Interview

‘Reken niet zomaar op de SGP’

Kees van der Staaij

Niet eerder zag de SGP-leider zoveel onderling wantrouwen in een formatie. ‘Het uitsluiten neemt epidemische vormen aan.’

Foto Merlijn Doomernik.

Niemand zit al zo lang in de Tweede Kamer als SGP-leider Kees van der Staaij: 19 jaar. Hij maakte al zeven kabinetsformaties mee en van „overdreven tobberigheid”, als de onderhandelingen wel eens moeilijk verlopen, moet hij weinig hebben.

Maar wat er nu gebeurt – zoveel politieke leiders die niet met elkaar willen onderhandelen – dat zag hij nooit eerder. „Het uitsluiten neemt epidemische vormen aan.”

Om hem heen wordt verhuisd, de meeste Tweede Kamerfracties krijgen nieuwe plekken in het gebouw. De ene na de andere fractievoorzitter moet op bezoek bij de informateur, ze lopen ook bij elkaar binnen voor tactisch overleg of om conflicten bij te leggen. In de SGP-gang is het rustig, daar komen ze niet. Van der Staaij heeft tijd om te bedenken hoe je als Tweede Kamer voorstellen beter toetst aan de Grondwet – dat plan had hij al langer. Hij bezoekt pro life-conferenties en is net langsgeweest bij een zestiger die al aan het dementeren is. Meteen na dit vraaggesprek ontvangt hij Israëlische scholieren die training krijgen over leiderschap.

Herman Tjeenk Willink, sinds een paar dagen informateur, heeft hem gebeld en uitgelegd waarom hij de komende tijd met maar vijf partijen praat over een nieuwe regering: CDA, VVD, D66, GroenLinks en de ChristenUnie. Alleen met die partijen zou een meerderheidscoalitie erin zitten.

„Ik vind het zeer te billijken dat wij nu niet worden uitgenodigd”, zegt Van der Staaij. „Wij zijn geen deel van het probleem en dus ook niet van de oplossing.”

Problemen zijn er genoeg en Van der Staaij maakt zich zorgen. Over de boze kiezers bijvoorbeeld, die volgens hem nog bozer worden omdat VVD en CDA niet willen onderhandelen met de PVV. „Mensen voelen zich geschoffeerd en buitengesloten. De PVV-kiezer zegt: ‘Ik zou best willen met het CDA en de VVD, de partijprogramma’s komen op bepaalde punten overeen.’ Die mogelijkheid zou helemaal niet ondenkbaar moeten zijn.”

Spreekt u Mark Rutte (VVD) en Sybrand Buma (CDA) daar op aan?

„Ik zou niet tegen hen willen zeggen: waarom doen jullie zo flauw tegen de PVV? De verantwoordelijkheid ligt bij iedereen. Wilders zet zijn toon en zijn plannen sterk aan omdat hij daarmee de huiskamer bereikt. Maar het is ook een toon en een koers die vragen om uitsluiting.”

Ziet u een mogelijkheid dat die drie partijen nog wél bij elkaar komen?

„Niet nu. Ik denk dat het oud zeer, door de manier waarop hun samenwerking in Rutte I tot een eind is gekomen, zo’n omvang heeft aangenomen dat het bij deze formatie geen haalbare kaart meer is. Dat is huiswerk voor de volgende keer.”

Er is veel meer onderling wantrouwen, niet alleen tegen de PVV. Hoe valt daar uit te komen?

„Het hoort bij formaties dat het af en toe muurvast zit en dat gevoel heb ik nu: dat je niet weet hoe het verder moet. Partijen voelen weinig bewegingsruimte. Iedereen heeft het schrikbeeld van de PvdA voor ogen. Je kunt een prachtig verhaal hebben dat reëel klinkt en het ook is: dat je elkaar op een evenwichtige manier wat gunt en compromissen sluit in het landsbelang. Maar dan word je dramatisch afgestraft door de kiezer.”

Beheerst die angst nu de formatie?

„Ik zie bij partijen als de VVD en GroenLinks een flinke groep in de achterban die zegt: dit kan toch niet waar zijn, wij samen in een kabinet? Dat maakt het ingewikkeld”

U wilde graag dat VVD, CDA en D66 gingen onderhandelen met de ChristenUnie, nadat het met GroenLinks was mislukt. D66-leider Pechtold maakte er na één verkennend gesprek met de ChristenUnie een eind aan: hij eiste meteen concessies.

„Dat was onheus tegenover de ChristenUnie. Pechtold roept zelf altijd op om constructief en transparant te zijn. Dit voldoet niet aan de maat waar hij zelf mee meet. Hij wil liever met GroenLinks, maar lieverkoekjes worden niet gebakken.”

Zegt dit iets over de manier waarop D66 aankijkt tegen christelijke partijen?

„D66 heeft zich altijd allergisch getoond voor typisch christelijke punten en heeft altijd veel energie en fanatisme gestopt in thema’s als verbod op godslastering in het wetboek van strafrecht of de Zondagswet. Dan denk je: is er niks anders om je mee bezig te houden? De partij is ook zo’n beetje opgericht om het CDA uit de regering te houden. Die antiklerikale trekjes zitten stevig in de genen van D66.”

Bij de presentatie van uw boek Goede Gesprekken, vorig jaar, begon uw vader over D66. Weet u nog wat hij zei?

„Het was in elk geval niet positief.”

Hij zei dat hij zich altijd zou verzetten tegen D66 omdat ze ‘christelijke normen en waarden uitbannen’.

„Dat geeft goed weer waarom D66 als onze tegenpool wordt gezien op ethische punten. Pechtold ziet het als een teken van beschaving dat mensen ook op jonge leeftijd groen licht kunnen krijgen om een eind aan hun leven te maken. Voor mij is dat het verval van de beschaving.”

Pechtold noemde dat in Nieuwsuur zijn ‘persoonlijke mening’, nadat hij was geconfronteerd met een vijftiger die dood wilde. De man maakte bezwaar tegen de voltooid-leven-wet die D66 wil, omdat die is bedoeld voor hoogbejaarden.

„Pechtold en ik zien allebei de moeite en problemen die mensen kunnen ervaren met het leven dat ze hebben. We willen er allebei niet makkelijk aan voorbij gaan. Het greep me wel aan dat hij het als verdergaande beschaving ziet om iemand op zo’n moment de kans te geven om te sterven. Ik denk dan: we laten zo’n man in de steek.”

Dat Van der Staaij over de voltooid-leven-wet begint, is niet voor niks. In de kabinetsformatie is het een van de gevoeligste onderwerpen.

De SGP is tegen euthanasie, altijd al. Maar Van der Staaij wordt „steeds feller” over stervenshulp. Die was eerst voorbehouden aan terminaal zieken in hun allerlaatste levensfase. Nu wordt, blijkt uit cijfers van de toetsingscommissies, steeds vaker gebruik gemaakt van de mogelijkheid in de wet om ook mensen met psychische ziekten, dementie of veel ouderdomsklachten euthanasie te verlenen.

In het najaar kwam het kabinet-Rutte II met het plan om ouderen te helpen met sterven als ze zelf vinden dat het genoeg is geweest – ook als ze niet ziek zijn. Van der Staaij: „De overheid staat blijkbaar niet meer vanzelfsprekend aan de kant van het leven. Het einde is zoek.”

Wat bedoelt u daarmee?

„Ouderen kunnen het idee krijgen dat ze vooral een kostenpost zijn voor de samenleving of een last voor hun familie. Dat kan openlijk of subtiel druk op hen leggen. Ook door formuleringen die worden gekozen. Ik hoorde de vorige voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde praten over ouderen als ‘zombies in poepluiers’. Jacob Kohnstamm, voorzitter van de toetsingscommissies euthanasie, heeft het over mensen die ‘wegkwijnen in verpleeghuizen’. Het gevaar is dat ouderen die worstelen met de zin van hun leven en aftakeling, ook zo over zichzelf gaan denken.”

Naar uw idee worden mensen snel afgeschreven?

„Mensen worden vroegtijdig uitgerangeerd. Daarom ben ik zo blij dat we nu een 75-jarige informateur hebben.”

In het D66-voorstel voor een voltooid-leven-wet kom je vanaf die leeftijd in aanmerking voor hulp om te sterven, al ben je niet ernstig ziek.

„Precies. Maar grapjes over het voltooide politieke leven heb ik afgelopen week welbewust proberen te vermijden in het Tweede Kamerdebat over de formatie.”

U kunt toch zelf een ander beeld van ouderen neerzetten?

„Het lukt nu niet goed om adequaat tegenspel te bieden.”

Waartegen?

„De Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde is heel fanatiek, er zitten hoogopgeleide mensen in die een constante stroom verzorgen van schrijnende voorbeelden met als doel: steeds weer een stap verder zetten. Maar wij horen andere verhalen. Een jonge vrouw met ernstige psychische klachten die van een verpleegkundige te horen had gekregen: ‘De Levenseindekliniek is misschien wel een oplossing voor jou.’ Ze mailde ons. Ze was geschrokken dat dit kennelijk een optie was, ze wilde daar zelf helemaal niet aan. Die voorbeelden zie je nooit op televisie.”

Foto Merlijn Doomernik.

Zo’n kliniek werkt toch met zorgvuldige criteria?

„Die respons zie je vaak in de politiek: alsof ik zou bedoelen dat er maar wat wordt aangerommeld. Dan wordt het een zorgvuldigheidsdiscussie. Het gaat om de diepere boodschap: we moeten heel scherp zijn op de waarde van het leven voor iedereen.”

U doet toch mee aan de discussie? Met zulke voorbeelden?

„Ja, maar dan zeggen mensen: ‘Zie je wel! Jij bent er tegen omdat je orthodox christen bent en ik ben dat niet, dus ik heb geen boodschap aan jouw verhaal.’ Dan kun je nog argumenten naar voren brengen, maar de slag heb je al verloren. Als christenpolitici staan we fors op achterstand. Het is dus heel belangrijk dat ook de stem wordt gehoord van mensen met dezelfde zorgen als wij, die minder makkelijk af te serveren zijn.”

Die zijn er genoeg. Ook de artsenfederatie KNMG wil geen voltooid-leven-wet, een adviescommissie van het ministerie raadde het ook af.

„Ik vond het heel gek dat het kabinet ondanks die signalen toch een voltooid-leven-wet wil. We kunnen ook in de ban raken van een tunnelvisie die uitgaat van autonomie en zelfbeschikking. Het kan zijn dat we dan niet meer op tijd een streep kunnen trekken. Ik vind de discussie daarover nog heel beperkt.”

Hoe komt dat volgens u?

„Ik denk dat het in de Nederlandse context samenvalt met de secularisatie. Als thema hoorde het bij het christelijk geloof en de kerk en daarmee hebben we nu eenmaal afgerekend, we staan nu voor meer autonomie. In het buitenland ligt dat nog anders. Daarom probeer ik het nu ook internationaal aan te kaarten. Ik vind dat Nederland er met meer klem op mag worden aangesproken. Zoals wij zelf graag andere landen aanspreken over mensenrechten.”

Hoe willen jullie iets losmaken in het buitenland?

„Op een conferentie in Boedapest heb ik vorige week contact gelegd met een documentairemaker en hem voorgesteld een film te maken over de Nederlandse situatie. We hebben gezegd dat we hem aan ervaringsverhalen kunnen helpen, bijvoorbeeld van mensen die opgelucht zijn omdat ze niet voor euthanasie hebben gekozen in een moeilijke fase van hun leven. Of aan artsen die kritisch zijn over de Nederlandse situatie. We zijn ook van plan om opinieartikelen aan te bieden bij buitenlandse kranten en we zoeken vooral ook contact met niet-christelijke organisaties en journalisten.”

De SGP is een partij met drie zetels. Waarom denkt u wel iets te kunnen bereiken in het buitenland?

„Het is ook niet zo dat dit een grote klapper moet worden. We proberen ons steentje bij te dragen en kijken wat het aanricht.”

In de kabinetsformatie wil D66 perse doorgaan met de voltooid-leven-wet. Het was een reden voor Pechtold om de ChristenUnie van de onderhandelingstafel weg te houden. Als mogelijke nieuwe gesprekken met GroenLinks weer tot niets leiden, kan de informateur weinig anders dan nagaan of een minderheidskabinet een optie is – met als meest waarschijnlijke uitkomst: VVD, CDA, D66.

Zou de SGP zo’n kabinet steunen als er stappen worden genomen voor een voltooid-leven-wet?

„Ik ben nog helemaal niet toe aan een steunbetuiging aan welk minderheidskabinet dan ook. Als D66 de ChristenUnie buitensluit, ga ik niet zomaar zeggen: ‘Oké, dan steunen wij wel een minderheidskabinet’. Dat zou een beloning zijn voor het slechte gedrag van Pechtold.”

Toch hangt die mogelijkheid al een tijdlang boven deze formatie.

„Het ligt niet voor de hand dat wij een minderheidskabinet steunen dat op gevoelige onderwerpen in onze ogen verkeerde stappen zet.”

Ook niet als jullie miljarden kunnen binnenhalen voor Defensie, wat voor jullie óók belangrijk is?

„Om in zo’n geval te accepteren dat ze met een andere Kamermeerderheid regelen dat je meer dan twee ouders kunt hebben en dat er een wietwet komt of het voltooid-leven-voorstel mogelijk wordt gemaakt? Nee, zo werkt dat niet.”

U wilt graag dat er een kabinet komt met de ChristenUnie. Dat zou een krappe meerderheid hebben. De SGP doet dan mee vanaf de achterbank, zoals bij het minderheidskabinet van Rutte I?

„Bij D66 moet niet het idee ontstaan: als je samenwerkt met de ChristenUnie, krijg je de SGP erbij. Er is ook geen reden voor die constructie: zo’n regering zou een meerderheid hebben in de Tweede én de Eerste Kamer. Dat is al meer dan Rutte II had.”

Uw achterban zit er vast ook niet op te wachten dat de SGP een kabinet met D66 op zo’n manier steunt?

„Nee. Het is voor ons niet wenselijk om een bijzondere relatie tot zo’n kabinet te hebben. We zullen plannen op hun merites beoordelen. Tenzij ze het zo bont maken op medisch-ethische onderwerpen dat ze ons fulltime in de oppositiebanken drijven.”