibliothecaris bleek er uiteindelijk niet in te zitten. Een Haagse voorlichter gaf geen toestemming. Formele reden: er waren nog onzekerheden rond dit onderwerp. Dat zou kunnen betekenen dat het nog nét niet te laat is.