Poetin: ‘patriottische hackers’ achter aanval

Waren het de Russen? President Vladimir Poetin kon het moeilijk ontkennen. Maar zoals zo vaak was zijn opmerking donderdag, tijdens het World Economic Forum in Sint-Peterburg, vaag.

Poetin werd bevraagd over de inbraak van de computers van de Democratische Partij in de aanloop naar de verkiezing van Trump.

Dat de hack van de ‘DNC’ het werk was van Russen, wordt niet betwijfeld. Tijdens de verkiezingscampagne waren twee hackersgroepen actief: ‘Cozy Bear’ en ‘Fancy Bear’. De eerste groep wordt in verband gebracht met de veiligheidsdienst FSB, de tweede met de militaire veiligheidsdienst GROe.

Zo ver wilde Poetin niet gaan. Hij zei dat hij niet kon uitsluiten dat „patriottische hackers” de Democraten aanvielen. Maar, zo zei hij: „Op het overheidsniveau hadden we niets te maken met de hack.”

Dat klonk alsof Poetin zijn woorden zorgvuldig koos. Toen het niet meer te ontkennen viel dat Russische militairen vochten in het oosten van Oekraïne liet het Kremlin weten dat het ging om ‘vakantiegangers’. Toen de Krim in 2014 werd bezet door ‘groene mannetjes’ liet Poetin weten dat ‘iedereen’ een camouflagepak kon kopen. Een jaar later gaf Poetin meer duidelijkheid: Ja, het waren Russische Special Forces op de Krim, en ja: het commando kwam van hem persoonlijk.