Recensie

Zij beseften wat komen ging en beëindigden hun leven

Zelfmoorden in mei 1940

Voor het eerst is in kaart gebracht wie zich in mei 1940 het leven benam toen de Duitsers Nederland binnenvielen: honderden joden en niet-joden.

Een zelfmoordepidemie. Zo noemde historicus Jacques Presser de golf van 388 zelfmoorden die Nederland overspoelde na de inval van de Duitsers in mei 1940. Ter vergelijking: een jaar eerder, in mei 1939, hadden 64 mensen zelfmoord gepleegd – een verschil van maar liefst 324. En dan zijn de honderden zelfmoordpogingen van mei 1940 nog niet meegerekend; Presser ontwaarde in de dagen na de capitulatie vele ‘verbonden polsen en handen’ bij mensen die in de rij stonden voor loketten om een kaartje voor een boot naar Engeland te bemachtigen. Ook hijzelf behoorde overigens tot die groep: samen met zijn vrouw had hij op 16 mei 1940 geprobeerd om zich van het leven te beroven, maar hij onderbrak hun poging en belde de dokter.

Opmerkelijk genoeg heeft Presser in zijn werk nooit veel aandacht besteed aan de zelfmoordgolf van mei 1940. Ook de andere eerste generatie oorlogshistorici – Abel Herzberg, Loe de Jong – wijdden weinig woorden aan dit fenomeen. Terwijl daar toch alle reden toe was: er is weinig dat de algemeen gevoelde rade- en hopeloosheid aan het begin van de oorlog beter illustreert dan de grote aantallen mensen die de meest dramatische en onomkeerbare keuze maakten die er is.

Wie waren deze zelfmoordenaars van mei 1940? Afgezien van enkele destijds bekende Nederlanders als Menno ter Braak, Emanuel Boekman en Willem Bonger bleven hun namen en levens gehuld in de nevelen van de geschiedenis.

Beweegredenen

De journalist Lucas Ligtenberg (1958) brengt daar verandering in. Hij heeft in Mij krijgen ze niet levend nauwkeurig onderzocht wie zich in mei 1940 geroepen voelden om het lot in eigen handen te nemen. Daarbij betrekt hij nadrukkelijk de levensgeschiedenissen van de zelfmoordenaars – in enkele gevallen zelfs vrij uitgebreid. Deze biografische aanpak pakt goed uit: we krijgen op die manier niet alleen inzicht in de verschillende beweegredenen van mensen van vlees en bloed, maar tegelijkertijd komen als vanzelf patronen aan de oppervlakte.

Zo blijkt dat er onder de zelfmoordenaars relatief veel mensen met hoge functies en beoefenaars van vrije beroepen waren. Zij waren hun hele leven gewend om zelfstandig keuzes te maken – ook over hun dood wilden ze zelf beslissen.

Zo iemand was bijvoorbeeld de joodse ondernemer Louis Fles. Hij was bovendien opvallend goed geïnformeerd over nazi-Duitsland in de jaren dertig en had grondig Mein Kampf gelezen. ‘Nu weet men dus wat men van dezen gastheer heeft te verwachten,’ schreef hij over Adolf Hitler, ‘men zou hem eerder een gasheer moeten noemen, die een deel van zijn eigen staatsburgers op een hoop drijft, om dezen zoo spoedig en zoo radicaal mogelijk met gas te vergiftigen.’ Dan liever de hand aan mezelf slaan, moet Fles in mei 1940 hebben gedacht.

Wat ook opvalt aan de zelfmoordgolf is het grote aantal gevallen waarbij gezinsleden samen een einde aan hun leven maakten – of probeerden te maken. Omdat de Hilversumse zakenman en weduwnaar Louis Heijermans – een neef van de beroemde schrijver – niet in handen van de Duitsers wilde vallen, ging hij in de avond van 16 mei bij zijn twaalfjarige zoon Henry in de kamer liggen. Nadat hij alle kieren en gaten in de kamer had gestopt draaide hij de gasleiding open met een moersleutel. Een dienstbode werd echter wakker van het gekreun van Henry. Ze kwam meteen in actie: ze sloot het gas af, opende de ramen en waarschuwde de GGD. Vader en zoon overleefden de oorlog zonder het ooit over de zelfmoordpoging te hebben. Sterker nog: Ligtenberg moest Henry Heijermans – nu een gepensioneerde dominee in de VS – ervan op de hoogte stellen dat diens vader hem 77 jaar geleden mee de dood in had willen slepen; de gebeurtenis was blijkbaar uit zijn geheugen verdrongen.

De afgelopen jaren heeft er onder historici een discussie gewoed over de vraag wat Nederlanders wisten over de Holocaust. De schrijnende verhalen in dit boek laten zien dat honderden Nederlanders – zowel joodse als niet-joodse – van het begin af aan heel goed beseften welke catastrofale richting het Duitse regime opging. Zij waren er zó van overtuigd dat het ‘mis’ was, dat ze bereid waren de uiterste consequentie uit dit inzicht te trekken. Alleen al daarom is Mij krijgen ze niet levend een belangrijk boek.