Het leven van Joodse pubers in een kolonie, omringd door Palestijnen

Joodse nederzetting

In juni 2016 werd de dertienjarige Hallel Yaffe Ariel thuis doodgestoken door een Palestijnse jongen van zeventien. Hoe kijken haar vriendinnen nu naar haar dood, en naar hun leven in een Joodse nederzetting op de Westelijke Jordaanoever?

Dirk-Jan Visser

Emuna danste met Hallel. Heichal was een goede vriendin van haar, geen best friend forever, maar toch. En Noam zat pas twee jaar bij haar in de klas, maar praat nog veel over haar.

Hallel Yaffe Ariel was dertien jaar. Ze woonde met haar ouders en twee kleine zusjes in een huis aan de rand van Kiryat Arba, een Joodse nederzetting op de door Israël bezette Westelijke Jordaanoever. Haar vader heeft een wijngaard aan huis.

Waarschijnlijk doordat het ietwat afgelegen is, koos Mohammad Nasser Tra’ayra, een Palestijnse jongen van zeventien, op 30 juni 2016 juist het huis van Hallel uit voor zijn plan om een Joodse kolonist om het leven te brengen. Tra’ayra kwam uit Bani Na’im, een stadje op zes kilometer ten oosten van de nederzetting. Het tienermeisje was alleen thuis. Ze had geen schijn van kans.

Emuna, Heichal en Noam zijn nu veertien. Hoe ingrijpend ook, de dood van hun vriendin is niet het enige trauma dat zij in hun leven hebben meegemaakt. Vrijwel iedere inwoner van Kiryat Arba heeft wel een buurman, neef of klasgenoot die door een Palestijnse aanslag om het leven is gekomen.

Maar ze zijn ook gewoon tieners. Emuna draagt een muts, danst (hiphop, ballet en modern) en is fan van de boyband Big Time Rush. Ze gaat graag met vriendinnen shoppen in het Malha-winkelcentrum in Jeruzalem.

Noam, die in een zwaarbewaakt wijkje midden tussen de Palestijnen woont, racet liever keihard de heuvel af in een kruiwagen die aan een fiets is gebonden. Heichal schrijft liedjes. Over haar gevoelens.

Zoals bijna alle kolonisten van Kiryat Arba zijn Emuna, Heichal en Noam orthodox-joods. Ze komen uit grote gezinnen – thuis zijn ze respectievelijk met zeven, zes en negen kinderen. Kiryat Arba ligt vlak naast Hebron, waar zich een van de heiligste plaatsen in het jodendom bevindt, de Grot van de Patriarchen. Voor moslims heet ditzelfde gebouw de Ibrahimi-moskee. Emuna (haar naam betekent ‘geloof’ in het Hebreeuws) gaat elke zaterdag te voet naar de Grot om te bidden.

‘De Arabieren’ zijn een rode draad in hun levens. Het dorp Kiryat Arba, zoals alle Joodse nederzettingen illegaal volgens het internationaal recht, wordt aan alle kanten door Palestijnen omringd.

Sommige Joden worden kolonist omdat het zo weids en goedkoop wonen is in een nederzetting. In Kiryat Arba is dat anders. Hier gaat het om de ideologie. Dit land, vinden ze daar, is van ons. Ze hebben de Thora en daar staat het: ‘Judea’, zoals zij het zuiden van de Westelijke Jordaanoever noemen, is het hartland van het Joodse volk.

Kolonist Baruch Goldstein uit Kiryat Arba richtte in 1994 een bloedbad aan in de Ibrahimi-moskee. 29 gelovigen kwamen om het leven, 125 raakten gewond. Goldstein ligt begraven in het Kahane-park in Kiryat Arba, genoemd naar de leider van de extreemrechtse, terroristische organisatie Kach. Het graf is een klein bedevaartsoord voor religieuze nationalisten.

De ouders van de meiden wisten waar ze aan begonnen. Voor de familie van Heichal was Kiryat Arba zelfs iets rustiger dan hun vorige leefomgeving, een inmiddels ontruimde Joodse nederzetting in de Gazastrook.

Ook Hallel was religieus, zegt haar moeder Rina. De familie Ariel is erg betrokken bij de beweging die, tweeduizend jaar na de verwoesting van de tweede, een Derde Joodse Tempel wil bouwen op de Tempelberg/Haram al-Sharif in Oost-Jeruzalem, waar nu twee islamitische gebedshuizen staan. Deze opvatting wordt gezien als explosief, omdat niet alleen een paar miljoen Palestijnen, maar ook honderden miljoenen moslims dit als een regelrechte aanval op hun geloof zouden beschouwen.

De meeste vriendinnen van Hallel zien zichzelf wel in Kiryat Arba blijven. Danseres Emuna vindt dat het haar ‘opdracht’ is om later in Kiryat Arba te blijven wonen.

Dit verhaal is onderdeel van de webdocumentaire The Holy Road van Derk Walters en Dirk-Jan Visser.

Emuna Yeshurun (14)

Dirk-Jan Visser
Dirk-Jan Visser
Dirk-Jan Visser
Emuna Yeshurun (14) op haar kamer. Dirk-Jan Visser

‘Wij kunnen wel met hen leven, maar zij niet met ons’

„De avond voor Hallels dood hebben we nog samen gedanst in een voorstelling. Vier dagen na haar dood hebben we weer gedanst, om haar te herdenken.

„Ik hou wel een beetje afstand van Arabieren. Maar ja, alsnog kun je zomaar neergestoken worden. We wonen zo dicht bij elkaar, er is altijd kans dat je ze tegenkomt. Wij bestuderen op school het Joodse leven. Ik vraag me weleens af wat hun eigenlijk geleerd wordt. Waarschijnlijk hoe je Joden moet haten. Ik zou niemand kunnen neersteken, al geeft iemand mij een mes en het lichaam van een Arabier. Hoe konden ze het doen bij Hallel? Ze was nog niet getrouwd, had nog geen kinderen, haar leven moest nog beginnen. Daar denk ik aan als ik in bed lig. Dan stel ik me ook voor hoe het steken ging.

„Mijn boodschap aan de wereld is: er zijn hier twee volkeren, maar wij zijn degenen die worden vermoord. Het is niet normaal bij de begrafenis van een leeftijdsgenoot te moeten zijn. Ik denk niet dat er vrede mogelijk is. In essentie willen zij ons altijd haten en vermoorden. Met die haat worden ze geboren. Wij kunnen wel met hen leven, maar zij niet met ons.

„Ik wil gevechtspiloot worden. Mijn meest waardevolle bezitting is m’n telefoon. En een briefje van Hallel.”

Bekijk ook de fotoserie: Jeruzalem in 1967 en nu
Noam Sarah Richi (14)

Dirk-Jan Visser
Dirk-Jan Visser
Dirk-Jan Visser
Noam (14) op haar kamer. Dirk-Jan Visser

‘Het is zelfs te gevaarlijk om naar school te lopen’

„Het is gevaarlijk om de heuvel af te lopen naar de rest van het dorp. Het is zelfs te gevaarlijk om naar school te lopen. Er staat een hek om het dorp, maar in dit wijkje wonen we vlak naast de Arabieren. We zijn verplicht om met de bus naar school te gaan. De ruiten van de bus zijn kogelwerend, en er rijden bewapende beveiligers mee.”

Heeft Noam weleens contact met Arabieren? Ze lacht. „Nee. Hooguit dat we elkaar uitschelden. Ik denk weleens aan Arabische meisjes van mijn eigen leeftijd. Maar ik wil geen contact. Het interesseert me niet zo, ook niet welke muziek ze luisteren. Dat hoor ik wel als ze weer eens een luide bruiloft hebben.

„Mijn zus van achttien doet aan taekwondo, mixed martial arts, boksen en krav maga. Ze heeft het mij ook een beetje geleerd. En er is een zelfverdedigingscursus voor vrouwen. Maar dat helpt niet bij een steekpartij, het is vooral voor je zelfvertrouwen. Als iemand mij wil neersteken gooi ik mijn telefoon naar hem, denk ik.

„Een vriendin begon een keer ineens heel hard te schreeuwen, omdat ze zich een voorstelling maakte van de steekpartij. Soms is het heel gezellig, maar dan denk ik ineens: wat als deze vriendin ook doodgaat?”

Heichal Kornstam (14)

Dirk-Jan Visser
Dirk-Jan Visser
Dirk-Jan Visser
Heichal Kornspan (14) op haar kamer. Dirk-Jan Visser

‘Arabieren mogen ons niet, de meesten dan’

„Hallel was heel vriendelijk, ze lachte veel. Heel attent en zorgzaam. We spraken elkaar veel op school. We hebben ook veel gelachen. Ik zat naast haar bij Engels. Daar was ze goed in.

„De Arabieren mogen ons niet, de meesten dan. Ik kan ze niet vertrouwen. Het is ’s avonds erg donker hier. Dus ik wil niet in mijn eentje naar buiten. En er zijn ook nog straathonden. Op het kruispunt hier beneden zijn twee terreuraanslagen geweest. Ik ben eraan gewend dat er hier soldaten in de straat staan.

„Soms gaan we naar Jeruzalem. Om te bowlen, of vrienden te ontmoeten. Ik lees niet meer zo veel, ik maak liever muziek. Ik schrijf liedjes en ik zing. Ik hou van de bands Twenty One Pilots, Bastille. Mijn eigen liedjes gaan over alles, hoe ik me voel. Ik heb niet direct over Hallel geschreven, maar een van de liedjes is wel somber.

„Het ligt aan de Arabieren wat er zal gebeuren. Zij zijn degenen die de aanslagen plegen. De overheid laat het hun toe om hier te leven, en zij plegen aanslagen. Israël stuurt hen niet weg, zeer teleurstellend.”