Chaos met Trump of orde met China

In zijn The Nylon War stak de Amerikaanse socioloog David Riesman in 1951 de draak met de manier waarop de Verenigde Staten de naoorlogse wereldorde vestigden: ze bombardeerden de Sovjets niet met munitie, maar met Jeeps, Tampax en broodroosters. Elke dag herinnerden de Amerikanen hen eraan dat het dagelijkse leven in het Westen een stuk beter was.

Het was satire, maar Riesman had wel gelijk. Die bombardementen hadden immens effect. De hele naoorlogse orde was een Amerikaanse orde – zoals er daarvoor een Britse orde was geweest, en daarvoor een Duitse. Toen de Muur in 1989 viel, gaf de Sovjet-Unie zich over aan de westerse leefwijze. De Amerikanen ‘wonnen’ de Koude Oorlog niet omdat ze meer kernwapens of betere legers hadden, maar om wie ze waren. De Amerikaanse orde, geschraagd door multilateralisme, open markten, democratie en waarden, prevaleert sindsdien. Europa floreerde in dit systeem, al hadden Europeanen vaak kritiek op de manier waarop de VS te werk gingen. Nu brokkelt deze orde af. President Trump wil wel de lusten, maar niet meer de lasten van de rol van enige mondiale supermacht. Kan de Amerikaanse wereldorde overeind blijven als de Amerikanen deels of helemaal uitchecken? Kan een andere supermacht hun rol overnemen?

De Amerikanen ‘wonnen’ de Koude Oorlog niet omdat ze meer kernwapens of betere legers hadden, maar om wie ze waren.

Voor Europa is de bestaande orde van waarden en markten en internationale instituties, met alle bekende nadelen en beperkingen, de garantie dat de wereld van Hobbes niet terugkeert. In een Hobbesiaanse wereld, waarin iedereen alleen aan zichzelf denkt en brute kracht bepalend is voor je overlevingskansen, zijn Europeanen niet op hun best. Wij zijn gebaat bij de handhaving van de bestaande orde. Maar wij kunnen de rol van de VS in de verste verte niet overnemen. Europeanen zijn niet bereid, laat staan bij machte, om ’s werelds politieman te spelen.

Rusland is geen supermacht. Het investeert in wanorde, niet in orde. China is wél een supermacht. Het breidt zijn invloed gestaag over de wereld uit, economisch en militair. Maar ook de Chinezen kunnen het niet van de Amerikanen overnemen. Ze willen Zuid-Oost-Azië domineren en hun immense voedselvoorziening veiligstellen zónder clashes met de Amerikanen. Handel met Amerika maakte hen rijk; het waren de Amerikanen die hen de WTO en andere instituties inloodsten. China is bang dat de Amerikaanse wereldorde waar het zo van profiteert, eraan gaat.

Daarom vinden Europa en China elkaar nu. De één staat voor westerse waarden en open economieën; de ander tekent alleen voor het tweede en kan alleen al daarom geen mondiale ‘nylonoorlog’ winnen. Beiden zijn slechter af als de huidige orde instort. Dan komt er chaos. En totale anarchie.

Misschien was Angela Merkel ondiplomatiek, toen ze zei dat Europa minder op sommige bondgenoten kan rekenen, en zijn eigen bonen meer moet doppen. Maar het is een waarheid als een koe. Een waarheid, ook, die er allang aan zat te komen: sinds 1989 focussen Amerikaanse presidenten steeds minder op Europa. De Europeanen zouden dat bonen doppen serieus kunnen nemen. Het geeft ons, na lang zwabberen en soulsearchen, een missie: de wereldorde overeind houden, althans tot Trump wordt opgevolgd door een constructievere president. Dit geeft Europa weer richting. Daardoor luwt de euroscepsis en krijgen extremisten ineens klop bij verkiezingen. Vorige week, toen Europese leiders gedecideerd van mening verschilden met Trump, hoorde je eindelijk weer mensen zeggen: „Ik ben trots dat wij onze rug rechthouden.” Zulke uitspraken geven hoop. Mensen identificeren zich namelijk met succes, niet met mislukking.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa