Recensie

Waarom moest kleur bij De Stijl losgezongen van de werkelijkheid?

Een tentoonstelling over het kleurgebruik van De Stijl in Kunsthal Kade roept vragen op over keuzes van de beweging. Waarom puur rood, niet het rood van een appel?

Jan van der Ploeg, Untitled 2017, Wall Painting No. 442, 2017. Foto Mike Bink

In de jaren vijftig ontwierp Gerrit Rietveld voor de KLM het interieur voor een vliegtuig. Het is nooit uitgevoerd, maar nu toch een beetje, want voor de tentoonstelling De kleuren van De Stijl is door meubelmaker Erwin Kwant een model van een deel van het vliegtuig gebouwd. Je zou erin over de bollenvelden willen vliegen, het landschap dat met zijn rechte lijnen en vaak primaire kleuren de ideeën van De Stijl het dichtst benadert. Dichter misschien wel dan dit ontwerp van Rietveld, die in zijn ontwerp voor de wandversiering dingen toeliet die volgens de oude stijl taboe waren; op de wandschildering is groen te zien en er zijn kromme lijnen. Maar dit nagebouwde deel is de eerste klas. In economy lijkt Rietveld trouwer aan de beweging die hij met zijn meubels en gebouwen groot heeft weten te maken.

Paradijs van primaire kleuren

De kleuren van De Stijl is een tentoonstelling die zich, inderdaad, vooral richt op het gebruik van kleur door de kunstenaars van de revolutionaire beweging die dit jaar honderd jaar geleden werd opgericht. Er zijn schilderijen, schetsen en maquettes te zien van deze helden, die een beweging begonnen die nu nog steeds doorwerkt, die ook nu nog radicaal is. Mondriaan, Van Doesburg, Van der Leck, Vantongerloo, Rietveld en Huszar zijn het vanaf het begin lang niet altijd eens geweest over lijn en kleur, maar toch is dit vooral het paradijs van de primaire kleuren, rood, geel en blauw, en van de niet-kleuren wit, grijs en zwart.

De tentoonstelling laat ook instrumenten zien horend bij de kleurtheorieën die kunstenaars van De Stijl aanriepen – van Newton, Goethe en Ostwald – en laat daarna zien hoe hun ideeën in de kunstgeschiedenis hebben doorgewerkt. Soms leverde dat nog minimalistischer werk op, zoals de witte schilderijen van Manzoni en Ryman, de zwarte van Serra en Reinhardt, de grijze van Charlton.

Fransje Killaars, Figures, Colors, First, 2007.

Foto Kunsthal Kade
Zaalopstelling De kleuren van De Stijl.

Foto Kunsthal Kade

Ook van hedendaagse kunstenaars is werk te zien, onder meer een nieuw werk van Katja Mater, gemaakt in het Van Doesburghuis in Meudon en de Ephemeral Afterimage Star van Olafur Eliasson. Dit laatste is een kunstwerk van licht, waarbij het loont af en toe de ogen dicht te doen: dan zie je kleuren die nergens anders te zien zijn dan in je eigen hersenen.

Niet van alle kunstenaars die je op een tentoonstelling over kleur en De Stijl verwacht is werk te zien. Waar is bijvoorbeeld Rothko, wiens kunst wel ‘blurry Mondrians’ werd genoemd? Maar goed, droom, daad en praktische bezwaren…

Losgezongen

Filosofisch het meest interessant op deze tentoonstelling is Barnett Newmans Who is afraid of Red, Yellow and Blue III, het schilderij van het Stedelijk dat in 1986 door een man met een mes werd aangevallen en daarna grof met een verfroller gerestaureerd door een Amerikaanse restaurator, ingrepen die hen nu bijna co-auteurs van het werk maken.

Roy Villevoye brengt de drie primaire kleuren terug naar de natuur. Op een foto uit 1999 liggen ze op een strand: een vierkant vel geel, een vel cyaan een vel magenta, fel en vreemd tussen de verstrooide kleuren van de natuur. Ze roepen opnieuw oude vragen op, die kleuren op het strand. Waarom moest de kleur van De Stijl eigenlijk losgezongen worden van de werkelijkheid? Waarom puur rood, niet het rood van een appel, een wang?

Je mist in hun schilderijen in ieder geval het plezier van de imitatie, dat volgens Aristoteles aan het begin staat van alle kunst. En misschien gaat het nog verder dan dat plezier, mist er iets dat bijna niet te missen is omdat het aan de basis staat van al ons denken, in ieder geval van de taal. Het woord rood stamt etymologisch af van het Sanskriet rood, dat ook bloed betekende. „All language is dead metaphor”, zei de Britse bioloog Richard Dawkins. Volgens de Amerikaanse filosoof Douglas Hofstadter is de analogie zelfs de kern van al ons denken. Zouden de leden van De Stijl daar een uitweg uit hebben gevonden?