Recensie

Toen de zeekoeten nog vet waren

Niko Tinbergen

In 1934 hield deze jonge bioloog een sprankelend expeditiedagboek bij over zijn verblijf bij de Inuit.

Kamp in de morgenzon, 1932 Uit besproken boek

Vreemd. Eskimoland is het sprankelende boek dat bioloog Niko Tinbergen (1907-1988) publiceerde in 1934, na een klein jaar op de poolcirkel aan de oostkust van Groenland te hebben doorgebracht. Het was al snel zeldzaam want het werd niet herdrukt. Zelfs niet in 1973, toen Tinbergen een Nobelprijs kreeg, of in 2002, toen zijn biografie verscheen. Tot Tijs Goldschmidt, schrijver, bioloog en bewonderaar van Tinbergen, er bij zijn uitgever op aandrong.

Dus nu is het er opnieuw. In een even liefderijke als accurate inleiding roept Goldschmidt Tinbergen op als een wetenschapper die ‘haast ongelooflijk’ goed ‘keek, luisterde en rook’.

De 27-jarige Tinbergen liftte met een Nederlands team fysici mee naar een Deense kolonie in Groenland waar onderzoek gedaan zou worden naar aardmagnetisme en noorderlicht. De inheemse bevolking daar was gewend aan westerlingen. De Amerikaanse vliegenier Charles Lindbergh maakte er tussenlandingen en de Deens-Inuitse ontdekkingsreiziger Knud Rasmussen filmde er in dezelfde tijd dat Tinbergen er zat.

In 1934 werd de Nederlandse ploeg gevolgd door het team van de Franse etnoloog Paul Emile Victor en in de jaren vijftig zou de Nederlandse antropoloog Gert Nooter er met zijn gezin verblijven en de basis leggen voor de Inuit-collectie van Museum Volkenkunde in Leiden.

Een deel van Eskimoland bestaat uit Tinbergens, als korte verhalen lezende, observaties van onder meer burgemeestersmeeuwen en sneeuwgorzen. Als rechtgeaard bioloog eet hij ook wat hij bestudeert: ‘De jonge zeekoeten zijn in deze tijd heerlijk vet en mals.’

In de Inuit-gemeenschap, waar hij en zijn vrouw Lies zich nestelden, stelde hij zich net zo opgewekt op als amateur-antropoloog. Dat de Inuit niet vreemd meer opkeken van de vreemdelingen was in Tinbergens voordeel. Ze lieten hem en Lies meedraaien in hun leven en de Tinbergens gingen niets uit de weg. Met Eskimoland als resultaat. Taal, voeding, omgangsvormen en -normen, kajaks, jacht op zeehonden en ijsberen, álles is het waard om ervaren en genoteerd te worden. Onweerstaanbaar zijn de pagina’s over de verhouding tussen mens en sledehonden.

Tinbergens stijl is verouderd en soms stoort de superieure toon waarmee hij het ‘vredige volkje’ beschrijft dat hem huisvest. De Deense deportatie van een ‘aantal Angmagssalik-eskimo’s’ naar nieuw gestichte vestigingen vermeldt hij al te argeloos. Laat hij daar een kind van zijn tijd zijn, verder blijkt op elke pagina hoe hij de Inuit waardeert.

Op de roerende laatste pagina’s vloeien tranen. Afscheid voor altijd. Het schip meert aan voor de terugreis naar Nederland. Het brengt Tinbergen voor het eerst in maanden post en hij beseft dat hij zal moeten ‘wennen aan de politieke toestand van Europa, aan Hitler en het Derde Rijk.’

Uit elke pagina van Tinbergens boek blijkt hoe allesbeheersend in het hoge noorden de natuur is. Nu het klimaat verandert, verandert alles mee. Eskimoland is een ooggetuigeverslag van voltooid verleden tijd. Dat maakt het eens zo waardevol.